
Door: Wim van der Meer
Die vraag klinkt eenvoudiger dan ze is. Misschien zelfs kinderlijk eenvoudig. Water is water. Een stof. Een chemische verbinding, een molecuul. Iets dat stroomt, verdampt, overstroomt, gezuiverd moet worden of uit de kraan komt. Maar ergens tijdens mijn werk in het waterbeheer begon die vanzelfsprekendheid te schuiven.
Ik werk als directeur bij een waterschap. Dagelijks gaat het daar over veiligheid, droogte, waterkwaliteit, klimaatadaptatie, ruimtelijke ordening en bestuurlijke verantwoordelijkheid. Over dijken, gemalen, zuiveringen, investeringen, modellen, kaarten en normen. Water verschijnt daar meestal als opgave. Er is te veel van, te weinig van, of het is te vies. En natuurlijk is dat niet vreemd. Zonder georganiseerd waterbeheer zou Nederland er fundamenteel anders uitzien.
Toch begon ik me tijdens mijn studie toegepaste filosofie steeds vaker af te vragen wat er eigenlijk gebeurt wanneer wij water bijna uitsluitend benaderen als iets dat beheerd moet worden. Welke verhouding tot de wereld spreekt uit woorden als “sturing”, “beheer”, “systeem”, “maatregelen” en “maakbaarheid”? Wat gebeurt er met ons denken wanneer water vooral verschijnt als peil, risico, capaciteit of beleidsveld? Dat bleek geen technische vraag meer te zijn, maar een filosofische.
Ik denk dat veel mensen filosofie nog steeds associëren met abstracte discussies die ver afstaan van het dagelijks leven. Mijn ervaring tijdens de opleiding Toegepaste Filosofie aan de HTF was precies het tegenovergestelde. Filosofie bracht mij niet weg van de praktijk, maar juist dieper erin. Ik begon scherper te zien hoe taal werkelijkheden vormt. Hoe organisaties vaak sneller antwoorden produceren dan dat ze nog vragen durven stellen. Hoe systemen soms zo efficiënt worden dat ze vergeten waar ze oorspronkelijk voor bedoeld waren. Juist in een tijd van klimaatverandering, technologische versnelling en maatschappelijke spanning werd dat voor mij steeds relevanter. Want veel van de vraagstukken waar we vandaag tegenaan lopen zijn niet alleen technische problemen. Het zijn ook vragen over wereldbeelden. Over hoe wij onszelf begrijpen ten opzichte van natuur, techniek, tijd en verantwoordelijkheid.
Tijdens de opleiding is er veel aandacht voor dat filosofie niet alleen draait om theorieën of grote denkers, maar ook om een andere manier van kijken. Een oefening in vertraging. In aandacht. In het openhouden van vragen die in organisaties vaak te snel worden dicht georganiseerd. Dat veranderde ook mijn blik op water. Ik begon water steeds minder te zien als een object buiten ons, en steeds meer als een relationele werkelijkheid waarin wij zelf opgenomen zijn. Een beek is niet alleen afvoer. Een dijk is niet alleen techniek. Een zuivering is niet alleen infrastructuur. Achter al die systemen gaan verhalen schuil over hoe wij willen samenleven, wat wij belangrijk vinden en hoe wij omgaan met kwetsbaarheid, afhankelijkheid en toekomst. Niet alleen voor mensen maar voor alles dat er is.
Dat betekent niet dat techniek of bestuur verkeerd zijn. Integendeel. Nederland heeft indrukwekkend waterbeheer opgebouwd. Maar misschien vraagt deze tijd wel om méér dan alleen beter beheer. Misschien vraagt zij ook om een ander soort luisteren en kijken.
Dat is uiteindelijk waar mijn afstudeeronderzoek en mijn essay Meta Hydrokratia over gaan. Niet over een simpele oplossing voor waterproblemen, maar over een diepere vraag: wat gebeurt er wanneer water niet langer alleen verschijnt als iets dat wij beheersen, maar ook als iets dat ons vormt, begrenst en aanspreekt?
Die zoektocht heeft mij veranderd. Niet alleen als student, maar ook als professional. Filosofie werd voor mij geen theoretische hobby naast mijn werk, maar een manier om opnieuw te leren kijken naar een praktijk waarin ik al jaren werkzaam ben. En daar probeer ik mijn collega’s in mee te nemen.
Misschien is dat ook wat filosofie juist nu kan betekenen. Niet onmiddellijk nieuwe antwoorden produceren, maar zichtbaar maken welke vragen wij onderweg zijn kwijtgeraakt.
En soms begint zo’n vraag verrassend eenvoudig.
Wat is water eigenlijk?

Wim van der Meer is directeur bij Waterschap Vallei en Veluwe en masterstudent bij de HTF.
Lees hier meer voorbeelden van hoe studenten en alumni filosofie toepassen in de praktijk
Lees meer over de studiekosten van de verschillende opleidingen van de HTF
Lees hier meer over de toelatingseisen van de HTF

De Hogeschool voor Toegepaste Filosofie (HTF) biedt de eerste hbo-bachelor en hbo-master Toegepaste Filosofie in Nederland aan.