info@hogeschoolvoortoegepastefilosofie.nl
+31(0)85 8769712
Contact

We doen veel — maar begrijpen we het ook?

De inzichten uit De Staat van het Onderwijs 2026 zijn helder en tegelijk confronterend: burgerschap staat hoog op de agenda, maar blijft in de praktijk vaak achter.

Dat is opmerkelijk. Want scholen doen veel. Projecten, gastlessen, debatten, mentoractiviteiten — het aanbod is breed en vaak met de beste intenties vormgegeven. En toch luidt het oordeel van de inspectie: het onderwijs is vaak onvoldoende doelgericht, samenhangend en doordacht. Hoe kan dat?

Het probleem zit dieper dan uitvoering

Wat opvalt in de analyse van de inspectie, is dat het probleem niet in de eerste plaats ligt bij inzet of motivatie. Scholen werken hard aan burgerschap. Docenten zijn betrokken en zoeken naar manieren om leerlingen voor te bereiden op hun rol in de samenleving. Het probleem zit dieper.

Het gaat niet alleen om wat we doen, maar om wat we begrijpen.

Zonder heldere antwoorden op deze vragen blijft burgerschap kwetsbaar. Het wordt versnipperd, afhankelijk van individuele docenten en moeilijk te evalueren. Activiteiten zijn er genoeg, maar richting en samenhang ontbreken.

We hebben niet méér burgerschap nodig. We hebben beter doordacht burgerschap nodig.

Burgerschap vraagt om denken, niet alleen doen

We leven in een tijd waarin maatschappelijke spanningen toenemen. Polarisatie, identiteitsvraagstukken en complexe morele dilemma’s maken duidelijk dat samenleven geen vanzelfsprekendheid is. Juist daarom kan burgerschapsonderwijs niet beperkt blijven tot kennisoverdracht of losse vaardigheden. Het vraagt om:

Burgerschap is daarmee geen extra onderdeel van het curriculum, maar raakt aan de kern van onderwijs: de vorming van de mens.

De veranderende rol van de docent

Deze verschuiving heeft directe gevolgen voor de rol van de docent. De docent is niet langer uitsluitend kennisoverdrager, maar wordt:

Dat vraagt om andere vaardigheden — en vooral om een andere vorm van professionaliteit. Tegelijkertijd zien we dat veel docenten hier nog weinig opleiding of houvast in hebben gekregen. Dat maakt burgerschapsonderwijs in de praktijk vaak onzeker en zoekend.

Wat vraagt dit van scholen?

Als we de lijn van de inspectie serieus nemen, vraagt dit om een fundamentele versterking van burgerschapsonderwijs. Dat betekent:

Maar bovenal vraagt het om iets wat niet altijd vanzelfsprekend is: de bereidheid om het normatieve gesprek te voeren.

Maar bovenal vraagt het om iets wat niet altijd vanzelfsprekend is: de bereidheid om het normatieve gesprek te voeren. Over wat we waardevol vinden. Over wat we willen doorgeven. Over wat goed samenleven betekent.

Waarom filosofie juist nu relevant wordt

Op dit punt wordt duidelijk waarom filosofie opnieuw aan betekenis wint binnen het onderwijs. Burgerschapsonderwijs gaat niet alleen over kennis (hoe werkt de democratie?) of vaardigheden (hoe voer je een debat?), maar over waarden: Wat is rechtvaardig? Wat betekent vrijheid? Wanneer ben je verantwoordelijk voor een ander? Dat zijn geen technische vragen. Dat zijn normatieve vragen — vragen over wat goed is. Filosofie is bij uitstek het vakgebied dat deze vragen onderzoekt, verdiept en expliciteert.

Burgerschap blijkt niet alleen een didactische of organisatorische uitdaging te zijn, maar vooral een inhoudelijke. Het gaat om vragen die niet eenduidig te beantwoorden zijn, maar wel doordacht moeten worden. Filosofie biedt hiervoor een taal en een methode. Zonder die laag blijft burgerschap oppervlakkig.

De HTF Hogeschool voor Toegepaste Filosofie en het HTF Denkhuis spelen hierop in door onderwijs en professionalisering te ontwikkelen die zich richten op:

Deze benadering richt zich niet op méér activiteiten, maar op meer begrip. Niet op het toevoegen van nieuwe onderdelen, maar op het verdiepen van wat al gebeurt. Van doen naar begrijpen

De conclusie die zich opdringt, is eenvoudig maar wezenlijk:

We hebben niet méér burgerschap nodig. We hebben beter doordacht burgerschap nodig.


#burgerschap #destaatvanhetonderwijs2026 #filosofie #onderwijs #docenten #persoonsvorming

Auke Klijnsma is Toegepast Filosoof, docent HRM aan de Hogeschool Leiden en trainer van de Leergang Werkmeesterschap bij het HTF Denkhuis. We spraken hem over vakmanschap, werkgeluk en de vraag wat werk eigenlijk goed maakt.

Auke begon niet met filosofie omdat hij filosoof wilde worden. Hij werkte in het HRM-vak en merkte dat hij vastzat. "Alles werd bekeken vanuit efficiëntie, systemen en instrumenten. Dat werkt tot op zekere hoogte, maar ik miste iets fundamenteels."

Wat hij miste was ruimte. Voor reflectie, voor twijfel, voor vragen zonder direct antwoord. Filosofie bood hem dat: vertragen, onderzoeken, bevragen. "Even uit het automatische denken stappen en opnieuw kijken."

EERST MOEILIJKER MAKEN

Het klinkt misschien paradoxaal, maar Auke leerde dat je problemen niet meteen moet oplossen, je moet ze eerst verdiepen. "Ik heb altijd geleerd om dingen zo simpel mogelijk te maken. Filosofie leert je om het eerst moeilijk te maken. Niet om te compliceren, maar om te begrijpen. Pas daarna kun je het weer eenvoudig maken, maar dan op een manier die klopt."

WAT IS GOED WERK?

Goed werk is werk waar je trots op kunt zijn, zegt Auke. Werk dat je met aandacht en zorg uitvoert.

"Niet perfect, maar wel zo goed als je kunt. Het gaat erom dat je aan het eind van de dag kunt zeggen: dit klopt. Dit is van mij."

Dat gevoel staat onder druk. Werk wordt steeds meer opgeknipt in taken, processen en meetbare output. "Daardoor kun je vervreemd raken van het geheel. Je doet wel iets, maar het voelt niet meer als jouw werk."

VAKMANSCHAP VRAAGT TIJD

Auke haalt vaak het werk van Richard Sennett aan. Sennetts idee: vakmanschap gaat over de wil om iets goed te doen omwille van het goed doen zelf, niet omdat het wordt gemeten of beloond. "Dat idee raakt me enorm, omdat het haaks staat op hoe werk nu vaak is georganiseerd."

Want vakmanschap heeft tijd nodig. Oefening. Reflectie. Ruimte om fouten te maken. "In veel organisaties is die ruimte verdwenen. Alles moet snel, efficiënt, lean. Maar zonder oefentijd kun je nergens beter in worden. En zonder beter worden verdwijnt de trots."

Dat kost mensen meer dan ze denken. "Veel mensen raken niet opgebrand omdat ze lui zijn of niet gemotiveerd, maar omdat ze jarenlang werk hebben gedaan dat niet klopt met hun idee van goed werk."

VAKMANSCHAP BEGINT KLEIN

Auke beseft dat je het systeem niet in je eentje verandert. Maar vakmanschap begint bij jezelf. "Door opnieuw te kijken naar je eigen werk. Wat is wezenlijk? Waar voeg ik echt waarde toe?" En dat vraagt moed. "Vakmanschap is niet alleen technisch, maar ook moreel. Het vraagt de moed om grenzen te stellen."

Zijn vraag aan de lezer: sta eens stil bij je eigen werk. Wat betekent goed werk voor jou? Waar ben je trots op? "En stel jezelf dan die ene vraag: wat kan ik vandaag of morgen doen om mijn werk weer een beetje beter te maken? Soms zit dat in iets kleins. Een gesprek, een keuze. Maar juist daar begint vakmanschap."

Interview door: Simone Lensink

Auke Klijnsma is trainer van de Leergang Werkmeesterschap bij het HTF Denkhuis. In deze filosofische leergang onderzoek je aan de hand van vier denkers wat goed werk is en hoe je je eigen vakmanschap, regie en werkgeluk (her)vindt. De leergang start op 8 mei 2026.

Voor meer informatie over Aukes werk omtrent ’werk’ bekijk zijn website.

Meer informatie en aanmelden Leergang Werkmeesterschap

Op deze zonnige zondagochtend arriveerden de deelnemers op treinstation Maarn. Nadat er een kring was gevormd en Floris met zijn Tingsha bellen om aandacht vroeg, stelde iedereen zich voor en sprak de verwachting uit van de walkshop.

Floris stelde voor om tijdens de wandeling in wisselende duo's elkaar te bevragen over mens- en wereldbeelden. Dit werd telkens onderbroken door gezamenlijke reflectie momenten waarin inzichten en bijzonderheden werden gedeeld. Het naar elkaar luisteren en doorvragen op impliciete aannames en veronderstellingen kon zo goed worden geoefend. Ook de oogst van de dialogen bracht nieuwe inzichten die verder onderzocht konden worden.

Halverwege de wandeltocht werden drie deelnemers geblinddoekt en lieten ze zich begeleiden over de bospaden. Na de eerste, voor sommigen angstige stapjes, groeide het vertrouwen in de begeleider en ontstonden er spontane gesprekken over de blinde ervaring. De Koepel van Stoop was geopend en werden de geblinddoekte deelnemers naar binnen geleid. Deze koepel maakt deel uit van de culturele route rond de pyramide van Austerlitz en wordt gebruikt voor kleine kunst en poëzieprojecten. Eenmaal plaatsgenomen en voorzien van koffie en thee met een koekje, droeg stadsdichter Jan-Paul Rosenberg een aantal gedichten voor uit zijn werk "Gedroomde grond". Voor de geblinddoekte deelnemers was het een interessante ervaring om te luisteren naar een stem die een gedicht laat horen in een onbekende ruimte met een onbekend aantal mensen. Na dit inspirerende bezoekje aan de koepel, werd de wandeling hervat.

Tijd voor bomen knuffelen en de blinddoeken gingen af. Iedereen koos een favoriete boom uit en vereenzelvigde zich daarmee totdat Floris zijn Tingsha bellen liet klinken. In het reflectie moment wat daarop volgde, beschreef iedereen op ludieke wijze zijn of haar boomkeuze en wat het had betekend om daarmee verbonden te zijn. Inmiddels was het tijd voor lunch en werd er in het bos rondom Austerlitz een geschikt stukje bosgrond gevonden om gezamenlijk de meegebrachte lunch te nuttigen. Er werden broodjes, koekjes, en thee gedeeld maar er circuleerden ook wijsgerige verhalen om de denkende geest te voeden.

Tijdmanagement van Floris bepaalde dat het bospad weer werd gekozen en dit keer werden diegene geblinddoekt die eerder begeleider waren geweest, waaronder Floris. Vol overgave lieten zij zich over smalle bospaden leiden, terwijl de juiste route alleen bij Floris bekend was. De begeleiders moesten de rood-witte herkenningspunten volgen, wat een uitdaging was. Stoïcijns stelde Floris zijn vertrouwen in het lot en ondanks wat twijfelmomenten kwam de groep aan op het juiste punt. Toen de blinddoeken afgingen voor het reflectiemoment, bleek dat niemand zich zorgen had gemaakt en dat het geblinddoekt zijn zelfs comfortabel voelde.

In stilte liepen we op eigen tempo achter Floris aan, totdat hij op een open zandvlakte stopte en de groep een gesloten kring liet vormen rondom een naaldboom. Dit luidde de bosdisco in en op de muziek uit een meegenomen speaker dansten de deelnemers op expressieve wijze rondom de boom en lieten zich niet afschrikken door geschrokken wandelaars die passeerden.

Gevuld met positieve gevoelens werd het laatste stukje naar treinstation Driebergen-Zeist gewandeld en daar aangekomen, sloot Floris de walkshop af met zijn Tingsha bellen. Voordat de groep van elkaar afscheid nam, werd er teruggeblikt op de dag en sprak ieder een uitgesproken verlangen uit om het leven als levenskunst vorm te geven.

Verslag door: Rob van der Hulst

Met verdriet hebben wij kennisgenomen van het overlijden van Jan Vorstenbosch (d.d. 29 maart j.l.), een oud-docent bij de HTF die voor velen van ons van betekenis is geweest.

Jan was een aimabel mens, toegankelijk en prettig in de omgang. Hij nam de tijd, luisterde aandachtig en bracht rust in gesprekken en onderwijs. Zijn liefde voor de filosofie was geen abstracte aangelegenheid, maar een praktische houding. Hij wist complexe vragen helder te maken zonder ze te versimpelen. In zijn onderwijs nodigde hij uit tot denken, tot vertragen en tot zorgvuldige reflectie. Daarnaast heeft Jan een waardevolle bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van de masteropleiding en het accreditatieproces. Met zijn inhoudelijke scherpte en betrokkenheid heeft hij mede richting gegeven aan de kwaliteit van het onderwijs.

Een student herinnert zich Jan als een filosoof met een grote liefde voor voetbal. Met bevlogenheid verbond hij sociaal-filosofische theorieën aan het spel, op een manier die deed denken aan Cruijff: onnavolgbaar en met humor. Dat maakte zijn onderwijs inspirerend en bij velen blijvend in herinnering. Een collega verwoordde het eenvoudig en treffend: “Dat soort ongelofelijk lieve mensen gun je het eeuwige leven.”

Jan laat een blijvende indruk achter, in zijn onderwijs en in de samenwerking met collega’s. Wij zijn hem dankbaar.  

We wensen zijn naasten veel sterkte toe namens de directie en vakgroep master.

De afgelopen maanden zijn beide opleidingen positief geheraccrediteerd en is het lectoraat van Floris van den Berg van start gegaan. Mooie mijlpalen die de kwaliteit en toekomst van ons onderwijs bevestigen.

Gisteren hebben we dit gevierd met de medewerkers en (oud-)studenten die zich hebben ingezet voor de heraccreditatie. Met heerlijk eten en goede gesprekken sloten we het eerste deel van het schooljaar af en bespraken we de plannen voor volgend jaar.

We hebben enorm genoten, bedankt iedereen die erbij was!

Met ingang van het studiejaar 2025-2026 is dr. Floris van den Berg benoemd tot lector ‘Filosoferen voor een Betere Wereld’ aan de Hogeschool voor Toegepaste Filosofie (HTF). In zijn nieuwe rol zal Van den Berg, in samenwerking met het HTF Denkhuis, nieuwe filosofische werkvormen ontwikkelen die aanzetten tot morele (her)oriëntatie. Van den Berg: “Filosofie kan bijdragen aan het project van de Verlichting om te streven naar een betere wereld met minder leed en meer geluk, voor menselijke én niet-menselijke dieren, voor nu en in de toekomst.”

Algemeen-directeur Martin Slagter: “Met Floris hebben we een toegepast filosoof pur sang in huis, die denken en doen op een unieke manier verbindt en filosofie echt in weet te zetten voor een betere samenleving.”

De morele cirkel

Van den Berg (1973) promoveerde in 2011 op het proefschrift Harming others: universal subjectivism and the expanding moral circle, waarin hij het ‘universeel subjectivisme’ ontwikkelde - een ethische theorie en gedachteoefening gericht op het verminderen van het lijden voor mens en dier, hier en nu, elders en in de toekomst. Hij publiceerde twintig boeken, waaronder Filosofie voor een betere wereld, en talloze artikelen over veganisme, liberalisme, feminisme, humanisme en atheïsme – steeds gericht op het vergroten van onze morele cirkel. Ten behoeve van onderwijs creëerde hij een dozijn kennisposters en ontwikkelde hij walkshops om met studenten in de natuur wandelenderwijs te filosoferen. In 2016 won hij met Beter weten. Filosofie van het ecohumanisme de Boekenprijs van deMens.nu. Ook maakt hij de filosofische podcast ‘De vrije gedachte’.

Van den Berg doceert onder andere milieuethiek, wetenschapsfilosofie en creatief schrijven aan de HTF. Hij is tevens als universitair docent milieufilosofie verbonden aan de Universiteit Utrecht. Sinds 2023 is hij voorzitter van de vrijdenkersvereniging De Vrije Gedachte. Hij is een veelgevraagd spreker, commentator en organisator.

Filosoferen

De HTF is een door idealen gedreven organisatie, opgericht en uitgebouwd door docenten filosofie, hoogleraren en filosofische professionals uit de beroepspraktijk. De HTF wil filosofie laten doordringen tot in de haarvaten van de samenleving om grote maatschappelijke uitdagingen het hoofd te bieden. De HTF verzorgt bachelor- en masteropleidingen, trainingen, toegepast onderzoek en advies, waarbij inzetbare denkvaardigheden – het filosoferen, meer nog dan ‘de’ filosofie -  centraal staan. Het lectoraat van Floris van den Berg ondersteunt de HTF hier in de volle breedte.

Symposium

De HTF organiseert op zaterdag 22 november 2025 het symposium ‘Filosoferen voor een Betere Wereld’, waarbij Van den Berg zijn lectoraatsrede zal uitspreken en diverse workshops gevolgd kunnen worden. De rede is ook uitgewerkt tot publicatie die bij de HTF uitgeverij zal verschijnen.

👉🏻 Let op: ACTIE GELDT OOK IN 2026-2027!

De HTF wil toegepast filosofieonderwijs toegankelijker maken voor wie dagelijks het verschil maakt in de samenleving.

Waarom deze actie?

De studiejaren 2025-2026 en 2026-2027 staan in het teken van toegepaste filosofie in maatschappelijke beroepen.

In de huidige complexe samenleving wordt het voor professionals in de verschillende sectoren steeds belangrijker dat zij in staat zijn tot betekenisvolle reflectie. Toegepaste filosofie helpt je bij complexe beslissingen en ethische dilemma's in je werk. We geloven dat professionals die zo'n belangrijke rol spelen in de maatschappij, toegang moeten hebben tot dit onderwijs.

Laag instellingstarief 
De HTF houdt het collegegeld bewust laag om filosofieonderwijs breed toegankelijk te maken. Deze korting is onze manier om professionals in essentiële beroepen extra te ondersteunen. 

De HTF biedt sinds oprichting drie studiebeurzen aan voor studenten die niet de financiële middelen hebben om te starten met de bacheloropleiding. Dit budget wordt komend collegejaar dus ingezet om een korting te bieden aan medewerkers die werkzaam zijn in de zorgsector, het onderwijs, politie en defensie.

Kortingsactie

De actie betreft een korting van 10% op het collegegeld van het eerste lesjaar: de propedeusefase van de bacheloropleiding of de premasterfase van de masteropleiding.

Download de brochure(s): zorg | onderwijs | politie | defensie en deel de informatie met je collega's. Wie weet kun je samen starten aan een boeiend filosofisch traject.

Voorwaarden

Interesse of vragen?

Staat jouw CAO er niet bij, maar denk je wel in aanmerking te komen? Of heb je andere vragen over de opleidingen of de korting? Mail dan naar: info@hogeschoolvoortoegepastefilosofie.nl

Ga naar AANMELDEN om je in te schrijven.

Op vrijdagavond 9 mei hebben we lekker gedebatteerd onder leiding van docent Charly Bos. Na samen te hebben gegeten (want filosoferen op een lege maag is nooit een goed idee), doken we in een levendig debat met een thema dat ons allemaal raakt:

'(A)𝘚𝘰𝘤𝘪𝘢𝘭𝘦 𝘮𝘦𝘥𝘪𝘢 𝘩𝘦𝘣𝘣𝘦𝘯 𝘦𝘦𝘯 𝘰𝘷𝘦𝘳𝘸𝘦𝘨𝘦𝘯𝘥 𝘯𝘦𝘨𝘢𝘵𝘪𝘦𝘷𝘦 𝘪𝘮𝘱𝘢𝘤𝘵 𝘰𝘱 𝘥𝘦 𝘮𝘦𝘯𝘵𝘢𝘭𝘦 𝘨𝘦𝘻𝘰𝘯𝘥𝘩𝘦𝘪𝘥 𝘦𝘯 𝘷𝘰𝘳𝘮𝘦𝘯 𝘥𝘢𝘢𝘳𝘮𝘦𝘦 𝘦𝘦𝘯 𝘤𝘰𝘭𝘭𝘦𝘤𝘵𝘪𝘦𝘧 𝘱𝘳𝘰𝘣𝘭𝘦𝘦𝘮 𝘥𝘢𝘵 𝘰𝘷𝘦𝘳𝘩𝘦𝘪𝘥𝘴𝘳𝘦𝘨𝘶𝘭𝘦𝘳𝘪𝘯𝘨 𝘷𝘦𝘳𝘦𝘪𝘴𝘵.'

Er werden twee rijtjes gevormd, voor en tegen. Na het pleiten voor een standpunt schoof je door naar de andere kant van het spectrum, zodat je ook de andere kant van de argumentatie kon uitdiepen.

Zo hebben we samen ruim een uur lang allerlei nuances en argumenten rond de stelling verkend en werden we uitgedaagd om te werken aan onze perspectivistische lenigheid. Halverwege mochten er ook 𝗱𝗿𝗼𝗴𝗿𝗲𝗱𝗲𝗻𝗲𝗻 gebruikt worden die na elk optreden door de rest opgespoord konden worden.

Na een pauze hebben we samen de legendarische speech van Charlie Chaplin bekeken uit ‘The Great dictator’ en het gehad over de 𝗹𝗼𝗴𝗼𝘀, 𝗲𝘁𝗵𝗼𝘀 𝗲𝗻 𝗽𝗮𝘁𝗵𝗼𝘀 van deze toespraak en alle paradoxen die erin te vinden zijn.

Toen was de officiële tijd voorbij, maar we bleven nog napraten tot we het gebouw uit moesten. Charly Bos liet nog even zijn orakel skills zien en nadat de laatste bierflesjes opgeruimd waren hebben we de deur achter ons dicht gedaan.

We kijken nu al uit naar de filmavond en de training ‘Filosofisch Adviseren’ die we in juni organiseren!

#Filosofie#MaakWerkVanFilosofie

⁠Vertel eens over jullie beroepsproducten. Hoe kwamen die tot stand? Jacqueline?

JL: “Op basis van een eerder onderzoek naar het begrip ‘menselijke maat’, dat ik in mijn eerste masterjaar heb gedaan, heb ik een kralenspel [zie in dit nummer de rubriek Technè] en dialoogsessies ontwikkeld voor ambtenaren van de Dienst Terugkeer en Vertrek van het ministerie van Justitie en Veiligheid, waar ik zelf werk. Ik help ze om taal te geven aan de morele spanning die ze ervaren tussen wetgeving en de praktijk. Ik heb een groot deel van de tien kralen van het kralenspel aangepast: zo is het hittepunt ‘morele buikpijn’ geworden. En voor niveau drie heb ik de polen ‘legaliteit’ en ‘moraliteit’ gekozen. Bij de dialoogsessies gebruik ik verschillende werkvormen van dialoog en verbeelding om de rijkdom van het denken van de deelnemers aan te boren.”

Hoe ging dat bij jou, Bernadette?

BV: “Voor mijn beroepsproduct moet je terug naar mijn HTF-bachelor, waar ik denk ik als eerste student ben afgestudeerd als narratieve filosoof. Ik wilde geen onderzoek doen in een organisatie, ik wilde schrijven! Dat is ook altijd de reden geweest dat ik deze opleiding ben gaan doen. Ik ben afgestudeerd bij Joep Dohmen op een essay over woede, toegespitst op de privésfeer. In de master heb ik mijn onderzoek naar woede naar het maatschappelijk domein getild. In eerste instantie gaf de ISVW mij de opdracht om hier een summerschool over te organiseren. Die is er ook gekomen. Maar gaandeweg kreeg ik steeds meer ideeën voor een boek en toevallig kwam ik erachter dat de ISVW ook een uitgeverij heeft op het snijvlak van filosofie en activisme. Ik heb de stoute schoenen aangetrokken, een voorstel ingediend en toen had ik opeens een boekcontract op zak.”

Als afstudeerder moet je filosofie relevant maken voor niet-filosofen. Hoe ging dat bij jullie? 

JL: “De wereld van de ambtenaar is heel erg geprotocolleerd. Kaders en richtlijnen zijn veelal leidend. Als je andere - morele - vragen stelt, doe je een beroep op een ander denken. Moraliteit laat het meer persoonlijke gezicht van de ambtenaar zien. Door aandacht te besteden aan morele zelfkennis ontstaat er een andere gesprekscultuur. Dit is een belangrijke aanvulling naast de al bestaande wet- en regelgeving. Maar het is best spannend om ambtenaren een kralenspel te laten spelen. De naam doet soms wenkbrauwen fronsen. Kralenspel? Maar als je het goed toelicht en benadrukt dat het om concrete vragen gaat, en om het toewerken naar een idee, dan lukt het prima. Soms begin ik gewoon, soms leg ik de structuur uit, afhankelijk van de groep. Maar ik maak het altijd visueel, opdat men weet waar we ongeveer zijn. De ervaringen zijn positief. Het kralenspel is inmiddels omarmd binnen mijn organisatie. Ik heb naar aanleiding van de studie en mijn onderzoek een andere functie gekregen. Vanuit beleidszaken denk ik mee over het thema ‘menselijke maat’, wat dat precies is en hoe we er als dienst naar kunnen handelen.”

BV: “Voor mij als narratieve filosoof was het van belang om een brug te slaan van de filosofie naar de samenleving. Ik denk dat ik de samenleving ook echt iets te zeggen heb over woede. De ISVW moet ik nog wel overtuigen van mijn narratieve vorm van filosofie: persoonlijk en geschreven vanuit de eigen ervaring. Dat is anders dan de academische filosofie. Ik ben afgestudeerd op een aantal hoofdstukken, maar werk nu aan een nieuwe volledige versie van mijn boek Dat is ongeveer waar ik nu ben.”

Een van de eisen van de Meesterproef is dat je samenwerkt. Jullie werk lijkt nogal uiteen te liggen. Of niet? 

BV: “Je hoeft niet met hetzelfde eindproduct bezig te zijn, om elkaar te inspireren en van feedback te voorzien.”

JL: “We hebben vooral als buddy en sparringpartner voor elkaar gefungeerd. Maar in het begin hebben we ook als ethische oefening gewerkt aan fabels: ethische teksten vertolkt door dieren. Als het over de moraal gaat, wat past daar dan beter bij dan fabels? Ook vanwege het samenspel tussen tekst en beeld. Ik schreef en Bernadette illustreerde. Het was een mooie samenwerking.”

BV: “Het was eigenlijk bedoeld voor erbij, als extra.” 

JL: “Maar het was ook voorwerk voor ons overkoepelende thema. Wat is goed? Wat mag je en wat moet je? Wanneer mag je boos zijn als burger? Wanneer moet je tegenspreken als ambtenaar? Uiteindelijk hebben we die vraag meegenomen in het hele proces van samenwerking. We hebben elkaar filosofisch bij de les gehouden.”

BV: “En dat doen we nog steeds. We organiseren deze zomer samen een filosofische summerschool in een prachtige villa op Curaçao. Ik ben daar opgegroeid en ga er geregeld naar terug. Vanuit mijn netwerk kreeg ik de vraag voor een summerschool en ik heb meteen als voorwaarde gesteld dat ik Jacqueline mee kon nemen. Het inhoudelijke verhaal neerzetten vertrouw ik mijzelf wel toen, maar voor de socratische gesprekstechnieken heb ik Jacqueline nodig. Ik weet hoe goed zij hierin is. We zitten nu volop in de werving.”

Bernadette Wienk (links)

Bernadette Wienk is docent filosofie en burgerschap aan diverse ISK- en VMBO-scholen te Rotterdam. Ze werkt aan een boek over woede.

Jacqueline Lycklama á Nijeholt (rechts)

Jacqueline Lycklama á Nijeholt werkt bij de Dienst Terugkeer en Vertrek, waar ze zich bezighoudt met het dossier ‘Menselijke maat’. Daarnaast is ze aangesloten bij het Rijksprogramma Dialoog & Ethiek.

 Link naar de retraite: https://www.micunastays.com/nl/aboutus (iets naar onderen scrollen voor de informatie)

𝗛𝗼𝗲 𝘇𝗼𝘂 𝗵𝗲𝘁 𝘇𝗶𝗷𝗻 𝗮𝗹𝘀 𝗲𝗲𝗻 𝘀𝗰𝗿𝗶𝗽𝘁𝗶𝗲 𝗻𝗶𝗲𝘁 𝗯𝗲𝗴𝗼𝗻 𝗺𝗲𝘁 𝗱𝗲 𝘃𝗿𝗮𝗮𝗴 ‘𝗵𝗼𝗲 𝗺𝗼𝗲𝘁 𝗵𝗲𝘁?’, 𝗺𝗮𝗮𝗿 𝗺𝗲𝘁: ‘𝘄𝗮𝘁 𝘄𝗶𝗹 𝗷𝗲 𝗹𝗲𝗿𝗲𝗻, 𝘄𝗮𝘁 𝘄𝗶𝗹 𝗷𝗲 𝗹𝗮𝘁𝗲𝗻 𝘇𝗶𝗲𝗻, 𝘄𝗮𝘁 𝘄𝗶𝗹 𝗷𝗲 𝘁𝗲𝘄𝗲𝗲𝗴𝗯𝗿𝗲𝗻𝗴𝗲𝗻?’

In een prikkelend essay in Trouw werpt schrijver en filosoof Doortje Lenders een kritisch licht op hoe we studenten laten afstuderen. Volgens haar is de scriptie te vaak een eenzame, rigide eindproef waarin gehoorzaamheid belangrijker lijkt dan nieuwsgierigheid. Maar het kan ook anders, dat laat ze zien aan de hand van inspirerende voorbeelden.


𝗘𝗻 éé𝗻 𝗱𝗮𝗮𝗿𝘃𝗮𝗻 𝗶𝘀 ‘𝗼𝗻𝘇𝗲’ Niels Witjes.
Niels is docent bij de HTF en docent Nederlands als tweede taal bij het ISK in Arnhem én oud-student van onze hogeschool. Zijn afstuderen aan de master Toegepaste Filosofie deed hij grotendeels in de klas, samen met zijn leerlingen – jongeren uit landen als Syrië, Oekraïne en Eritrea. Hij introduceerde het vak ‘filosoferen’, liet zijn leerlingen nadenken over identiteit, levensvragen en samenleven in een nieuwe samenleving.

Zijn afstuderen was niet alleen een eindpunt, maar een maatschappelijk beginpunt: het ontwikkelen van een filosofische houding in het onderwijs, juist bij een doelgroep die te vaak verkeerd wordt begrepen. Inmiddels deelt hij zijn aanpak ook met collega-docenten, om ruimte te maken voor een meer vragende, reflectieve manier van lesgeven.

Wij zijn trots dat Niels vanuit zijn praktijk het onderwijs én het afstuderen opnieuw betekenis geeft.

𝗪𝗶𝗹 𝗷𝗲 𝗵𝗲𝘁 𝗵𝗲𝗹𝗲 𝗮𝗿𝘁𝗶𝗸𝗲𝗹 𝗹𝗲𝘇𝗲𝗻? (𝗹𝗲𝘁 𝗼𝗽: 𝘀𝘁𝗮𝗮𝘁 𝗮𝗰𝗵𝘁𝗲𝗿 𝗯𝗲𝘁𝗮𝗮𝗹𝗺𝘂𝘂𝗿):
https://lnkd.in/ezz-uCDP

Hieronder het fragment uit het artikel in Trouw over Niels Witjes.

Goede studenten schrijven geen scripties

Een scriptie schrijven is te vaak een hachelijke onderneming die studenten tot wanhoop drijft, vindt Doortje Lenders. Na haar afstuderen zat ze een week lang met migraine op de bank. Kan dat niet anders? (Ja dus.) Tekst: Doortje Lenders

Met mijn afstudeerscriptie voldeed ik precies aan de verwachtingen. Ik heb hem keurig op tijd ingeleverd, mede doordat ik geen millimeter ben afgeweken van de duidelijk afgebakende onderzoeksvraag. Ik heb er geen uurtje slaap om gemist: driekwart jaar lang zat ik iedere werkdag om negen uur klaar achter mijn bureau en om stipt vijf uur klapte ik mijn laptop dicht. Ik heb er de volmaakte hoeveelheid energie in gestoken, want de 7,5 die ik ervoor kreeg, zorgde dat ik op de komma nauwkeurig cum laude kon afstuderen.

Maar, alle perfectie ten spijt: leuk was het niet. Na mijn afstuderen heb ik een week met migraine op de bank gezeten en sindsdien heb ik zo min mogelijk aan mijn scriptie gedacht. De zeldzame keren dat ik het document boven water moest halen voor een geïnteresseerde opdrachtgever of een betrokken familielid, kwam er een onmiskenbare vlaag van misselijkheid langs. “Heel misschien zet ik het ergens op een harde schijf”, zei een vriend laatst, die op dit moment bezig is met een verwoede tweede poging voor zijn masterscriptie. “Maar het moet zo snel mogelijk van mijn computer af.”

Een scriptie schrijven voelt vaak alsof je door de woestijn strompelt op zoek naar de eindstreep, die iemand op een willekeurige plek met een stok in het zand heeft getekend. Veel studenten blijven wanhopig in cirkels lopen. Maar zelfs als het lukt om de enormiteit, uitzichtloosheid en eenzaamheid van de hele onderneming het hoofd te bieden, is het een barre tocht die je uitgeput en dorstig achterlaat. Kan dat niet anders?

Niels Witjes (42),
docent Nederlands als tweede taal op het ISK in Arnhem

Niels Witjes rondde in september zijn master toegepaste filosofie af aan de Hogeschool voor Toegepaste Filosofie in Utrecht. Dat deed hij vooral door voor de klas te staan. Witjes introduceerde het vak filosoferen in twee internationale schakelklassen op het ISK in Arnhem. Een jaar lang gaf hij daar twee uur per week les.

Zijn leerlingen: kinderen van 12 tot 17 jaar, afkomstig uit landen als Oekraïne, Syrië, Afghanistan en Eritrea. “Een doelgroep die in de media en door de politiek vaak wordt neergezet als problematisch”, stelt Witjes, die eerder lesgaf op het vmbo. Het tegenovergestelde bleek waar: leerlingen hadden respect voor docenten, waren gemotiveerd en er heerste rust in de klas. “Heel anders dan ik gewend was.”

Het zette Witjes aan het denken: hoe kan die beeldvorming zo afwijken? Zijn analyse: er is geen contact meer tussen verschillende groepen mensen, zoals PVV-stemmers en kinderen die bij mij in de klas zitten. “Het verdwijnen van een publieke ruimte waar mensen elkaar fysiek ontmoeten is een groot probleem. Wat rest is het beeld uit je eigen socialemediabubbel.”

Witjes besloot de leerlingen vaardigheden te leren om in gesprek met ‘de ander’ te gaan. Hoe stel je een goede vraag? Is je mening voorzien van een argument? Ook werd gesproken over identiteit. “Belangrijk voor elke puber, maar zeker voor deze leerlingen, omdat zij uit hun cultuur zijn gerukt.” Thema’s als geloof, dood, verliefdheid, vriendschap kwamen voorbij. “Net als de vraag: wat neem je mee van jezelf naar Nederland?”

Inmiddels geeft Witjes ook workshops aan mededocenten. “Zodat die Socratische houding deel gaat uitmaken van het lesgeven; een vragende houding tegenover leerlingen. Onderwijs gaat niet alleen over het overdragen van kennis, ook over zelfontwikkeling.” Hij hoopt dat leerlingen zich door zijn lessen gesterkt voelen om mee te praten in de maatschappij. “In buurtraden, op scholen, gemeenteraden en misschien later in de nationale politiek.”

© HTF Hogeschool voor Toegepaste Filosofie (HTF) B.V. 2026
Webdesign: SaffrieDesign
cross
linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram