De campagne loopt van 13 juli tot en met 31 augustus 2026 en is te horen op Radio 538, Qmusic, Sky Radio, JOE, Radio 10, 100% NL, Radio Veronica, Sublime, SLAM! en via Spotify.
Met de campagne wil de HTF mensen uitnodigen om stil te staan bij vragen die in deze tijd steeds urgenter worden. Kunstmatige intelligentie, polarisatie, duurzaamheid en de toekomst van onze democratie vragen om mensen die kunnen nadenken, verbinden en richting geven. Juist daarin speelt toegepaste filosofie een belangrijke rol.
In de radiospot worden luisteraars uitgenodigd kennis te maken met het onderwijsaanbod van de HTF: de hbo-bachelor Toegepaste Filosofie, de master, de docentopleiding Filosofie en Burgerschap, het filosofisch tussenjaar en de mogelijkheid om losse modules te volgen.
De zomer is voor veel mensen een moment om vooruit te kijken. Misschien denk je na over een nieuwe stap in je loopbaan, zoek je meer verdieping of wil je je verder ontwikkelen naast je werk. De HTF biedt daarvoor verschillende mogelijkheden.
Beluister onze nieuwe radiospot 🎤 en ontdek hoe filosofie kan bijdragen aan jouw persoonlijke en professionele ontwikkeling.

Adobe Stockphoto

Toegepaste Filosofie is geen stoffige aangelegenheid voor nerds, dat bewees HTF-student Cem Tesson afgelopen weekend op Pinkpop. #cemtesson #pinkpop #student #toegepastefilosofie #utrecht
Bekijk de video: 👉🏻 https://www.ad.nl/show/22-jarige-student-toegepaste-filosofie-verandert-in-rockster-op-pinkpop-filmpje-1-4-miljoen-keer-bekeken~a084a5fb
Het filmpje van het optreden van Cem met Yungblud werd gedeeld op het instagramaccount van 3FM. Inmiddels is het clipje een slordige 1,4 miljoen keer bekeken. Cem kan het zelf nog niet helemaal bevatten. „Daar kan ik moeilijk omheen. Ik zit nu ook gewoon nog lekker op mijn werk in een restaurant, lekker pilsjes te doen. Dat is gewoon alsof er niks is gebeurd. Heel bizar.”
Oorspronkelijk was het niet eens het plan om bij Yungblud op het podium te komen, vertelt Cem. Hij ging voor de Foo Fighters. „Maar omdat Yungblud ook op de line-up stond en bekendstaat om het uitnodigen van fans, besloot ik het daar ook te proberen.”
Daarom stond hij op het veld met de tekst op het bordje: ‘Yungblud, can I play Fleabag?’ Tijdens het optreden was er een kort moment van oogcontact met zanger Dominic Harrison en volgde er een knikje. „Daarna gingen er weer een paar nummers overheen en toen hij bij dat nummer kwam, kwam die vinger heel langzaam omhoog en toen zei hij: ‘You motherfucker with the necklace.’”
Er was geen moment van twijfel bij Cem, die meteen het podium opstapte en daar de gitaar omgehangen kreeg. De jongeman uit Hoorn heeft ervaring als gitarist en speelde in diverse bandjes. „Dus ik heb wel een paar keer op het podium gestaan, maar dat was nooit voor 60 à 70.000 man”, zegt hij lachend.
Het publiek ging helemaal mee tijdens het nummer. „Dat was een fucking lekker gevoel. Dat was echt fantastisch. Heel bizar. Op het moment dat hij zei: ‘You motherfucker with the necklace’, heb ik een paar keer geschreeuwd van: You want me? Me, me? En toen hij ja zei, zei ik: Let’s fucking go. Er ging een knop om en ik had geen zenuwen. Helemaal niks.”
Cem verbaasde zichzelf daarmee. „Ik had meer zenuwen toen ik voor een kroegje van dertig man stond, dan bij dit optreden. Ik was me eigenlijk alleen maar op de muziek aan het focussen. Af en toe keek ik naar mijn moeder. Het voelde een beetje als een spelletje, omdat het zo groot was.”
Op het einde van het optreden, roept Cem nog: „I love you, mama.” Zijn moeder was ook de reden dat hij op Pinkpop was. „Eigenlijk zouden we geen tickets kopen en toen stuurde ze me een paar maanden geleden een appje: ‘Ik heb toch tickets gekocht’.” Sowieso gaan de twee veel samen naar optredens. „Dus toen ik nog iets kwijt kon, was dit het enige wat in me opkwam.”
Pinkpop smaakt naar meer voor Cem, die in het dagelijks leven Toegepaste Filosofie aan de Hogeschool in Utrecht studeert. (Bijna goed, redactie AD. 😉) Daarnaast werkt hij in restaurant Oude Waag in Hoorn. Maar de muzikantendroom is wat hem echt trekt. „Muziek staat voorop, maar ik vind het zonde om niks met mijn tijd te doen.”
Wie hem op sociale media wil volgen in zijn muzikale avontuur, wordt teleurgesteld. Cem heeft geen Instagram of Tiktok. „Ik vind het gewoon een beetje zonde van mijn tijd. Ik woon ook lekker in het centrum van de stad, dus er is altijd wel wat te doen. Dan ga ik liever de kroeg in dan dat ik lig te scrollen in mijn bed, of een beetje jammen op mijn gitaar of drummen.”
Bron: AD
Fase 1 portal is klaar! log nu in.
Resultaatoverzichten studenten en moduulbeheer docenten in nieuw portal.
De HTF is al een tijdje bezig met het inrichten van een portal voor resultaatoverzichten voor studenten en moduulbeheer voor docenten (opdrachten aanmaken, becijferen, studentoverzichten). Er komen nog meer applicaties bij op termijn, zoals beheer inschrijvingen, automatische betalingen, e-mailbeheer, etc.
Maar het deel waar jullie als student al het langst op wachten is nu online: de resultaatoverzichten in een nieuw en overzichtelijk jasje.
Je kunt inloggen met je inloggegevens van je Teamsaccount
Kijk gerust even rond. 👉🏻 https://portal.hogeschoolvoortoegepastefilosofie.nl/
We zijn benieuwd of jullie het een verbetering vinden.


Oefenplaats voor Bildung en goed leven
Door: Rob van der Hulst
Op de regenachtige vrijdagochtend van 15 mei 2026 arriveerden de deelnemers druppelsgewijs bij het tentenkamp in het bosrijke Lunteren. Voor het eerst in de prille geschiedenis van de Hogeschool voor Toegepaste Filosofie vond er een filosofisch bootcamp plaats, en niet zomaar een. Het weekend groeide uit tot een levend Bildungsproject waarin denken, ontmoeten en oefenen in goed leven, samenkwamen. En waarin iedereen naar vermogen kon excelleren.
Een van de mooiste lijnen in het persoonlijke verslag van een deelneemster, is de spanning waarmee het weekend begint. Zij beschrijft hoe zij vooraf nadacht over alles wat er mis kon gaan. Zij kende niemand, vroeg zich af of ze aansluiting zou vinden en of het niet ongemakkelijk zou worden. Precies daar begint vorming. Niet in het comfortabele weten, maar in de bereidheid om een stap te zetten voordat duidelijk is wat die oplevert.
Vanaf het eerste moment werd zij verrast door de vanzelfsprekendheid waarmee een open en ongedwongen sfeer ontstond. In haar woorden was er sprake van “een rustige en warme sfeer waarin iedereen zichzelf leek te kunnen zijn”. Juist daarin ligt een belangrijke voorwaarde voor Bildung besloten: een mens durft pas werkelijk te denken, te vragen en te spreken wanneer hij of zij zich niet voortdurend hoeft te bewijzen, maar zichzelf mag zijn.
Wie het draaiboek leest, ziet een zorgvuldig opgebouwd programma en een taakverdeling die in twee Teams-meetings hun invulling kregen. Toch zegt zo’n opsomming maar weinig over wat er werkelijk gebeurde. Een draaiboek ordent wat gepland is, maar kan niet voorspellen wat zich tussen mensen voltrekt. De deelnemers kwamen niet alleen bij elkaar om filosofie te beoefenen, maar ook om tijdelijk een gemeenschap te vormen waarin filosofie tastbaar werd: in gesprek, in stilte, in beweging, in zorg voor elkaar en in de moed om iets van zichzelf te laten zien.
Deelnemers maakten naamstickers met daarop hun favoriete filosoof en een zelfgekozen filosofisch concept. Voor buitenstaanders klinkt dat misschien moeilijk of abstract, maar tijdens het weekend werd filosofie juist niet losgemaakt van het gewone leven. Zij werd verbonden met wandelen, eten, luisteren, lachen, schrijven, spelen en stil zijn. In een tijdelijk museum kregen persoonlijke objecten een plaats en op een gezamenlijke bibliotheektafel lagen boeken die deelnemers hadden meegenomen. Achter ogenschijnlijk gewone voorwerpen en vertrouwde titels bleken verhalen schuil te gaan: over herinnering, inspiratie, vorming en de vraag wat iemand werkelijk bezighoudt.
Een steen in het bos kon ineens het begin worden van een verhaal over een trol, een vos en vreemde avonturen. Dat lijkt op het eerste gezicht speels en licht, maar precies daarin schuilt filosofische kracht. Verbeelding opent de mogelijkheid om de werkelijkheid niet als gesloten of vanzelfsprekend te ervaren, maar als iets waartoe men zich opnieuw kan verhouden. Zij maakt ruimte voor verwondering, perspectiefwisseling en betekenisgeving.
De walkshop, de ochtendwandelingen en de boslezingen maakten duidelijk dat denken niet alleen een activiteit van het hoofd was. Al wandelend werd denken belichaamd: het ontstond in beweging, in waarneming en in de vertraging die het landschap opriep. Een blinddoekoefening maakte dat nog scherper zichtbaar. Wie zich geblinddoekt liet leiden door een onbekende begeleider, oefende niet alleen vertrouwen in de ander, maar ook het loslaten van controle en het openstaan voor wat zich aandiende. In die zin werd de walkshop meer dan een wandeling met inhoud: zij werd een oefening in aandacht, vertrouwen en vorming.
Vanuit een Bildung-visie krijgt het bootcamp zijn diepere betekenis. Bildung is meer dan persoonlijke ontwikkeling. Het gaat niet om jezelf optimaliseren, succesvoller worden of nog beter leren presteren. Bildung gaat over menswording: hoe iemand zichzelf leert verstaan in verhouding tot anderen en tot de wereld. Je wordt niet alleen gevormd door wat je weet, maar ook door wat je meemaakt, door wie je ontmoet, door de vragen die je durft te stellen en door de verantwoordelijkheid die je op je neemt.
Het draaiboek noemt expliciet begrippen als vertrouwen, zelfvertrouwen, gemeenschap, solidariteit, Bildung, weerbaarheid, samenwerking, reflectie, luisteren, aandacht, creativiteit, warmte, zingeving en beter leven. Deze begrippen functioneerden niet als decoratie. Zij werden geoefend in de concrete opzet van het weekend. Wie kookt, luistert, een kampvuur onderhoudt, een route scout, een spel begeleidt of een gesprek opent, draagt bij aan een gezamenlijke wereld. Bildung werd hier dus niet uitgelegd als theorie, maar zichtbaar als praktijk: mensen vormden zichzelf door samen iets mogelijk te maken.
De filosofische ondertoon van het bootcamp sloot sterk aan bij de vijf dimensies van goed leven uit de lectoraatsrede van Floris van den Berg. Deze resoneerden tijdens de bootcamp niet als schoolse theorie, maar juist in de activiteiten. Levenskunst werd zichtbaar in de aandacht voor reflectie, schrijven, muziek, beweging en zingeving. Burgerschap kreeg vorm in het tijdelijk samenleven: afspraken maken, rekening houden met elkaar, luisteren, bijdragen en verantwoordelijkheid nemen. Niet-schaden kreeg een concrete uitdrukking in de keuze voor veganistisch eten, een alcoholvrije setting en zorg voor uiteenlopende eetgewoonten. Altruïsme werd zichtbaar in de vele taken die deelnemers op zich namen voor de groep. Effectief altruïsme klonk mee in de bredere vraag hoe filosofie niet alleen mooi kan klinken, maar daadwerkelijk kan bijdragen aan minder leed en meer geluk.
Juist in de gewone momenten werd voelbaar wat het weekend bijzonder maakte. Tijdens het koken, wandelen, afwassen, luisteren en samen rond het vuur zitten, kregen grote woorden als verbondenheid, solidariteit en vrijheid ongemerkt een concrete vorm. Niet doordat iedereen hetzelfde dacht, maar doordat deelnemers rekening hielden met elkaar, taken oppakten, ruimte maakten voor verschillen en samen iets droegen. Vooral in de avondmomenten kreeg dat samenzijn een eigen kleur: in socratische gesprekken in het donker, muziekmeditatie, maanmeditatie en akoestische muziek rond het kampvuur. Daar hoefde niet alles benoemd te worden. Soms veranderde een stilte, een lied of het licht van het vuur al genoeg om de groep dichter bij elkaar te brengen.
Achteraf bezien bleek hoe eenvoudig de voorwaarden soms waren: mensen samenbrengen, richting geven zonder alles vast te leggen, en ruimte laten voor bewegen, schrijven, eten, spelen, luisteren en spreken. In die ruimte groeide in Lunteren iets wat zich vooraf niet liet plannen: een gedeelde ervaring waarin deelnemers zichzelf én elkaar anders ontmoetten. Tussen tenten, bomen, vuur, stilte, wandelingen, boeken en maaltijden werd filosofie niet alleen besproken, maar geleefd. Misschien raakte het weekend daarmee aan de kern van Bildung: dat een mens nooit af is, maar onderweg blijft, naar zichzelf, naar de ander en naar de wereld die we samen bewonen.

Door: Wim van der Meer
Die vraag klinkt eenvoudiger dan ze is. Misschien zelfs kinderlijk eenvoudig. Water is water. Een stof. Een chemische verbinding, een molecuul. Iets dat stroomt, verdampt, overstroomt, gezuiverd moet worden of uit de kraan komt. Maar ergens tijdens mijn werk in het waterbeheer begon die vanzelfsprekendheid te schuiven.
Ik werk als directeur bij een waterschap. Dagelijks gaat het daar over veiligheid, droogte, waterkwaliteit, klimaatadaptatie, ruimtelijke ordening en bestuurlijke verantwoordelijkheid. Over dijken, gemalen, zuiveringen, investeringen, modellen, kaarten en normen. Water verschijnt daar meestal als opgave. Er is te veel van, te weinig van, of het is te vies. En natuurlijk is dat niet vreemd. Zonder georganiseerd waterbeheer zou Nederland er fundamenteel anders uitzien.
Toch begon ik me tijdens mijn studie toegepaste filosofie steeds vaker af te vragen wat er eigenlijk gebeurt wanneer wij water bijna uitsluitend benaderen als iets dat beheerd moet worden. Welke verhouding tot de wereld spreekt uit woorden als “sturing”, “beheer”, “systeem”, “maatregelen” en “maakbaarheid”? Wat gebeurt er met ons denken wanneer water vooral verschijnt als peil, risico, capaciteit of beleidsveld? Dat bleek geen technische vraag meer te zijn, maar een filosofische.
Ik denk dat veel mensen filosofie nog steeds associëren met abstracte discussies die ver afstaan van het dagelijks leven. Mijn ervaring tijdens de opleiding Toegepaste Filosofie aan de HTF was precies het tegenovergestelde. Filosofie bracht mij niet weg van de praktijk, maar juist dieper erin. Ik begon scherper te zien hoe taal werkelijkheden vormt. Hoe organisaties vaak sneller antwoorden produceren dan dat ze nog vragen durven stellen. Hoe systemen soms zo efficiënt worden dat ze vergeten waar ze oorspronkelijk voor bedoeld waren. Juist in een tijd van klimaatverandering, technologische versnelling en maatschappelijke spanning werd dat voor mij steeds relevanter. Want veel van de vraagstukken waar we vandaag tegenaan lopen zijn niet alleen technische problemen. Het zijn ook vragen over wereldbeelden. Over hoe wij onszelf begrijpen ten opzichte van natuur, techniek, tijd en verantwoordelijkheid.
Tijdens de opleiding is er veel aandacht voor dat filosofie niet alleen draait om theorieën of grote denkers, maar ook om een andere manier van kijken. Een oefening in vertraging. In aandacht. In het openhouden van vragen die in organisaties vaak te snel worden dicht georganiseerd. Dat veranderde ook mijn blik op water. Ik begon water steeds minder te zien als een object buiten ons, en steeds meer als een relationele werkelijkheid waarin wij zelf opgenomen zijn. Een beek is niet alleen afvoer. Een dijk is niet alleen techniek. Een zuivering is niet alleen infrastructuur. Achter al die systemen gaan verhalen schuil over hoe wij willen samenleven, wat wij belangrijk vinden en hoe wij omgaan met kwetsbaarheid, afhankelijkheid en toekomst. Niet alleen voor mensen maar voor alles dat er is.
Dat betekent niet dat techniek of bestuur verkeerd zijn. Integendeel. Nederland heeft indrukwekkend waterbeheer opgebouwd. Maar misschien vraagt deze tijd wel om méér dan alleen beter beheer. Misschien vraagt zij ook om een ander soort luisteren en kijken.
Dat is uiteindelijk waar mijn afstudeeronderzoek en mijn essay Meta Hydrokratia over gaan. Niet over een simpele oplossing voor waterproblemen, maar over een diepere vraag: wat gebeurt er wanneer water niet langer alleen verschijnt als iets dat wij beheersen, maar ook als iets dat ons vormt, begrenst en aanspreekt?
Die zoektocht heeft mij veranderd. Niet alleen als student, maar ook als professional. Filosofie werd voor mij geen theoretische hobby naast mijn werk, maar een manier om opnieuw te leren kijken naar een praktijk waarin ik al jaren werkzaam ben. En daar probeer ik mijn collega’s in mee te nemen.
Misschien is dat ook wat filosofie juist nu kan betekenen. Niet onmiddellijk nieuwe antwoorden produceren, maar zichtbaar maken welke vragen wij onderweg zijn kwijtgeraakt.
En soms begint zo’n vraag verrassend eenvoudig.
Wat is water eigenlijk?

Wim van der Meer is directeur bij Waterschap Vallei en Veluwe en masterstudent bij de HTF.
Lees hier meer voorbeelden van hoe studenten en alumni filosofie toepassen in de praktijk
De inzichten uit De Staat van het Onderwijs 2026 zijn helder en tegelijk confronterend: burgerschap staat hoog op de agenda, maar blijft in de praktijk vaak achter.

Dat is opmerkelijk. Want scholen doen veel. Projecten, gastlessen, debatten, mentoractiviteiten — het aanbod is breed en vaak met de beste intenties vormgegeven. En toch luidt het oordeel van de inspectie: het onderwijs is vaak onvoldoende doelgericht, samenhangend en doordacht. Hoe kan dat?
Het probleem zit dieper dan uitvoering
Wat opvalt in de analyse van de inspectie, is dat het probleem niet in de eerste plaats ligt bij inzet of motivatie. Scholen werken hard aan burgerschap. Docenten zijn betrokken en zoeken naar manieren om leerlingen voor te bereiden op hun rol in de samenleving. Het probleem zit dieper.
Het gaat niet alleen om wat we doen, maar om wat we begrijpen.
Zonder heldere antwoorden op deze vragen blijft burgerschap kwetsbaar. Het wordt versnipperd, afhankelijk van individuele docenten en moeilijk te evalueren. Activiteiten zijn er genoeg, maar richting en samenhang ontbreken.
We hebben niet méér burgerschap nodig. We hebben beter doordacht burgerschap nodig.
Burgerschap vraagt om denken, niet alleen doen
We leven in een tijd waarin maatschappelijke spanningen toenemen. Polarisatie, identiteitsvraagstukken en complexe morele dilemma’s maken duidelijk dat samenleven geen vanzelfsprekendheid is. Juist daarom kan burgerschapsonderwijs niet beperkt blijven tot kennisoverdracht of losse vaardigheden. Het vraagt om:
Burgerschap is daarmee geen extra onderdeel van het curriculum, maar raakt aan de kern van onderwijs: de vorming van de mens.
De veranderende rol van de docent
Deze verschuiving heeft directe gevolgen voor de rol van de docent. De docent is niet langer uitsluitend kennisoverdrager, maar wordt:
Dat vraagt om andere vaardigheden — en vooral om een andere vorm van professionaliteit. Tegelijkertijd zien we dat veel docenten hier nog weinig opleiding of houvast in hebben gekregen. Dat maakt burgerschapsonderwijs in de praktijk vaak onzeker en zoekend.
Wat vraagt dit van scholen?
Als we de lijn van de inspectie serieus nemen, vraagt dit om een fundamentele versterking van burgerschapsonderwijs. Dat betekent:
Maar bovenal vraagt het om iets wat niet altijd vanzelfsprekend is: de bereidheid om het normatieve gesprek te voeren.
Maar bovenal vraagt het om iets wat niet altijd vanzelfsprekend is: de bereidheid om het normatieve gesprek te voeren. Over wat we waardevol vinden. Over wat we willen doorgeven. Over wat goed samenleven betekent.
Waarom filosofie juist nu relevant wordt
Op dit punt wordt duidelijk waarom filosofie opnieuw aan betekenis wint binnen het onderwijs. Burgerschapsonderwijs gaat niet alleen over kennis (hoe werkt de democratie?) of vaardigheden (hoe voer je een debat?), maar over waarden: Wat is rechtvaardig? Wat betekent vrijheid? Wanneer ben je verantwoordelijk voor een ander? Dat zijn geen technische vragen. Dat zijn normatieve vragen — vragen over wat goed is. Filosofie is bij uitstek het vakgebied dat deze vragen onderzoekt, verdiept en expliciteert.
Burgerschap blijkt niet alleen een didactische of organisatorische uitdaging te zijn, maar vooral een inhoudelijke. Het gaat om vragen die niet eenduidig te beantwoorden zijn, maar wel doordacht moeten worden. Filosofie biedt hiervoor een taal en een methode. Zonder die laag blijft burgerschap oppervlakkig.
De HTF Hogeschool voor Toegepaste Filosofie en het HTF Denkhuis spelen hierop in door onderwijs en professionalisering te ontwikkelen die zich richten op:
Deze benadering richt zich niet op méér activiteiten, maar op meer begrip. Niet op het toevoegen van nieuwe onderdelen, maar op het verdiepen van wat al gebeurt. Van doen naar begrijpen
De conclusie die zich opdringt, is eenvoudig maar wezenlijk:
We hebben niet méér burgerschap nodig. We hebben beter doordacht burgerschap nodig.
#burgerschap #destaatvanhetonderwijs2026 #filosofie #onderwijs #docenten #persoonsvorming
Auke Klijnsma is Toegepast Filosoof, docent HRM aan de Hogeschool Leiden en trainer van de Leergang Werkmeesterschap bij het HTF Denkhuis. We spraken hem over vakmanschap, werkgeluk en de vraag wat werk eigenlijk goed maakt.
Auke begon niet met filosofie omdat hij filosoof wilde worden. Hij werkte in het HRM-vak en merkte dat hij vastzat. "Alles werd bekeken vanuit efficiëntie, systemen en instrumenten. Dat werkt tot op zekere hoogte, maar ik miste iets fundamenteels."
Wat hij miste was ruimte. Voor reflectie, voor twijfel, voor vragen zonder direct antwoord. Filosofie bood hem dat: vertragen, onderzoeken, bevragen. "Even uit het automatische denken stappen en opnieuw kijken."
EERST MOEILIJKER MAKEN
Het klinkt misschien paradoxaal, maar Auke leerde dat je problemen niet meteen moet oplossen, je moet ze eerst verdiepen. "Ik heb altijd geleerd om dingen zo simpel mogelijk te maken. Filosofie leert je om het eerst moeilijk te maken. Niet om te compliceren, maar om te begrijpen. Pas daarna kun je het weer eenvoudig maken, maar dan op een manier die klopt."
WAT IS GOED WERK?
Goed werk is werk waar je trots op kunt zijn, zegt Auke. Werk dat je met aandacht en zorg uitvoert.
"Niet perfect, maar wel zo goed als je kunt. Het gaat erom dat je aan het eind van de dag kunt zeggen: dit klopt. Dit is van mij."
Dat gevoel staat onder druk. Werk wordt steeds meer opgeknipt in taken, processen en meetbare output. "Daardoor kun je vervreemd raken van het geheel. Je doet wel iets, maar het voelt niet meer als jouw werk."
VAKMANSCHAP VRAAGT TIJD
Auke haalt vaak het werk van Richard Sennett aan. Sennetts idee: vakmanschap gaat over de wil om iets goed te doen omwille van het goed doen zelf, niet omdat het wordt gemeten of beloond. "Dat idee raakt me enorm, omdat het haaks staat op hoe werk nu vaak is georganiseerd."
Want vakmanschap heeft tijd nodig. Oefening. Reflectie. Ruimte om fouten te maken. "In veel organisaties is die ruimte verdwenen. Alles moet snel, efficiënt, lean. Maar zonder oefentijd kun je nergens beter in worden. En zonder beter worden verdwijnt de trots."
Dat kost mensen meer dan ze denken. "Veel mensen raken niet opgebrand omdat ze lui zijn of niet gemotiveerd, maar omdat ze jarenlang werk hebben gedaan dat niet klopt met hun idee van goed werk."
VAKMANSCHAP BEGINT KLEIN
Auke beseft dat je het systeem niet in je eentje verandert. Maar vakmanschap begint bij jezelf. "Door opnieuw te kijken naar je eigen werk. Wat is wezenlijk? Waar voeg ik echt waarde toe?" En dat vraagt moed. "Vakmanschap is niet alleen technisch, maar ook moreel. Het vraagt de moed om grenzen te stellen."
Zijn vraag aan de lezer: sta eens stil bij je eigen werk. Wat betekent goed werk voor jou? Waar ben je trots op? "En stel jezelf dan die ene vraag: wat kan ik vandaag of morgen doen om mijn werk weer een beetje beter te maken? Soms zit dat in iets kleins. Een gesprek, een keuze. Maar juist daar begint vakmanschap."
Interview door: Simone Lensink

Auke Klijnsma is trainer van de Leergang Werkmeesterschap bij het HTF Denkhuis. In deze filosofische leergang onderzoek je aan de hand van vier denkers wat goed werk is en hoe je je eigen vakmanschap, regie en werkgeluk (her)vindt. De leergang start op 2 oktober 2026.
Voor meer informatie over Aukes werk omtrent ’werk’ bekijk zijn website.
Op deze zonnige zondagochtend arriveerden de deelnemers op treinstation Maarn. Nadat er een kring was gevormd en Floris met zijn Tingsha bellen om aandacht vroeg, stelde iedereen zich voor en sprak de verwachting uit van de walkshop.
Floris stelde voor om tijdens de wandeling in wisselende duo's elkaar te bevragen over mens- en wereldbeelden. Dit werd telkens onderbroken door gezamenlijke reflectie momenten waarin inzichten en bijzonderheden werden gedeeld. Het naar elkaar luisteren en doorvragen op impliciete aannames en veronderstellingen kon zo goed worden geoefend. Ook de oogst van de dialogen bracht nieuwe inzichten die verder onderzocht konden worden.
Halverwege de wandeltocht werden drie deelnemers geblinddoekt en lieten ze zich begeleiden over de bospaden. Na de eerste, voor sommigen angstige stapjes, groeide het vertrouwen in de begeleider en ontstonden er spontane gesprekken over de blinde ervaring. De Koepel van Stoop was geopend en werden de geblinddoekte deelnemers naar binnen geleid. Deze koepel maakt deel uit van de culturele route rond de pyramide van Austerlitz en wordt gebruikt voor kleine kunst en poëzieprojecten. Eenmaal plaatsgenomen en voorzien van koffie en thee met een koekje, droeg stadsdichter Jan-Paul Rosenberg een aantal gedichten voor uit zijn werk "Gedroomde grond". Voor de geblinddoekte deelnemers was het een interessante ervaring om te luisteren naar een stem die een gedicht laat horen in een onbekende ruimte met een onbekend aantal mensen. Na dit inspirerende bezoekje aan de koepel, werd de wandeling hervat.

Tijd voor bomen knuffelen en de blinddoeken gingen af. Iedereen koos een favoriete boom uit en vereenzelvigde zich daarmee totdat Floris zijn Tingsha bellen liet klinken. In het reflectie moment wat daarop volgde, beschreef iedereen op ludieke wijze zijn of haar boomkeuze en wat het had betekend om daarmee verbonden te zijn. Inmiddels was het tijd voor lunch en werd er in het bos rondom Austerlitz een geschikt stukje bosgrond gevonden om gezamenlijk de meegebrachte lunch te nuttigen. Er werden broodjes, koekjes, en thee gedeeld maar er circuleerden ook wijsgerige verhalen om de denkende geest te voeden.
Tijdmanagement van Floris bepaalde dat het bospad weer werd gekozen en dit keer werden diegene geblinddoekt die eerder begeleider waren geweest, waaronder Floris. Vol overgave lieten zij zich over smalle bospaden leiden, terwijl de juiste route alleen bij Floris bekend was. De begeleiders moesten de rood-witte herkenningspunten volgen, wat een uitdaging was. Stoïcijns stelde Floris zijn vertrouwen in het lot en ondanks wat twijfelmomenten kwam de groep aan op het juiste punt. Toen de blinddoeken afgingen voor het reflectiemoment, bleek dat niemand zich zorgen had gemaakt en dat het geblinddoekt zijn zelfs comfortabel voelde.

In stilte liepen we op eigen tempo achter Floris aan, totdat hij op een open zandvlakte stopte en de groep een gesloten kring liet vormen rondom een naaldboom. Dit luidde de bosdisco in en op de muziek uit een meegenomen speaker dansten de deelnemers op expressieve wijze rondom de boom en lieten zich niet afschrikken door geschrokken wandelaars die passeerden.
Gevuld met positieve gevoelens werd het laatste stukje naar treinstation Driebergen-Zeist gewandeld en daar aangekomen, sloot Floris de walkshop af met zijn Tingsha bellen. Voordat de groep van elkaar afscheid nam, werd er teruggeblikt op de dag en sprak ieder een uitgesproken verlangen uit om het leven als levenskunst vorm te geven.
Verslag door: Rob van der Hulst
Met verdriet hebben wij kennisgenomen van het overlijden van Jan Vorstenbosch (d.d. 29 maart j.l.), een oud-docent bij de HTF die voor velen van ons van betekenis is geweest.

Jan was een aimabel mens, toegankelijk en prettig in de omgang. Hij nam de tijd, luisterde aandachtig en bracht rust in gesprekken en onderwijs. Zijn liefde voor de filosofie was geen abstracte aangelegenheid, maar een praktische houding. Hij wist complexe vragen helder te maken zonder ze te versimpelen. In zijn onderwijs nodigde hij uit tot denken, tot vertragen en tot zorgvuldige reflectie. Daarnaast heeft Jan een waardevolle bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van de masteropleiding en het accreditatieproces. Met zijn inhoudelijke scherpte en betrokkenheid heeft hij mede richting gegeven aan de kwaliteit van het onderwijs.
Een student herinnert zich Jan als een filosoof met een grote liefde voor voetbal. Met bevlogenheid verbond hij sociaal-filosofische theorieën aan het spel, op een manier die deed denken aan Cruijff: onnavolgbaar en met humor. Dat maakte zijn onderwijs inspirerend en bij velen blijvend in herinnering. Een collega verwoordde het eenvoudig en treffend: “Dat soort ongelofelijk lieve mensen gun je het eeuwige leven.”
Jan laat een blijvende indruk achter, in zijn onderwijs en in de samenwerking met collega’s. Wij zijn hem dankbaar.
We wensen zijn naasten veel sterkte toe namens de directie en vakgroep master.
In ons werk zien wij dat bestuurders en toezichthouders een spanningsveld ervaren, dat doorgaans wordt begrepen als het verschil tussen de leefwereld en systeemwereld. Het lijkt erop dat de logica die inherent is aan de praktijk van zorg, de sociale context waarin de actoren uit deze leefwereld hun samenhangende activiteiten hebben, regelmatig in conflict is met de logica die zich richt op de praktijk van het organiseren en besturen van een zorgorganisatie.
Waarheid als ‘onverborgenheid’
Alhoewel houvast ontleend kan worden aan duiding in de vorm van het onderscheid tussen leefwereld en systeemwereld, dekt het volgens ons niet volledig de lading van wat er werkelijk aan de hand is. Er ontbreekt een meer omvattende duiding van dit onderscheid en de spanning die het oplevert. Dit probleem hebben wij benaderd vanuit een filosofisch perspectief, met het idee om een werkwijze te ontwikkelen die bestuurders kan ondersteunen om op andere manieren met vraagstukken en problemen om te gaan. Volgens ons is het mogelijk om aanwezige intuïties, zoals het gevoel iets ongrijpbaars over het hoofd te zien en het verlangen daar toch naar te kunnen handelen, verder te duiden en uit te werken. Met als doel om op deze wijze een rijker perspectief op de werkelijkheid te ontwikkelen.
De ervaren spanning is volgens ons een meer dan organisatorisch of beleidsmatig vraagstuk; we verbinden dit aan een fundamentele filosofische kwestie over de wijze waarop de werkelijkheid zich aan ons toont en wat daarin al dan niet zichtbaar wordt. Het denken van de filosoof Heidegger helpt ons daarbij. In verband met de vraag hoe de werkelijkheid zich aan ons toont, begint Heidegger bij de notie ‘waarheid’. Hij stelt dat waarheid niet primair moet worden opgevat als een overeenkomst tussen uitspraak en feit, zoals we dat normaal gesproken begrijpen, maar hij grijpt in zijn begrip van waarheid terug op het oud-Griekse idee van aletheia, dat zich laat vertalen als ‘onverborgenheid’. In deze visie is waarheid een dynamisch proces, waarin aspecten van de werkelijkheid zich ontsluiten. Dit wordt door Heidegger ‘ont-bergen’ genoemd, terwijl tegelijkertijd andere aspecten verborgen blijven. In elke onthulling gaat tegelijk ook onherroepelijk weer een verhulling schuil.
Onthullen en verhullen
Wanneer we Heidegger toepassen op de bestuurspraktijk, kunnen we stellen dat het dominante systeemdenken, met nadruk op beheersing en verantwoording, slechts één element van de werkelijkheid zichtbaar maakt, namelijk ‘bruikbare’ aspecten zoals cijfers en indicatoren. Wat veel zorgprofessionals juist als wezenlijk ervaren aan de zorg blijft buiten beeld. Heidegger zou dit het effect van het ‘Ge-stel’ noemen: een alles doordringende wijze van onthullen waarin de werkelijkheid uitsluitend verschijnt als ‘Bestand’, als een voorraad van middelen die beschikbaar en beheersbaar moeten zijn.
Filosofische reflectie legt de nadruk op het verhelderen van datgene wat in ons waarnemen en denken verborgen blijft.
De systeemwereld, als uitdrukking van het ‘Ge-stel’, dwingt bestuurders tot een manier van waarnemen en oordelen die het onzichtbare, relationele, morele, spirituele en transcendente domein systematisch buiten beeld laat. Wat Heidegger scherp zichtbaar maakt, is dat dit niet slechts een praktisch probleem is, maar ook een ontologische kwestie: de werkelijkheid toont zich slechts in beperkte vorm. Er is een ‘verhulling’ gaande, die leidt tot verarming van het handelen. In deze ‘Gestel-houding’ toont de werkelijkheid zich slechts voor zover zij functioneel ingezet kan worden binnen een bestaande structuur. Zorg wordt primair zichtbaar als een te managen systeem: patiënten worden cliënten, tijd wordt efficiëntie en kwaliteit wordt gereduceerd tot criteria. Wat zich buiten deze logica bevindt, blijft verhuld. Dit is de kern van Heideggers idee dat elke manier van onthullen altijd gepaard gaat met een vorm van verhullen.
Betekenisvolle gebeurtenis
We hebben een proces van filosofische reflectie ontwikkeld als een praktische wijze om het onzichtbare van de werkelijkheid te onthullen. Filosofische reflectie legt volgens ons de nadruk op het verhelderen van datgene wat in ons waarnemen en denken verborgen blijft. We begrijpen dit als een manier van denken en ervaren waarin de werkelijkheid opnieuw aan ons verschijnt; niet als bruikbaar object, maar als betekenisvolle gebeurtenis. Verbetering van het handelen is weliswaar een waardevolle uitkomst, maar is niet het primaire doel van de reflectie zelf.
Het beroepsproduct dat wij ontwikkeld hebben, faciliteert het opdoen van inzichten op basis van het ‘ont-bergen’ en begeleidt de doorwerking ervan in de bestuurspraktijk. Dit start met het lezen door bestuurders van een door ons geschreven filosofische tekst (een eerste doorwerking), gevolgd door een dialoog over de betekenis daarvan voor de eigen praktijk (het begin van ‘ont-bergen’). De opvolging is steeds maatwerk en vindt plaats op individueel niveau of in teams, bijvoorbeeld (ook) met een raad van toezicht of een managementteam. De werkvormen bevatten steeds elementen van poëzie en/of kunst om tot een rijkere ervaring van de werkelijkheid te komen.
De eerste uitvoeringen van dit proces zijn goed ontvangen. Het is ons doel deze werkwijze als een cyclisch product door te ontwikkelen om zo bij te dragen aan een rijkere ervaring van de werkelijkheid van zorg, waarmee het bestuurlijk handelen stevig geworteld raakt in de wezenlijke betekenis van de zorg.

Jurgen Vos werkt als Principal adviseur bij Q-Consult Zorg, waar hij zich inzet om de zorg telkens iets te verbeteren. In zijn huidige werk brengt hij de bedrijfskundige invalshoek samen met de psychologische, aangevuld met oog voor de groepsdynamiek.
Hans Leune is ethicus bij de gehandicaptenzorgorganisatie Cello, en is afgestudeerd aan de HTF als Toegepast Filosoof.


De Hogeschool voor Toegepaste Filosofie (HTF) biedt de eerste hbo-bachelor en hbo-master Toegepaste Filosofie in Nederland aan.