De inzichten uit De Staat van het Onderwijs 2026 zijn helder en tegelijk confronterend: burgerschap staat hoog op de agenda, maar blijft in de praktijk vaak achter.

Dat is opmerkelijk. Want scholen doen veel. Projecten, gastlessen, debatten, mentoractiviteiten — het aanbod is breed en vaak met de beste intenties vormgegeven. En toch luidt het oordeel van de inspectie: het onderwijs is vaak onvoldoende doelgericht, samenhangend en doordacht. Hoe kan dat?
Het probleem zit dieper dan uitvoering
Wat opvalt in de analyse van de inspectie, is dat het probleem niet in de eerste plaats ligt bij inzet of motivatie. Scholen werken hard aan burgerschap. Docenten zijn betrokken en zoeken naar manieren om leerlingen voor te bereiden op hun rol in de samenleving. Het probleem zit dieper.
Het gaat niet alleen om wat we doen, maar om wat we begrijpen.
Zonder heldere antwoorden op deze vragen blijft burgerschap kwetsbaar. Het wordt versnipperd, afhankelijk van individuele docenten en moeilijk te evalueren. Activiteiten zijn er genoeg, maar richting en samenhang ontbreken.
We hebben niet méér burgerschap nodig. We hebben beter doordacht burgerschap nodig.
Burgerschap vraagt om denken, niet alleen doen
We leven in een tijd waarin maatschappelijke spanningen toenemen. Polarisatie, identiteitsvraagstukken en complexe morele dilemma’s maken duidelijk dat samenleven geen vanzelfsprekendheid is. Juist daarom kan burgerschapsonderwijs niet beperkt blijven tot kennisoverdracht of losse vaardigheden. Het vraagt om:
Burgerschap is daarmee geen extra onderdeel van het curriculum, maar raakt aan de kern van onderwijs: de vorming van de mens.
De veranderende rol van de docent
Deze verschuiving heeft directe gevolgen voor de rol van de docent. De docent is niet langer uitsluitend kennisoverdrager, maar wordt:
Dat vraagt om andere vaardigheden — en vooral om een andere vorm van professionaliteit. Tegelijkertijd zien we dat veel docenten hier nog weinig opleiding of houvast in hebben gekregen. Dat maakt burgerschapsonderwijs in de praktijk vaak onzeker en zoekend.
Wat vraagt dit van scholen?
Als we de lijn van de inspectie serieus nemen, vraagt dit om een fundamentele versterking van burgerschapsonderwijs. Dat betekent:
Maar bovenal vraagt het om iets wat niet altijd vanzelfsprekend is: de bereidheid om het normatieve gesprek te voeren.
Maar bovenal vraagt het om iets wat niet altijd vanzelfsprekend is: de bereidheid om het normatieve gesprek te voeren. Over wat we waardevol vinden. Over wat we willen doorgeven. Over wat goed samenleven betekent.
Waarom filosofie juist nu relevant wordt
Op dit punt wordt duidelijk waarom filosofie opnieuw aan betekenis wint binnen het onderwijs. Burgerschapsonderwijs gaat niet alleen over kennis (hoe werkt de democratie?) of vaardigheden (hoe voer je een debat?), maar over waarden: Wat is rechtvaardig? Wat betekent vrijheid? Wanneer ben je verantwoordelijk voor een ander? Dat zijn geen technische vragen. Dat zijn normatieve vragen — vragen over wat goed is. Filosofie is bij uitstek het vakgebied dat deze vragen onderzoekt, verdiept en expliciteert.
Burgerschap blijkt niet alleen een didactische of organisatorische uitdaging te zijn, maar vooral een inhoudelijke. Het gaat om vragen die niet eenduidig te beantwoorden zijn, maar wel doordacht moeten worden. Filosofie biedt hiervoor een taal en een methode. Zonder die laag blijft burgerschap oppervlakkig.
De HTF Hogeschool voor Toegepaste Filosofie en het HTF Denkhuis spelen hierop in door onderwijs en professionalisering te ontwikkelen die zich richten op:
Deze benadering richt zich niet op méér activiteiten, maar op meer begrip. Niet op het toevoegen van nieuwe onderdelen, maar op het verdiepen van wat al gebeurt. Van doen naar begrijpen
De conclusie die zich opdringt, is eenvoudig maar wezenlijk:
We hebben niet méér burgerschap nodig. We hebben beter doordacht burgerschap nodig.
#burgerschap #destaatvanhetonderwijs2026 #filosofie #onderwijs #docenten #persoonsvorming
Auke Klijnsma is Toegepast Filosoof, docent HRM aan de Hogeschool Leiden en trainer van de Leergang Werkmeesterschap bij het HTF Denkhuis. We spraken hem over vakmanschap, werkgeluk en de vraag wat werk eigenlijk goed maakt.
Auke begon niet met filosofie omdat hij filosoof wilde worden. Hij werkte in het HRM-vak en merkte dat hij vastzat. "Alles werd bekeken vanuit efficiëntie, systemen en instrumenten. Dat werkt tot op zekere hoogte, maar ik miste iets fundamenteels."
Wat hij miste was ruimte. Voor reflectie, voor twijfel, voor vragen zonder direct antwoord. Filosofie bood hem dat: vertragen, onderzoeken, bevragen. "Even uit het automatische denken stappen en opnieuw kijken."
EERST MOEILIJKER MAKEN
Het klinkt misschien paradoxaal, maar Auke leerde dat je problemen niet meteen moet oplossen, je moet ze eerst verdiepen. "Ik heb altijd geleerd om dingen zo simpel mogelijk te maken. Filosofie leert je om het eerst moeilijk te maken. Niet om te compliceren, maar om te begrijpen. Pas daarna kun je het weer eenvoudig maken, maar dan op een manier die klopt."
WAT IS GOED WERK?
Goed werk is werk waar je trots op kunt zijn, zegt Auke. Werk dat je met aandacht en zorg uitvoert.
"Niet perfect, maar wel zo goed als je kunt. Het gaat erom dat je aan het eind van de dag kunt zeggen: dit klopt. Dit is van mij."
Dat gevoel staat onder druk. Werk wordt steeds meer opgeknipt in taken, processen en meetbare output. "Daardoor kun je vervreemd raken van het geheel. Je doet wel iets, maar het voelt niet meer als jouw werk."
VAKMANSCHAP VRAAGT TIJD
Auke haalt vaak het werk van Richard Sennett aan. Sennetts idee: vakmanschap gaat over de wil om iets goed te doen omwille van het goed doen zelf, niet omdat het wordt gemeten of beloond. "Dat idee raakt me enorm, omdat het haaks staat op hoe werk nu vaak is georganiseerd."
Want vakmanschap heeft tijd nodig. Oefening. Reflectie. Ruimte om fouten te maken. "In veel organisaties is die ruimte verdwenen. Alles moet snel, efficiënt, lean. Maar zonder oefentijd kun je nergens beter in worden. En zonder beter worden verdwijnt de trots."
Dat kost mensen meer dan ze denken. "Veel mensen raken niet opgebrand omdat ze lui zijn of niet gemotiveerd, maar omdat ze jarenlang werk hebben gedaan dat niet klopt met hun idee van goed werk."
VAKMANSCHAP BEGINT KLEIN
Auke beseft dat je het systeem niet in je eentje verandert. Maar vakmanschap begint bij jezelf. "Door opnieuw te kijken naar je eigen werk. Wat is wezenlijk? Waar voeg ik echt waarde toe?" En dat vraagt moed. "Vakmanschap is niet alleen technisch, maar ook moreel. Het vraagt de moed om grenzen te stellen."
Zijn vraag aan de lezer: sta eens stil bij je eigen werk. Wat betekent goed werk voor jou? Waar ben je trots op? "En stel jezelf dan die ene vraag: wat kan ik vandaag of morgen doen om mijn werk weer een beetje beter te maken? Soms zit dat in iets kleins. Een gesprek, een keuze. Maar juist daar begint vakmanschap."
Interview door: Simone Lensink

Auke Klijnsma is trainer van de Leergang Werkmeesterschap bij het HTF Denkhuis. In deze filosofische leergang onderzoek je aan de hand van vier denkers wat goed werk is en hoe je je eigen vakmanschap, regie en werkgeluk (her)vindt. De leergang start op 8 mei 2026.
Voor meer informatie over Aukes werk omtrent ’werk’ bekijk zijn website.
Op deze zonnige zondagochtend arriveerden de deelnemers op treinstation Maarn. Nadat er een kring was gevormd en Floris met zijn Tingsha bellen om aandacht vroeg, stelde iedereen zich voor en sprak de verwachting uit van de walkshop.
Floris stelde voor om tijdens de wandeling in wisselende duo's elkaar te bevragen over mens- en wereldbeelden. Dit werd telkens onderbroken door gezamenlijke reflectie momenten waarin inzichten en bijzonderheden werden gedeeld. Het naar elkaar luisteren en doorvragen op impliciete aannames en veronderstellingen kon zo goed worden geoefend. Ook de oogst van de dialogen bracht nieuwe inzichten die verder onderzocht konden worden.
Halverwege de wandeltocht werden drie deelnemers geblinddoekt en lieten ze zich begeleiden over de bospaden. Na de eerste, voor sommigen angstige stapjes, groeide het vertrouwen in de begeleider en ontstonden er spontane gesprekken over de blinde ervaring. De Koepel van Stoop was geopend en werden de geblinddoekte deelnemers naar binnen geleid. Deze koepel maakt deel uit van de culturele route rond de pyramide van Austerlitz en wordt gebruikt voor kleine kunst en poëzieprojecten. Eenmaal plaatsgenomen en voorzien van koffie en thee met een koekje, droeg stadsdichter Jan-Paul Rosenberg een aantal gedichten voor uit zijn werk "Gedroomde grond". Voor de geblinddoekte deelnemers was het een interessante ervaring om te luisteren naar een stem die een gedicht laat horen in een onbekende ruimte met een onbekend aantal mensen. Na dit inspirerende bezoekje aan de koepel, werd de wandeling hervat.

Tijd voor bomen knuffelen en de blinddoeken gingen af. Iedereen koos een favoriete boom uit en vereenzelvigde zich daarmee totdat Floris zijn Tingsha bellen liet klinken. In het reflectie moment wat daarop volgde, beschreef iedereen op ludieke wijze zijn of haar boomkeuze en wat het had betekend om daarmee verbonden te zijn. Inmiddels was het tijd voor lunch en werd er in het bos rondom Austerlitz een geschikt stukje bosgrond gevonden om gezamenlijk de meegebrachte lunch te nuttigen. Er werden broodjes, koekjes, en thee gedeeld maar er circuleerden ook wijsgerige verhalen om de denkende geest te voeden.
Tijdmanagement van Floris bepaalde dat het bospad weer werd gekozen en dit keer werden diegene geblinddoekt die eerder begeleider waren geweest, waaronder Floris. Vol overgave lieten zij zich over smalle bospaden leiden, terwijl de juiste route alleen bij Floris bekend was. De begeleiders moesten de rood-witte herkenningspunten volgen, wat een uitdaging was. Stoïcijns stelde Floris zijn vertrouwen in het lot en ondanks wat twijfelmomenten kwam de groep aan op het juiste punt. Toen de blinddoeken afgingen voor het reflectiemoment, bleek dat niemand zich zorgen had gemaakt en dat het geblinddoekt zijn zelfs comfortabel voelde.

In stilte liepen we op eigen tempo achter Floris aan, totdat hij op een open zandvlakte stopte en de groep een gesloten kring liet vormen rondom een naaldboom. Dit luidde de bosdisco in en op de muziek uit een meegenomen speaker dansten de deelnemers op expressieve wijze rondom de boom en lieten zich niet afschrikken door geschrokken wandelaars die passeerden.
Gevuld met positieve gevoelens werd het laatste stukje naar treinstation Driebergen-Zeist gewandeld en daar aangekomen, sloot Floris de walkshop af met zijn Tingsha bellen. Voordat de groep van elkaar afscheid nam, werd er teruggeblikt op de dag en sprak ieder een uitgesproken verlangen uit om het leven als levenskunst vorm te geven.
Verslag door: Rob van der Hulst
Met verdriet hebben wij kennisgenomen van het overlijden van Jan Vorstenbosch (d.d. 29 maart j.l.), een oud-docent bij de HTF die voor velen van ons van betekenis is geweest.

Jan was een aimabel mens, toegankelijk en prettig in de omgang. Hij nam de tijd, luisterde aandachtig en bracht rust in gesprekken en onderwijs. Zijn liefde voor de filosofie was geen abstracte aangelegenheid, maar een praktische houding. Hij wist complexe vragen helder te maken zonder ze te versimpelen. In zijn onderwijs nodigde hij uit tot denken, tot vertragen en tot zorgvuldige reflectie. Daarnaast heeft Jan een waardevolle bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van de masteropleiding en het accreditatieproces. Met zijn inhoudelijke scherpte en betrokkenheid heeft hij mede richting gegeven aan de kwaliteit van het onderwijs.
Een student herinnert zich Jan als een filosoof met een grote liefde voor voetbal. Met bevlogenheid verbond hij sociaal-filosofische theorieën aan het spel, op een manier die deed denken aan Cruijff: onnavolgbaar en met humor. Dat maakte zijn onderwijs inspirerend en bij velen blijvend in herinnering. Een collega verwoordde het eenvoudig en treffend: “Dat soort ongelofelijk lieve mensen gun je het eeuwige leven.”
Jan laat een blijvende indruk achter, in zijn onderwijs en in de samenwerking met collega’s. Wij zijn hem dankbaar.
We wensen zijn naasten veel sterkte toe namens de directie en vakgroep master.
In ons werk zien wij dat bestuurders en toezichthouders een spanningsveld ervaren, dat doorgaans wordt begrepen als het verschil tussen de leefwereld en systeemwereld. Het lijkt erop dat de logica die inherent is aan de praktijk van zorg, de sociale context waarin de actoren uit deze leefwereld hun samenhangende activiteiten hebben, regelmatig in conflict is met de logica die zich richt op de praktijk van het organiseren en besturen van een zorgorganisatie.
Waarheid als ‘onverborgenheid’
Alhoewel houvast ontleend kan worden aan duiding in de vorm van het onderscheid tussen leefwereld en systeemwereld, dekt het volgens ons niet volledig de lading van wat er werkelijk aan de hand is. Er ontbreekt een meer omvattende duiding van dit onderscheid en de spanning die het oplevert. Dit probleem hebben wij benaderd vanuit een filosofisch perspectief, met het idee om een werkwijze te ontwikkelen die bestuurders kan ondersteunen om op andere manieren met vraagstukken en problemen om te gaan. Volgens ons is het mogelijk om aanwezige intuïties, zoals het gevoel iets ongrijpbaars over het hoofd te zien en het verlangen daar toch naar te kunnen handelen, verder te duiden en uit te werken. Met als doel om op deze wijze een rijker perspectief op de werkelijkheid te ontwikkelen.
De ervaren spanning is volgens ons een meer dan organisatorisch of beleidsmatig vraagstuk; we verbinden dit aan een fundamentele filosofische kwestie over de wijze waarop de werkelijkheid zich aan ons toont en wat daarin al dan niet zichtbaar wordt. Het denken van de filosoof Heidegger helpt ons daarbij. In verband met de vraag hoe de werkelijkheid zich aan ons toont, begint Heidegger bij de notie ‘waarheid’. Hij stelt dat waarheid niet primair moet worden opgevat als een overeenkomst tussen uitspraak en feit, zoals we dat normaal gesproken begrijpen, maar hij grijpt in zijn begrip van waarheid terug op het oud-Griekse idee van aletheia, dat zich laat vertalen als ‘onverborgenheid’. In deze visie is waarheid een dynamisch proces, waarin aspecten van de werkelijkheid zich ontsluiten. Dit wordt door Heidegger ‘ont-bergen’ genoemd, terwijl tegelijkertijd andere aspecten verborgen blijven. In elke onthulling gaat tegelijk ook onherroepelijk weer een verhulling schuil.
Onthullen en verhullen
Wanneer we Heidegger toepassen op de bestuurspraktijk, kunnen we stellen dat het dominante systeemdenken, met nadruk op beheersing en verantwoording, slechts één element van de werkelijkheid zichtbaar maakt, namelijk ‘bruikbare’ aspecten zoals cijfers en indicatoren. Wat veel zorgprofessionals juist als wezenlijk ervaren aan de zorg blijft buiten beeld. Heidegger zou dit het effect van het ‘Ge-stel’ noemen: een alles doordringende wijze van onthullen waarin de werkelijkheid uitsluitend verschijnt als ‘Bestand’, als een voorraad van middelen die beschikbaar en beheersbaar moeten zijn.
Filosofische reflectie legt de nadruk op het verhelderen van datgene wat in ons waarnemen en denken verborgen blijft.
De systeemwereld, als uitdrukking van het ‘Ge-stel’, dwingt bestuurders tot een manier van waarnemen en oordelen die het onzichtbare, relationele, morele, spirituele en transcendente domein systematisch buiten beeld laat. Wat Heidegger scherp zichtbaar maakt, is dat dit niet slechts een praktisch probleem is, maar ook een ontologische kwestie: de werkelijkheid toont zich slechts in beperkte vorm. Er is een ‘verhulling’ gaande, die leidt tot verarming van het handelen. In deze ‘Gestel-houding’ toont de werkelijkheid zich slechts voor zover zij functioneel ingezet kan worden binnen een bestaande structuur. Zorg wordt primair zichtbaar als een te managen systeem: patiënten worden cliënten, tijd wordt efficiëntie en kwaliteit wordt gereduceerd tot criteria. Wat zich buiten deze logica bevindt, blijft verhuld. Dit is de kern van Heideggers idee dat elke manier van onthullen altijd gepaard gaat met een vorm van verhullen.
Betekenisvolle gebeurtenis
We hebben een proces van filosofische reflectie ontwikkeld als een praktische wijze om het onzichtbare van de werkelijkheid te onthullen. Filosofische reflectie legt volgens ons de nadruk op het verhelderen van datgene wat in ons waarnemen en denken verborgen blijft. We begrijpen dit als een manier van denken en ervaren waarin de werkelijkheid opnieuw aan ons verschijnt; niet als bruikbaar object, maar als betekenisvolle gebeurtenis. Verbetering van het handelen is weliswaar een waardevolle uitkomst, maar is niet het primaire doel van de reflectie zelf.
Het beroepsproduct dat wij ontwikkeld hebben, faciliteert het opdoen van inzichten op basis van het ‘ont-bergen’ en begeleidt de doorwerking ervan in de bestuurspraktijk. Dit start met het lezen door bestuurders van een door ons geschreven filosofische tekst (een eerste doorwerking), gevolgd door een dialoog over de betekenis daarvan voor de eigen praktijk (het begin van ‘ont-bergen’). De opvolging is steeds maatwerk en vindt plaats op individueel niveau of in teams, bijvoorbeeld (ook) met een raad van toezicht of een managementteam. De werkvormen bevatten steeds elementen van poëzie en/of kunst om tot een rijkere ervaring van de werkelijkheid te komen.
De eerste uitvoeringen van dit proces zijn goed ontvangen. Het is ons doel deze werkwijze als een cyclisch product door te ontwikkelen om zo bij te dragen aan een rijkere ervaring van de werkelijkheid van zorg, waarmee het bestuurlijk handelen stevig geworteld raakt in de wezenlijke betekenis van de zorg.

Jurgen Vos werkt als Principal adviseur bij Q-Consult Zorg, waar hij zich inzet om de zorg telkens iets te verbeteren. In zijn huidige werk brengt hij de bedrijfskundige invalshoek samen met de psychologische, aangevuld met oog voor de groepsdynamiek.
Hans Leune is ethicus bij de gehandicaptenzorgorganisatie Cello, en is afgestudeerd aan de HTF als Toegepast Filosoof.

Het ontwikkelen van burgerschapsonderwijs is een rode draad geweest in mijn studiejaren aan de HTF. In mijn tweede jaar kwam ik in aanraking met het probleem dat ‘burgerschapsonderwijs’ heet en sindsdien heb ik geprobeerd dat vraagstuk op mijn manier te doorgronden. In 2024 kreeg ik de kans om dat in de praktijk te doen. Op het DevelsteinCollege werd ik, samen met een collega, onderdeel van de werkgroep Burgerschap, met als doel het onderwijs op dit gebied duurzaam vorm te geven.
Visie en concrete leerdoelen
Het eerste probleem waar je tegenaan loopt, is de abstractheid van begrippen als ‘burgerschap’ en ‘burgerschapsonderwijs’. De overheid geeft in de wettelijke opdracht burgerschap (2006) en de uitbreiding daarvan (2021) een nogal abstracte omschrijving, vermoedelijk om paternalisme te vermijden. Tegelijk maakt die vaagheid het moeilijk om te bepalen wat goed burgerschapsonderwijs eigenlijk is. Daar komt bij dat burgerschapsonderwijs geregeld stevige kritiek krijgt. In november 2023 verscheen er in dit vakblad bijvoorbeeld een artikel van Joep Dohmen onder de titel: “Waarom burgerschapsonderwijs gedoemd is te mislukken.” Zulke (terechte) kritiek zorgt ervoor dat je je gaat afvragen wat burgerschap precies inhoudt en hoe je dit betekenisvol kan vormgeven. Voor mij maakte juist die onzekerheid de uitdaging extra aantrekkelijk. Als het antwoord nog niet vaststaat, is er ruimte om het zelf te ontdekken.
De filosofie heeft mij daarbij geholpen. Ze leert je begrippen te onderzoeken, scherp te definiëren en pas daarna in praktijk te brengen. We begonnen met veel onzekerheid, maar filosofisch begripsonderzoek gaf houvast. Het gevoel tijdens dit proces wordt goed samengevat in de volgende quote:
“Het meest praktische wat een reiziger kan doen die onzeker is over zijn weg, is niet om met grootse snelheid de verkeerde richting op te gaan, maar om te overwegen hoe hij de juiste richting kan vinden.”
Die houding van reflectie en zorgvuldigheid bleek essentieel bij het ontwikkelen van burgerschapsonderwijs. Het hele proces bestaat uit continu begrippen verhelderen en draagvlak creëren, maar ook uit een visie formuleren, en die vertalen naar concrete leerdoelen en activiteiten. In werkelijkheid liepen die stappen voortdurend door elkaar. Je leert al doende en stelt bij waar nodig.
Definitie kernbegrippen
Zo begon ik met het formuleren van de definitie van de kernbegrippen ‘burgerschap’ en ‘burgerschapsonderwijs’, zowel in algemeen zin als toegespitst op het DevelsteinCollege. Voor dit stuk deel ik de algemene definities.
Mijn definitie van burgerschap luidt:
“Burgerschap is een essentially contested concept, dat verwijst naar een gemeenschapsgevoel (lidmaatschap), een juridische status of een politieke activiteit (participatie). Het is een concept dat verschillende politiek-filosofische opvattingen kan verenigen.”
Deze definitie is geïnspireerd op Patrick Loobuyck, auteur van Burgerschap: politiek-filosofische perspectieven.
Voor burgerschapsonderwijs liet ik mij inspireren door Eidhof en Biesta. Ik definieer het als volgt:
“Een schoolvak met een ethische kern, gebaseerd op de fundamentele waarden van de democratische rechtsstaat. Het leert leerlingen hoe zij zich als burger kunnen manifesteren en oriënteren in sociale, maatschappelijke en politieke contexten. Burgerschap gaat over wat je kunt doen met vrijheden en rechten - voor jezelf, een ander en de samenleving.”
Hopelijk dagen deze definities anderen uit om een eigen versies te formuleren.
Mijn afstudeerproject is inmiddels een fundamenteel document en vormt de basis voor toekomstige leerlijnen van havo en vwo.
Luisteren en ontwerpen
In maart 2024 bood de SLO nieuwe handvatten in de vorm van leerdoelen. Die combineerden we met onze definities tot een stevig fundament voor de leerlijn. Op het DevelsteinCollege besloten we bovendien gedeeltelijk gehoor te geven aan Dohmen’s kritiek. We maakten binnen burgerschap een splitsing tussen ‘persoonsvorming’ en ‘internationalisering’, samengebracht onder de naam ‘(wereld)burgerschap’. Vervolgens vertaalden we deze visie naar concrete leerdoelen, en voerden een nulmeting uit om te zien wat er al aan burgerschapsactiviteiten gebeurde en wat er nog ontbrak. Daarna onderzochten we de school- en leerlingencultuur, want de leerlijn moest niet alleen passen bij de visie van de school, maar ook bij de leefwereld van de leerlingen. Burgerschapsonderwijs ontwikkelen is dus evenzeer een kwestie van luisteren als van ontwerpen.
Na dat voorwerk konden we activiteiten formuleren die aansloten bij de visie en de behoeften die we hadden vastgesteld. Die activiteiten vormen binnen de overkoepelende leerlijn twee sub-leerlijnen: één voor persoonsvorming en één voor internationalisering. Mijn afstudeerproject kun je dan ook zien als een matroesjka-pop van leerlijnen: elk onderdeel bevat een kleinere structuur, maar samen vormen ze één geheel.
Betekenisvol onderwijs
Het eindresultaat werd enthousiast ontvangen. Mijn afstudeerproject is inmiddels een fundamenteel document binnen de werkgroep en vormt de basis voor toekomstige leerlijnen van havo en vwo. Het bevat onze theoretische onderbouwing, onderzoek binnen de school, een beschrijving van de school- en leerlingencultuur en een uitgewerkte leerlijn voor klas 1 tot en met 4 van het vmbo-t. Een collega noemde het document ‘een snoepwinkel’, een compliment dat ik met plezier aanvaard.
Afsluitend wil ik dit meegeven: laat je niet ontmoedigen door de kritiek op burgerschapsonderwijs en ook niet door de omvang van de taak. Zie het als een kans om betekenisvol onderwijs te creëren dat jongeren helpt hun plaats te vinden in een complexe samenleving. Burgerschapsonderwijs is nooit af, maar juist daarin schuilt zijn kracht: het is een voortdurende oefening in nadenken, inleven en samen leren wat het betekent om burger te zijn.

Jelle Verlooij heeft zich in 2022 aangemeld bij de HTF om de bachelor Toegepaste Filosofie (afstudeerrichting Onderwijs) te volgen. Hij heeft zich aangemeld als zelfstandig timmerman en heeft zich door de opleiding weten te ontwikkelen tot leraar maatschappijleer en levensbeschouwing. Momenteel is hij werkzaam op het DevelsteinCollege in Zwijndrecht en is hij medeverantwoordelijk voor de ontwikkeling van het burgerschapsonderwijs; Jelle volgt momenteel aan de Universiteit van Tilburg de master Philosophy of mind and psychology.
De afgelopen maanden zijn beide opleidingen positief geheraccrediteerd en is het lectoraat van Floris van den Berg van start gegaan. Mooie mijlpalen die de kwaliteit en toekomst van ons onderwijs bevestigen.
Gisteren hebben we dit gevierd met de medewerkers en (oud-)studenten die zich hebben ingezet voor de heraccreditatie. Met heerlijk eten en goede gesprekken sloten we het eerste deel van het schooljaar af en bespraken we de plannen voor volgend jaar.
We hebben enorm genoten, bedankt iedereen die erbij was!

Ik hoefde niet lang na te denken, want vlak voor mijn neus bevond zich een groot probleem. Het was een kwestie waarmee ik al jaren worstelde, net als de meeste van mijn collega’s in de wereld van training, coaching en advies. Wat zeg je als iemand je vraagt: “En wat doe jij eigenlijk?”
Professionele identiteit
Hoe vat je kort samen wat jij als professional te bieden hebt? Hoe vertel je een verhaal dat bij je past? Hoe blijf je weg van de clichés en algemeenheden? Hoe onderscheid je je? Wat zijn de juiste woorden voor de dienst die jij levert? Hoe zorg je ervoor dat je verhaal niet te langdradig is? Maar ook niet te kort? Hoe geef je je eigen kleur en stijl aan je verhaal? Kortom: hoe zet je je professionele identiteit neer?
Ik herinner me dat ik in die tijd een scholingsweekend bijwoonde met een paar honderd trainers, coaches en adviseurs: allemaal mensen zoals ik. Met elkaar vulden we een compleet hotel, we volgden workshops in grote zalen, we hadden een ontbijtbuffet, lunch en diner, en we praatten de hele dag door. Overal om me heen ontmoetten mensen elkaar en vertelden ze elkaar over hun werk. Ik hoorde gestotter en gestamel, eindeloze persoonlijke verhalen en veel clichés, ook uit mijn eigen mond. Dat voelde helemaal niet goed. Niemand van ons kwam goed uit de verf – en dan waren we nog maar als trainers en coaches onder elkaar.
Glashelder verhaal
Wat een toestand, dacht ik, al deze mensen hebben kwaliteiten en ze doen zulk waardevol werk, maar ze hebben geen ‘verhaal’. Zo werd mijn onderneming geboren: ‘Glashelder Verhaal’. Ik dokterde uit hoe de praktische filosofie deze mensen kan helpen om de kern van hun werk op een treffende manier tot uitdrukking te brengen. Elke trainer, coach, adviseur verdient een verhaal waarbij die zich comfortabel voelt, een verhaal dat past en klopt en recht doet. Daarnaast is het belangrijk dat dat verhaal herkenbaar en aantrekkelijk is voor de doelgroep. Dus ik moest twee vliegen in één klap slaan. Ik ontwierp mijn eigen methode en ging aan de slag. De praktisch-filosofische aanpak bleek te werken als een trein.
Wat is er praktisch-filosofisch aan het probleem dat al die trainers, coaches, adviseurs met elkaar delen? Ik noem drie belangrijke kenmerken. Ten eerste doen veel dienstverleners - mensen die met mensen werken - hun werk met hart en ziel. Hun betrokkenheid komt voort uit een verbinding die zij voelen met hun doelgroep, de methode die ze inzetten of de beroepspraktijk waarin ze zich begeven. Grip krijgen op deze ingrediënten is lastig, want ze voelen enerzijds persoonlijk, maar je levert anderzijds een zakelijke dienst. Tegelijk zijn deze ingrediënten wezenlijke bouwstenen als je iets wilt vertellen over wat je doet en wat je daarin belangrijk vindt. De praktische filosofie helpt je de kern van wat je doet te pakken te krijgen.
Ten tweede werken professionals, zoals procesbegeleiders, vanuit hun ervaringskennis. In de loop van hun leven doen ze verschillende opleidingen en ze helpen vele mensen in allerlei contexten. Hoe ervarener ze worden hoe meer ze durven te vertrouwen op hun intuïtie. De berg aan ervaringskennis die onder je werkende leven ligt, is bepalend voor wat je doet, maar blijft vaak voor het grootste deel impliciet: je hebt er nog geen woorden voor. Het loont om je ervaringskennis expliciet te maken: dan kun je deze makkelijker delen met je klanten. De praktische filosofie helpt je te verwoorden wat je weet, maar nog niet kon zeggen.
Ten derde hebben ervaren, gedreven, geïnspireerde coaches en adviseurs vaak ontzettend veel te vertellen. Ze zijn nogal verbaal ingesteld, ze hebben veel woorden tot hun beschikking en ze lopen over van de mooie praktijkvoorbeelden. Maar ze zien door de bomen het bos niet meer. Daarnaast zijn ze gevormd door het jargon in hun wereld en weten ze vaak niet hoe ze de clichés, containerbegrippen en beleidstaal van zich af kunnen schudden. Vaak praten ze praten ook nog hun collega’s na. Zie daar maar eens je eigen verhaal van te maken. De praktische filosofie helpt je te bepalen wat van jou is en hoe je je verhoudt tot anderen.
Effectieve methode
De onschuldige vraag ‘En wat doe jij eigenlijk?’ van de ene dienstverlener aan de andere confronteert beiden met hun vage gevoelens en gedachten, hun ongrijpbare inzichten en de onoverzichtelijke veelheid in zichzelf. Dat is een machteloze ervaring. Socratische technieken helpen je om de kern van wat je doet boven tafel te krijgen, woorden te vinden voor je ervaringskennis en orde te brengen in de chaos.
Voor een groot probleem dat ik in mijn eigen werkveld signaleerde, heb ik een praktisch-filosofische aanpak gevonden: een effectieve methode voor een specifieke niche. Inmiddels begeleid ik al vijftien jaar ervaren coaches en consultants die worstelen met het profileren van zichzelf. Ik help ze bij het verwoorden van een glashelder verhaal over hun dienst. Met een glashelder verhaal maak je jezelf zichtbaar als professional, je bent herkenbaar voor je doelgroep en je krijgt een vanzelfsprekende aantrekkingskracht. Zo bouw je je onderneming op een stevig fundament. Deze aanpakt werkt en werkt nog steeds, voor mijn klanten en voor mij.
Hardnekkige problemen rond de kern van een zaak, het ontbreken van de juiste woorden en een overweldigende chaos zijn overal te vinden. Niet alleen in mijn niche. Er bestaan vele hardnekkige kwesties die gebaat zijn bij een praktisch-filosofische aanpak. Mijn niche is mijn niche geworden omdat mijn affiniteit op die plek ligt. Ik maak zelf deel uit van mijn niche. Ik help mensen met het oplossen van een pijn die ook mijn pijn was. Voor iedereen is er een niche. Je moet die wel zelf zoeken, want jij bent degene die de klik voelt als je er bent.
Ik nodig je uit op zoek te gaan naar een hardnekkig probleem in jouw werkveld, het kan niet complex genoeg zijn. Hoe kan de praktische filosofie helpen? Verzin een plan en pak het aan.

Kiki Verbeek is neerlandica, filosofe en theatermaker. Ze helpt zakelijk dienstverleners met het verhelderen van hun professionele verhaal. Ze helpt je focus aanbrengen in je handelen, zichtbaar maken waar je voor staat en doen wat je belangrijk vindt. www.glashelderverhaal.nl
Publicatie Kiki Verbeek
Professionele identiteit voor ervaren coaches & consultants, Van Duuren Management (2021). Dit boek helpt je bij het neerzetten van je professionele identiteit. Het laat je zien hoe je een vorm vindt voor jouw inhoud, met stimulerende praktijkverhalen. Zo maak je jezelf en je dienst zichtbaar, herkenbaar en aantrekkelijk.

Het maakt het nóg triester dat op 10 september een kogel een eind maakte aan het leven van Charlie Kirk, symbolisch genoeg op een universiteitscampus, terwijl hij sprak over wapengeweld. Het is niet de dood van Socrates, maar toch een tragedie voor zowel democratie als filosofie.
Feiten doe ertoe
Dat vond niet iedereen, ook niet binnen academia. Zo bleek een collega-filosoof - universiteitsdocent in Nijmegen - vooral geschokt door ‘de collectieve verheerlijking’ van Kirk’ (de Volkskrant 24 september 2025). Kirk was een ‘extreemrechtse haatprediker’, met ‘weerzinwekkende’ denkbeelden. In de tijd van Socrates hadden we, na wat socratisch verantwoord doorvragen, wellicht voorbeelden van denkbeelden gehoord, die dan inderdaad onze weerzin zouden wekken. In tijden van Google leert een advanced search dat het om ideeën gaat, waarmee de geachte collega het eenvoudigweg oneens is: dat empathie een schadelijke new age-uitvinding is, of dat het recht op wapenbezit onvermijdelijk slachtoffers maakt en dan volgens Kirk nóg te verkiezen valt, evenals bijvoorbeeld autoverkeer. Of, en hier wordt het betoog van onze medewijsgeer nog minder wijsgerig verantwoord: dat bij wat verder doorklikken er feitelijk niets overblijft van aantijgingen als ‘Kirk was voor het stenigen van homo’s’ en ‘Kirk vond dat transgenders moeten worden gelyncht, net als zwarten in de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw’.
Feiten doen ertoe, ook voor filosofen. Zelfs voor filosofen die menen dat ‘waarheid’ een betrekkelijk begrip is. Zeker als het verdraaien van feiten - ‘Kirk wil ons dood hebben!’ - resulteert in de overtuiging bij een jongeman dat moord het aangewezen antwoord is op de ‘haat’ en het ‘geweld’ van Charlie Kirk. Terwijl deze, onder het motto prove me wrong, vaak opvallend hoffelijk in gesprek ging met mensen die hem leken te beschouwen als een fundamentalistisch-christelijke antichrist. In ontelbare reacties op (social) media na de moord lag de nadruk op hoe verwerpelijk de zojuist vermoorde persoon was, vaak op basis van verdraaide citaten en horen-zeggen.
Wanneer denkers nog niet dood zijn, verwelkom ze dan op je campus, hoezeer je ook met hen van mening verschilt.
Ignorantie en arrogantie
Het gaat echter niet louter om feiten, hoe belangrijk die op zichzelf ook zijn. Het gaat, zoals zo vaak in de filosofie, ook om elementaire logica en de argumentatie die daaruit voortvloeit. Dan blijkt het punt dat mensen als Kirk niet op universiteiten hoeven te worden gehoord, een even hooghartige als halfslachtige, eeuh…. apologie te krijgen. Niet toevalligerwijs draagt het betoog van onze collega de titel: ‘De universiteit is geen talkshowtafel’. Hij schrijft: “Het gaat op een universiteit immers niet om doxa, maar om episteme. Dat wil zeggen: het gaat niet om de snel gevormde mening, maar om de grondig onderzochte kennis.”
Geen moment lijkt het in dit imposant fronsende voorhoofd te zijn opgekomen dat zijn episteme verdacht veel trekken vertoont van doxa, zoals ik daarnet aangaf bij het verwijt van ‘haatprediker’. En al helemaal niet dat de doxa van politieke of filosofische tegenstanders, meer episteme zou kunnen vertonen dan ons lief is. (Voor alle duidelijkheid: ik zeg dit als iemand die het negen van de tien keer met Charlie Kirk oneens was en die nul sympathie heeft voor de pogingen van Kirk’s held Trump om vrije meningsuiting en academische vrijheid in te perken). Al met al doemt hier een riskante combinatie op van ignorantie en arrogantie, en lijkt de Nijmeegse filosoof ineens op de studenten die de autodidact Kirk overtuigend op hun plaats zette. Of, om naar de klassiekers terug te keren: op wijsgerige windbuilen als Euthyphro en Meletus, Socrates’ favoriete slachtoffers.
Intellectueel lui en zelfvoldaan
Maar laten we het dialectische steekspel, zoals Nietzsche de socratische methode aanduidde, even achter ons laten en een positief alternatief schetsen, voor zowel de filosofie als de democratie. Weinig filosofen hebben de constructieve waarde van tegenspraak - uitgenodigd, of zonder invitatie verschenen - zozeer benadrukt als John Stuart Mill. “Zowel leraren als leerlingen vallen in slaap op hun wachtpost, als er geen vijand in het veld te zien valt.”
Als de kogel die Kirk trof ergens goed voor zal zijn, is het hopelijk het besef van waar vrije meningsuiting om draait.
Waarmee Mill aangaf dat het op universiteiten en in de publieke opinie altijd zaak is om fundamenteel meningsverschil te verwelkomen. Niet alleen vanwege de pluriformiteit of, met een hedendaags begrip, viewpoint diversity, die op zich al waarde heeft in de democratie. Maar ook om te voorkomen dat jijzelf intellectueel lui en zelfvoldaan wordt. Dat nu is precies wat ik in de studenten zag die in onzachte aanraking kwamen met Charlie Kirk: jongens en meisjes die weliswaar indrukwekkende studies volgden en ingewikkelde boeken lazen… maar die ook al veel te lang niet meer tegengesproken waren of werkelijk aan het denken gezet. En die dus uiteindelijk hulpeloos bleken, zelfs al hadden ze een valide punt te verdedigen, zoals de zaak van Gaza, de gevaren van wapenbezit, of de argumenten vóór vrije abortuskeuze.
Vrijheid van de andersdenkende
In het filosofieonderwijs ligt de kunst van de georganiseerde tegenspraak erin dat je wérkelijk contrasterende visies behandelt en uiterst terughoudend bent met het diskwalificeren van tegenargumenten als ‘slecht onderbouwd’ of ‘wetenschappelijk irrelevant’. Je zou dit een ultieme praktische wijsheid ofwel phronèsis kunnen noemen, voorbij doxa en episteme. Laat je studenten verschillende teksten zien, reik ze diverse criteria aan, en ziedaar… ze kunnen zelf oordelen, zonder te veroordelen, te betreuren of te bespotten.
Wanneer denkers nog niet dood zijn, verwelkom ze dan vooral op je campus, hoezeer je ook met hen van mening verschilt. Sterker nog: hoe méér je met hen van mening verschilt. Te vaak reserveren we vrije meningsuiting voor mensen die niet te ver verwijderd van onze eigen opinie opereren. Het wordt spannend, maar ook pas echt de moeite waard, wanneer je de mogelijkheid inbouwt dat ze je - al is het maar gedeeltelijk - overtuigen. Dat kan alleen wanneer je ze het woord gunt. ‘Vrijheid is altijd de vrijheid van de andersdenkende,’ stelde Rosa Luxemburg.
Als de kogel die Kirk trof ergens goed voor zal zijn, is het hopelijk dit besef van waar vrije meningsuiting écht om draait.

Remko van Broekhoven (1967) is politiek filosoof. Hij is gepromoveerd aan de Universiteit Utrecht, en doceert onder meer voor The School of Life, de Volksuniversiteit en het HOVO.
Foto: Fjodor Buis
Foto Charlie Kirk: Gage Skidmore
Met ingang van het studiejaar 2025-2026 is dr. Floris van den Berg benoemd tot lector ‘Filosoferen voor een Betere Wereld’ aan de Hogeschool voor Toegepaste Filosofie (HTF). In zijn nieuwe rol zal Van den Berg, in samenwerking met het HTF Denkhuis, nieuwe filosofische werkvormen ontwikkelen die aanzetten tot morele (her)oriëntatie. Van den Berg: “Filosofie kan bijdragen aan het project van de Verlichting om te streven naar een betere wereld met minder leed en meer geluk, voor menselijke én niet-menselijke dieren, voor nu en in de toekomst.”
Algemeen-directeur Martin Slagter: “Met Floris hebben we een toegepast filosoof pur sang in huis, die denken en doen op een unieke manier verbindt en filosofie echt in weet te zetten voor een betere samenleving.”

De morele cirkel
Van den Berg (1973) promoveerde in 2011 op het proefschrift Harming others: universal subjectivism and the expanding moral circle, waarin hij het ‘universeel subjectivisme’ ontwikkelde - een ethische theorie en gedachteoefening gericht op het verminderen van het lijden voor mens en dier, hier en nu, elders en in de toekomst. Hij publiceerde twintig boeken, waaronder Filosofie voor een betere wereld, en talloze artikelen over veganisme, liberalisme, feminisme, humanisme en atheïsme – steeds gericht op het vergroten van onze morele cirkel. Ten behoeve van onderwijs creëerde hij een dozijn kennisposters en ontwikkelde hij walkshops om met studenten in de natuur wandelenderwijs te filosoferen. In 2016 won hij met Beter weten. Filosofie van het ecohumanisme de Boekenprijs van deMens.nu. Ook maakt hij de filosofische podcast ‘De vrije gedachte’.
Van den Berg doceert onder andere milieuethiek, wetenschapsfilosofie en creatief schrijven aan de HTF. Hij is tevens als universitair docent milieufilosofie verbonden aan de Universiteit Utrecht. Sinds 2023 is hij voorzitter van de vrijdenkersvereniging De Vrije Gedachte. Hij is een veelgevraagd spreker, commentator en organisator.
Filosoferen
De HTF is een door idealen gedreven organisatie, opgericht en uitgebouwd door docenten filosofie, hoogleraren en filosofische professionals uit de beroepspraktijk. De HTF wil filosofie laten doordringen tot in de haarvaten van de samenleving om grote maatschappelijke uitdagingen het hoofd te bieden. De HTF verzorgt bachelor- en masteropleidingen, trainingen, toegepast onderzoek en advies, waarbij inzetbare denkvaardigheden – het filosoferen, meer nog dan ‘de’ filosofie - centraal staan. Het lectoraat van Floris van den Berg ondersteunt de HTF hier in de volle breedte.
Symposium
De HTF organiseert op zaterdag 22 november 2025 het symposium ‘Filosoferen voor een Betere Wereld’, waarbij Van den Berg zijn lectoraatsrede zal uitspreken en diverse workshops gevolgd kunnen worden. De rede is ook uitgewerkt tot publicatie die bij de HTF uitgeverij zal verschijnen.

De Hogeschool voor Toegepaste Filosofie (HTF) biedt de eerste hbo-bachelor en hbo-master Toegepaste Filosofie in Nederland aan.