Het ontwikkelen van burgerschapsonderwijs is een rode draad geweest in mijn studiejaren aan de HTF. In mijn tweede jaar kwam ik in aanraking met het probleem dat ‘burgerschapsonderwijs’ heet en sindsdien heb ik geprobeerd dat vraagstuk op mijn manier te doorgronden. In 2024 kreeg ik de kans om dat in de praktijk te doen. Op het DevelsteinCollege werd ik, samen met een collega, onderdeel van de werkgroep Burgerschap, met als doel het onderwijs op dit gebied duurzaam vorm te geven.
Visie en concrete leerdoelen
Het eerste probleem waar je tegenaan loopt, is de abstractheid van begrippen als ‘burgerschap’ en ‘burgerschapsonderwijs’. De overheid geeft in de wettelijke opdracht burgerschap (2006) en de uitbreiding daarvan (2021) een nogal abstracte omschrijving, vermoedelijk om paternalisme te vermijden. Tegelijk maakt die vaagheid het moeilijk om te bepalen wat goed burgerschapsonderwijs eigenlijk is. Daar komt bij dat burgerschapsonderwijs geregeld stevige kritiek krijgt. In november 2023 verscheen er in dit vakblad bijvoorbeeld een artikel van Joep Dohmen onder de titel: “Waarom burgerschapsonderwijs gedoemd is te mislukken.” Zulke (terechte) kritiek zorgt ervoor dat je je gaat afvragen wat burgerschap precies inhoudt en hoe je dit betekenisvol kan vormgeven. Voor mij maakte juist die onzekerheid de uitdaging extra aantrekkelijk. Als het antwoord nog niet vaststaat, is er ruimte om het zelf te ontdekken.
De filosofie heeft mij daarbij geholpen. Ze leert je begrippen te onderzoeken, scherp te definiëren en pas daarna in praktijk te brengen. We begonnen met veel onzekerheid, maar filosofisch begripsonderzoek gaf houvast. Het gevoel tijdens dit proces wordt goed samengevat in de volgende quote:
“Het meest praktische wat een reiziger kan doen die onzeker is over zijn weg, is niet om met grootse snelheid de verkeerde richting op te gaan, maar om te overwegen hoe hij de juiste richting kan vinden.”
Die houding van reflectie en zorgvuldigheid bleek essentieel bij het ontwikkelen van burgerschapsonderwijs. Het hele proces bestaat uit continu begrippen verhelderen en draagvlak creëren, maar ook uit een visie formuleren, en die vertalen naar concrete leerdoelen en activiteiten. In werkelijkheid liepen die stappen voortdurend door elkaar. Je leert al doende en stelt bij waar nodig.
Definitie kernbegrippen
Zo begon ik met het formuleren van de definitie van de kernbegrippen ‘burgerschap’ en ‘burgerschapsonderwijs’, zowel in algemeen zin als toegespitst op het DevelsteinCollege. Voor dit stuk deel ik de algemene definities.
Mijn definitie van burgerschap luidt:
“Burgerschap is een essentially contested concept, dat verwijst naar een gemeenschapsgevoel (lidmaatschap), een juridische status of een politieke activiteit (participatie). Het is een concept dat verschillende politiek-filosofische opvattingen kan verenigen.”
Deze definitie is geïnspireerd op Patrick Loobuyck, auteur van Burgerschap: politiek-filosofische perspectieven.
Voor burgerschapsonderwijs liet ik mij inspireren door Eidhof en Biesta. Ik definieer het als volgt:
“Een schoolvak met een ethische kern, gebaseerd op de fundamentele waarden van de democratische rechtsstaat. Het leert leerlingen hoe zij zich als burger kunnen manifesteren en oriënteren in sociale, maatschappelijke en politieke contexten. Burgerschap gaat over wat je kunt doen met vrijheden en rechten - voor jezelf, een ander en de samenleving.”
Hopelijk dagen deze definities anderen uit om een eigen versies te formuleren.
Mijn afstudeerproject is inmiddels een fundamenteel document en vormt de basis voor toekomstige leerlijnen van havo en vwo.
Luisteren en ontwerpen
In maart 2024 bood de SLO nieuwe handvatten in de vorm van leerdoelen. Die combineerden we met onze definities tot een stevig fundament voor de leerlijn. Op het DevelsteinCollege besloten we bovendien gedeeltelijk gehoor te geven aan Dohmen’s kritiek. We maakten binnen burgerschap een splitsing tussen ‘persoonsvorming’ en ‘internationalisering’, samengebracht onder de naam ‘(wereld)burgerschap’. Vervolgens vertaalden we deze visie naar concrete leerdoelen, en voerden een nulmeting uit om te zien wat er al aan burgerschapsactiviteiten gebeurde en wat er nog ontbrak. Daarna onderzochten we de school- en leerlingencultuur, want de leerlijn moest niet alleen passen bij de visie van de school, maar ook bij de leefwereld van de leerlingen. Burgerschapsonderwijs ontwikkelen is dus evenzeer een kwestie van luisteren als van ontwerpen.
Na dat voorwerk konden we activiteiten formuleren die aansloten bij de visie en de behoeften die we hadden vastgesteld. Die activiteiten vormen binnen de overkoepelende leerlijn twee sub-leerlijnen: één voor persoonsvorming en één voor internationalisering. Mijn afstudeerproject kun je dan ook zien als een matroesjka-pop van leerlijnen: elk onderdeel bevat een kleinere structuur, maar samen vormen ze één geheel.
Betekenisvol onderwijs
Het eindresultaat werd enthousiast ontvangen. Mijn afstudeerproject is inmiddels een fundamenteel document binnen de werkgroep en vormt de basis voor toekomstige leerlijnen van havo en vwo. Het bevat onze theoretische onderbouwing, onderzoek binnen de school, een beschrijving van de school- en leerlingencultuur en een uitgewerkte leerlijn voor klas 1 tot en met 4 van het vmbo-t. Een collega noemde het document ‘een snoepwinkel’, een compliment dat ik met plezier aanvaard.
Afsluitend wil ik dit meegeven: laat je niet ontmoedigen door de kritiek op burgerschapsonderwijs en ook niet door de omvang van de taak. Zie het als een kans om betekenisvol onderwijs te creëren dat jongeren helpt hun plaats te vinden in een complexe samenleving. Burgerschapsonderwijs is nooit af, maar juist daarin schuilt zijn kracht: het is een voortdurende oefening in nadenken, inleven en samen leren wat het betekent om burger te zijn.

Jelle Verlooij heeft zich in 2022 aangemeld bij de HTF om de bachelor Toegepaste Filosofie (afstudeerrichting Onderwijs) te volgen. Hij heeft zich aangemeld als zelfstandig timmerman en heeft zich door de opleiding weten te ontwikkelen tot leraar maatschappijleer en levensbeschouwing. Momenteel is hij werkzaam op het DevelsteinCollege in Zwijndrecht en is hij medeverantwoordelijk voor de ontwikkeling van het burgerschapsonderwijs; Jelle volgt momenteel aan de Universiteit van Tilburg de master Philosophy of mind and psychology.
De afgelopen maanden zijn beide opleidingen positief geheraccrediteerd en is het lectoraat van Floris van den Berg van start gegaan. Mooie mijlpalen die de kwaliteit en toekomst van ons onderwijs bevestigen.
Gisteren hebben we dit gevierd met de medewerkers en (oud-)studenten die zich hebben ingezet voor de heraccreditatie. Met heerlijk eten en goede gesprekken sloten we het eerste deel van het schooljaar af en bespraken we de plannen voor volgend jaar.
We hebben enorm genoten, bedankt iedereen die erbij was!

Ik hoefde niet lang na te denken, want vlak voor mijn neus bevond zich een groot probleem. Het was een kwestie waarmee ik al jaren worstelde, net als de meeste van mijn collega’s in de wereld van training, coaching en advies. Wat zeg je als iemand je vraagt: “En wat doe jij eigenlijk?”
Professionele identiteit
Hoe vat je kort samen wat jij als professional te bieden hebt? Hoe vertel je een verhaal dat bij je past? Hoe blijf je weg van de clichés en algemeenheden? Hoe onderscheid je je? Wat zijn de juiste woorden voor de dienst die jij levert? Hoe zorg je ervoor dat je verhaal niet te langdradig is? Maar ook niet te kort? Hoe geef je je eigen kleur en stijl aan je verhaal? Kortom: hoe zet je je professionele identiteit neer?
Ik herinner me dat ik in die tijd een scholingsweekend bijwoonde met een paar honderd trainers, coaches en adviseurs: allemaal mensen zoals ik. Met elkaar vulden we een compleet hotel, we volgden workshops in grote zalen, we hadden een ontbijtbuffet, lunch en diner, en we praatten de hele dag door. Overal om me heen ontmoetten mensen elkaar en vertelden ze elkaar over hun werk. Ik hoorde gestotter en gestamel, eindeloze persoonlijke verhalen en veel clichés, ook uit mijn eigen mond. Dat voelde helemaal niet goed. Niemand van ons kwam goed uit de verf – en dan waren we nog maar als trainers en coaches onder elkaar.
Glashelder verhaal
Wat een toestand, dacht ik, al deze mensen hebben kwaliteiten en ze doen zulk waardevol werk, maar ze hebben geen ‘verhaal’. Zo werd mijn onderneming geboren: ‘Glashelder Verhaal’. Ik dokterde uit hoe de praktische filosofie deze mensen kan helpen om de kern van hun werk op een treffende manier tot uitdrukking te brengen. Elke trainer, coach, adviseur verdient een verhaal waarbij die zich comfortabel voelt, een verhaal dat past en klopt en recht doet. Daarnaast is het belangrijk dat dat verhaal herkenbaar en aantrekkelijk is voor de doelgroep. Dus ik moest twee vliegen in één klap slaan. Ik ontwierp mijn eigen methode en ging aan de slag. De praktisch-filosofische aanpak bleek te werken als een trein.
Wat is er praktisch-filosofisch aan het probleem dat al die trainers, coaches, adviseurs met elkaar delen? Ik noem drie belangrijke kenmerken. Ten eerste doen veel dienstverleners - mensen die met mensen werken - hun werk met hart en ziel. Hun betrokkenheid komt voort uit een verbinding die zij voelen met hun doelgroep, de methode die ze inzetten of de beroepspraktijk waarin ze zich begeven. Grip krijgen op deze ingrediënten is lastig, want ze voelen enerzijds persoonlijk, maar je levert anderzijds een zakelijke dienst. Tegelijk zijn deze ingrediënten wezenlijke bouwstenen als je iets wilt vertellen over wat je doet en wat je daarin belangrijk vindt. De praktische filosofie helpt je de kern van wat je doet te pakken te krijgen.
Ten tweede werken professionals, zoals procesbegeleiders, vanuit hun ervaringskennis. In de loop van hun leven doen ze verschillende opleidingen en ze helpen vele mensen in allerlei contexten. Hoe ervarener ze worden hoe meer ze durven te vertrouwen op hun intuïtie. De berg aan ervaringskennis die onder je werkende leven ligt, is bepalend voor wat je doet, maar blijft vaak voor het grootste deel impliciet: je hebt er nog geen woorden voor. Het loont om je ervaringskennis expliciet te maken: dan kun je deze makkelijker delen met je klanten. De praktische filosofie helpt je te verwoorden wat je weet, maar nog niet kon zeggen.
Ten derde hebben ervaren, gedreven, geïnspireerde coaches en adviseurs vaak ontzettend veel te vertellen. Ze zijn nogal verbaal ingesteld, ze hebben veel woorden tot hun beschikking en ze lopen over van de mooie praktijkvoorbeelden. Maar ze zien door de bomen het bos niet meer. Daarnaast zijn ze gevormd door het jargon in hun wereld en weten ze vaak niet hoe ze de clichés, containerbegrippen en beleidstaal van zich af kunnen schudden. Vaak praten ze praten ook nog hun collega’s na. Zie daar maar eens je eigen verhaal van te maken. De praktische filosofie helpt je te bepalen wat van jou is en hoe je je verhoudt tot anderen.
Effectieve methode
De onschuldige vraag ‘En wat doe jij eigenlijk?’ van de ene dienstverlener aan de andere confronteert beiden met hun vage gevoelens en gedachten, hun ongrijpbare inzichten en de onoverzichtelijke veelheid in zichzelf. Dat is een machteloze ervaring. Socratische technieken helpen je om de kern van wat je doet boven tafel te krijgen, woorden te vinden voor je ervaringskennis en orde te brengen in de chaos.
Voor een groot probleem dat ik in mijn eigen werkveld signaleerde, heb ik een praktisch-filosofische aanpak gevonden: een effectieve methode voor een specifieke niche. Inmiddels begeleid ik al vijftien jaar ervaren coaches en consultants die worstelen met het profileren van zichzelf. Ik help ze bij het verwoorden van een glashelder verhaal over hun dienst. Met een glashelder verhaal maak je jezelf zichtbaar als professional, je bent herkenbaar voor je doelgroep en je krijgt een vanzelfsprekende aantrekkingskracht. Zo bouw je je onderneming op een stevig fundament. Deze aanpakt werkt en werkt nog steeds, voor mijn klanten en voor mij.
Hardnekkige problemen rond de kern van een zaak, het ontbreken van de juiste woorden en een overweldigende chaos zijn overal te vinden. Niet alleen in mijn niche. Er bestaan vele hardnekkige kwesties die gebaat zijn bij een praktisch-filosofische aanpak. Mijn niche is mijn niche geworden omdat mijn affiniteit op die plek ligt. Ik maak zelf deel uit van mijn niche. Ik help mensen met het oplossen van een pijn die ook mijn pijn was. Voor iedereen is er een niche. Je moet die wel zelf zoeken, want jij bent degene die de klik voelt als je er bent.
Ik nodig je uit op zoek te gaan naar een hardnekkig probleem in jouw werkveld, het kan niet complex genoeg zijn. Hoe kan de praktische filosofie helpen? Verzin een plan en pak het aan.

Kiki Verbeek is neerlandica, filosofe en theatermaker. Ze helpt zakelijk dienstverleners met het verhelderen van hun professionele verhaal. Ze helpt je focus aanbrengen in je handelen, zichtbaar maken waar je voor staat en doen wat je belangrijk vindt. www.glashelderverhaal.nl
Publicatie Kiki Verbeek
Professionele identiteit voor ervaren coaches & consultants, Van Duuren Management (2021). Dit boek helpt je bij het neerzetten van je professionele identiteit. Het laat je zien hoe je een vorm vindt voor jouw inhoud, met stimulerende praktijkverhalen. Zo maak je jezelf en je dienst zichtbaar, herkenbaar en aantrekkelijk.

Het maakt het nóg triester dat op 10 september een kogel een eind maakte aan het leven van Charlie Kirk, symbolisch genoeg op een universiteitscampus, terwijl hij sprak over wapengeweld. Het is niet de dood van Socrates, maar toch een tragedie voor zowel democratie als filosofie.
Feiten doe ertoe
Dat vond niet iedereen, ook niet binnen academia. Zo bleek een collega-filosoof - universiteitsdocent in Nijmegen - vooral geschokt door ‘de collectieve verheerlijking’ van Kirk’ (de Volkskrant 24 september 2025). Kirk was een ‘extreemrechtse haatprediker’, met ‘weerzinwekkende’ denkbeelden. In de tijd van Socrates hadden we, na wat socratisch verantwoord doorvragen, wellicht voorbeelden van denkbeelden gehoord, die dan inderdaad onze weerzin zouden wekken. In tijden van Google leert een advanced search dat het om ideeën gaat, waarmee de geachte collega het eenvoudigweg oneens is: dat empathie een schadelijke new age-uitvinding is, of dat het recht op wapenbezit onvermijdelijk slachtoffers maakt en dan volgens Kirk nóg te verkiezen valt, evenals bijvoorbeeld autoverkeer. Of, en hier wordt het betoog van onze medewijsgeer nog minder wijsgerig verantwoord: dat bij wat verder doorklikken er feitelijk niets overblijft van aantijgingen als ‘Kirk was voor het stenigen van homo’s’ en ‘Kirk vond dat transgenders moeten worden gelyncht, net als zwarten in de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw’.
Feiten doen ertoe, ook voor filosofen. Zelfs voor filosofen die menen dat ‘waarheid’ een betrekkelijk begrip is. Zeker als het verdraaien van feiten - ‘Kirk wil ons dood hebben!’ - resulteert in de overtuiging bij een jongeman dat moord het aangewezen antwoord is op de ‘haat’ en het ‘geweld’ van Charlie Kirk. Terwijl deze, onder het motto prove me wrong, vaak opvallend hoffelijk in gesprek ging met mensen die hem leken te beschouwen als een fundamentalistisch-christelijke antichrist. In ontelbare reacties op (social) media na de moord lag de nadruk op hoe verwerpelijk de zojuist vermoorde persoon was, vaak op basis van verdraaide citaten en horen-zeggen.
Wanneer denkers nog niet dood zijn, verwelkom ze dan op je campus, hoezeer je ook met hen van mening verschilt.
Ignorantie en arrogantie
Het gaat echter niet louter om feiten, hoe belangrijk die op zichzelf ook zijn. Het gaat, zoals zo vaak in de filosofie, ook om elementaire logica en de argumentatie die daaruit voortvloeit. Dan blijkt het punt dat mensen als Kirk niet op universiteiten hoeven te worden gehoord, een even hooghartige als halfslachtige, eeuh…. apologie te krijgen. Niet toevalligerwijs draagt het betoog van onze collega de titel: ‘De universiteit is geen talkshowtafel’. Hij schrijft: “Het gaat op een universiteit immers niet om doxa, maar om episteme. Dat wil zeggen: het gaat niet om de snel gevormde mening, maar om de grondig onderzochte kennis.”
Geen moment lijkt het in dit imposant fronsende voorhoofd te zijn opgekomen dat zijn episteme verdacht veel trekken vertoont van doxa, zoals ik daarnet aangaf bij het verwijt van ‘haatprediker’. En al helemaal niet dat de doxa van politieke of filosofische tegenstanders, meer episteme zou kunnen vertonen dan ons lief is. (Voor alle duidelijkheid: ik zeg dit als iemand die het negen van de tien keer met Charlie Kirk oneens was en die nul sympathie heeft voor de pogingen van Kirk’s held Trump om vrije meningsuiting en academische vrijheid in te perken). Al met al doemt hier een riskante combinatie op van ignorantie en arrogantie, en lijkt de Nijmeegse filosoof ineens op de studenten die de autodidact Kirk overtuigend op hun plaats zette. Of, om naar de klassiekers terug te keren: op wijsgerige windbuilen als Euthyphro en Meletus, Socrates’ favoriete slachtoffers.
Intellectueel lui en zelfvoldaan
Maar laten we het dialectische steekspel, zoals Nietzsche de socratische methode aanduidde, even achter ons laten en een positief alternatief schetsen, voor zowel de filosofie als de democratie. Weinig filosofen hebben de constructieve waarde van tegenspraak - uitgenodigd, of zonder invitatie verschenen - zozeer benadrukt als John Stuart Mill. “Zowel leraren als leerlingen vallen in slaap op hun wachtpost, als er geen vijand in het veld te zien valt.”
Als de kogel die Kirk trof ergens goed voor zal zijn, is het hopelijk het besef van waar vrije meningsuiting om draait.
Waarmee Mill aangaf dat het op universiteiten en in de publieke opinie altijd zaak is om fundamenteel meningsverschil te verwelkomen. Niet alleen vanwege de pluriformiteit of, met een hedendaags begrip, viewpoint diversity, die op zich al waarde heeft in de democratie. Maar ook om te voorkomen dat jijzelf intellectueel lui en zelfvoldaan wordt. Dat nu is precies wat ik in de studenten zag die in onzachte aanraking kwamen met Charlie Kirk: jongens en meisjes die weliswaar indrukwekkende studies volgden en ingewikkelde boeken lazen… maar die ook al veel te lang niet meer tegengesproken waren of werkelijk aan het denken gezet. En die dus uiteindelijk hulpeloos bleken, zelfs al hadden ze een valide punt te verdedigen, zoals de zaak van Gaza, de gevaren van wapenbezit, of de argumenten vóór vrije abortuskeuze.
Vrijheid van de andersdenkende
In het filosofieonderwijs ligt de kunst van de georganiseerde tegenspraak erin dat je wérkelijk contrasterende visies behandelt en uiterst terughoudend bent met het diskwalificeren van tegenargumenten als ‘slecht onderbouwd’ of ‘wetenschappelijk irrelevant’. Je zou dit een ultieme praktische wijsheid ofwel phronèsis kunnen noemen, voorbij doxa en episteme. Laat je studenten verschillende teksten zien, reik ze diverse criteria aan, en ziedaar… ze kunnen zelf oordelen, zonder te veroordelen, te betreuren of te bespotten.
Wanneer denkers nog niet dood zijn, verwelkom ze dan vooral op je campus, hoezeer je ook met hen van mening verschilt. Sterker nog: hoe méér je met hen van mening verschilt. Te vaak reserveren we vrije meningsuiting voor mensen die niet te ver verwijderd van onze eigen opinie opereren. Het wordt spannend, maar ook pas echt de moeite waard, wanneer je de mogelijkheid inbouwt dat ze je - al is het maar gedeeltelijk - overtuigen. Dat kan alleen wanneer je ze het woord gunt. ‘Vrijheid is altijd de vrijheid van de andersdenkende,’ stelde Rosa Luxemburg.
Als de kogel die Kirk trof ergens goed voor zal zijn, is het hopelijk dit besef van waar vrije meningsuiting écht om draait.

Remko van Broekhoven (1967) is politiek filosoof. Hij is gepromoveerd aan de Universiteit Utrecht, en doceert onder meer voor The School of Life, de Volksuniversiteit en het HOVO.
Foto: Fjodor Buis
Foto Charlie Kirk: Gage Skidmore
Met ingang van het studiejaar 2025-2026 is dr. Floris van den Berg benoemd tot lector ‘Filosoferen voor een Betere Wereld’ aan de Hogeschool voor Toegepaste Filosofie (HTF). In zijn nieuwe rol zal Van den Berg, in samenwerking met het HTF Denkhuis, nieuwe filosofische werkvormen ontwikkelen die aanzetten tot morele (her)oriëntatie. Van den Berg: “Filosofie kan bijdragen aan het project van de Verlichting om te streven naar een betere wereld met minder leed en meer geluk, voor menselijke én niet-menselijke dieren, voor nu en in de toekomst.”
Algemeen-directeur Martin Slagter: “Met Floris hebben we een toegepast filosoof pur sang in huis, die denken en doen op een unieke manier verbindt en filosofie echt in weet te zetten voor een betere samenleving.”

De morele cirkel
Van den Berg (1973) promoveerde in 2011 op het proefschrift Harming others: universal subjectivism and the expanding moral circle, waarin hij het ‘universeel subjectivisme’ ontwikkelde - een ethische theorie en gedachteoefening gericht op het verminderen van het lijden voor mens en dier, hier en nu, elders en in de toekomst. Hij publiceerde twintig boeken, waaronder Filosofie voor een betere wereld, en talloze artikelen over veganisme, liberalisme, feminisme, humanisme en atheïsme – steeds gericht op het vergroten van onze morele cirkel. Ten behoeve van onderwijs creëerde hij een dozijn kennisposters en ontwikkelde hij walkshops om met studenten in de natuur wandelenderwijs te filosoferen. In 2016 won hij met Beter weten. Filosofie van het ecohumanisme de Boekenprijs van deMens.nu. Ook maakt hij de filosofische podcast ‘De vrije gedachte’.
Van den Berg doceert onder andere milieuethiek, wetenschapsfilosofie en creatief schrijven aan de HTF. Hij is tevens als universitair docent milieufilosofie verbonden aan de Universiteit Utrecht. Sinds 2023 is hij voorzitter van de vrijdenkersvereniging De Vrije Gedachte. Hij is een veelgevraagd spreker, commentator en organisator.
Filosoferen
De HTF is een door idealen gedreven organisatie, opgericht en uitgebouwd door docenten filosofie, hoogleraren en filosofische professionals uit de beroepspraktijk. De HTF wil filosofie laten doordringen tot in de haarvaten van de samenleving om grote maatschappelijke uitdagingen het hoofd te bieden. De HTF verzorgt bachelor- en masteropleidingen, trainingen, toegepast onderzoek en advies, waarbij inzetbare denkvaardigheden – het filosoferen, meer nog dan ‘de’ filosofie - centraal staan. Het lectoraat van Floris van den Berg ondersteunt de HTF hier in de volle breedte.
Symposium
De HTF organiseert op zaterdag 22 november 2025 het symposium ‘Filosoferen voor een Betere Wereld’, waarbij Van den Berg zijn lectoraatsrede zal uitspreken en diverse workshops gevolgd kunnen worden. De rede is ook uitgewerkt tot publicatie die bij de HTF uitgeverij zal verschijnen.
Dragend idee
Een dragend idee geeft je leven richting en is te vinden in een essentiële ervaring. Voor de deelnemers is de tafelrede een eerste kennismaking. Het gaat daarbij niet om een verlangen dat je najaagt maar om een overtuiging, een inzicht dat je, vaak naar aanleiding van een concrete ervaring, van betekenis verklaart voor je leven. En waar je vervolgens naar probeert te leven. In de tafelrede gaan we hiernaar op zoek. Daarnaast zijn er vaak ook verborgen waarden in het verhaal te vinden. Daarover praten is een van de bedoelingen van de tafelrede.
STAPPEN

Luuk Stegmann is klinisch psycholoog en psychotherapeut. Sinds 2012 is hij hoofddocent van de beroepsopleiding Visieontwikkeling en Rechtvaardig Leiderschap van de ISVW. Hij is mederedacteur van Hoog Spel, Filosoferen in de praktijk.
👉🏻 Let op: ACTIE GELDT OOK IN 2026-2027!
De HTF wil toegepast filosofieonderwijs toegankelijker maken voor wie dagelijks het verschil maakt in de samenleving.

Waarom deze actie?
De studiejaren 2025-2026 en 2026-2027 staan in het teken van toegepaste filosofie in maatschappelijke beroepen.
In de huidige complexe samenleving wordt het voor professionals in de verschillende sectoren steeds belangrijker dat zij in staat zijn tot betekenisvolle reflectie. Toegepaste filosofie helpt je bij complexe beslissingen en ethische dilemma's in je werk. We geloven dat professionals die zo'n belangrijke rol spelen in de maatschappij, toegang moeten hebben tot dit onderwijs.
Laag instellingstarief
De HTF houdt het collegegeld bewust laag om filosofieonderwijs breed toegankelijk te maken. Deze korting is onze manier om professionals in essentiële beroepen extra te ondersteunen.De HTF biedt sinds oprichting drie studiebeurzen aan voor studenten die niet de financiële middelen hebben om te starten met de bacheloropleiding. Dit budget wordt komend collegejaar dus ingezet om een korting te bieden aan medewerkers die werkzaam zijn in de zorgsector, het onderwijs, politie en defensie.
Kortingsactie
De actie betreft een korting van 10% op het collegegeld van het eerste lesjaar: de propedeusefase van de bacheloropleiding of de premasterfase van de masteropleiding.
Download de brochure(s): zorg | onderwijs | politie | defensie en deel de informatie met je collega's. Wie weet kun je samen starten aan een boeiend filosofisch traject.
Voorwaarden
Interesse of vragen?
Staat jouw CAO er niet bij, maar denk je wel in aanmerking te komen? Of heb je andere vragen over de opleidingen of de korting? Mail dan naar: info@hogeschoolvoortoegepastefilosofie.nl

Op vrijdagavond 9 mei hebben we lekker gedebatteerd onder leiding van docent Charly Bos. Na samen te hebben gegeten (want filosoferen op een lege maag is nooit een goed idee), doken we in een levendig debat met een thema dat ons allemaal raakt:
'(A)𝘚𝘰𝘤𝘪𝘢𝘭𝘦 𝘮𝘦𝘥𝘪𝘢 𝘩𝘦𝘣𝘣𝘦𝘯 𝘦𝘦𝘯 𝘰𝘷𝘦𝘳𝘸𝘦𝘨𝘦𝘯𝘥 𝘯𝘦𝘨𝘢𝘵𝘪𝘦𝘷𝘦 𝘪𝘮𝘱𝘢𝘤𝘵 𝘰𝘱 𝘥𝘦 𝘮𝘦𝘯𝘵𝘢𝘭𝘦 𝘨𝘦𝘻𝘰𝘯𝘥𝘩𝘦𝘪𝘥 𝘦𝘯 𝘷𝘰𝘳𝘮𝘦𝘯 𝘥𝘢𝘢𝘳𝘮𝘦𝘦 𝘦𝘦𝘯 𝘤𝘰𝘭𝘭𝘦𝘤𝘵𝘪𝘦𝘧 𝘱𝘳𝘰𝘣𝘭𝘦𝘦𝘮 𝘥𝘢𝘵 𝘰𝘷𝘦𝘳𝘩𝘦𝘪𝘥𝘴𝘳𝘦𝘨𝘶𝘭𝘦𝘳𝘪𝘯𝘨 𝘷𝘦𝘳𝘦𝘪𝘴𝘵.'
Er werden twee rijtjes gevormd, voor en tegen. Na het pleiten voor een standpunt schoof je door naar de andere kant van het spectrum, zodat je ook de andere kant van de argumentatie kon uitdiepen.
Zo hebben we samen ruim een uur lang allerlei nuances en argumenten rond de stelling verkend en werden we uitgedaagd om te werken aan onze perspectivistische lenigheid. Halverwege mochten er ook 𝗱𝗿𝗼𝗴𝗿𝗲𝗱𝗲𝗻𝗲𝗻 gebruikt worden die na elk optreden door de rest opgespoord konden worden.
Na een pauze hebben we samen de legendarische speech van Charlie Chaplin bekeken uit ‘The Great dictator’ en het gehad over de 𝗹𝗼𝗴𝗼𝘀, 𝗲𝘁𝗵𝗼𝘀 𝗲𝗻 𝗽𝗮𝘁𝗵𝗼𝘀 van deze toespraak en alle paradoxen die erin te vinden zijn.
Toen was de officiële tijd voorbij, maar we bleven nog napraten tot we het gebouw uit moesten. Charly Bos liet nog even zijn orakel skills zien en nadat de laatste bierflesjes opgeruimd waren hebben we de deur achter ons dicht gedaan.
We kijken nu al uit naar de filmavond en de training ‘Filosofisch Adviseren’ die we in juni organiseren!
#Filosofie#MaakWerkVanFilosofie

Vertel eens over jullie beroepsproducten. Hoe kwamen die tot stand? Jacqueline?
JL: “Op basis van een eerder onderzoek naar het begrip ‘menselijke maat’, dat ik in mijn eerste masterjaar heb gedaan, heb ik een kralenspel [zie in dit nummer de rubriek Technè] en dialoogsessies ontwikkeld voor ambtenaren van de Dienst Terugkeer en Vertrek van het ministerie van Justitie en Veiligheid, waar ik zelf werk. Ik help ze om taal te geven aan de morele spanning die ze ervaren tussen wetgeving en de praktijk. Ik heb een groot deel van de tien kralen van het kralenspel aangepast: zo is het hittepunt ‘morele buikpijn’ geworden. En voor niveau drie heb ik de polen ‘legaliteit’ en ‘moraliteit’ gekozen. Bij de dialoogsessies gebruik ik verschillende werkvormen van dialoog en verbeelding om de rijkdom van het denken van de deelnemers aan te boren.”
Hoe ging dat bij jou, Bernadette?
BV: “Voor mijn beroepsproduct moet je terug naar mijn HTF-bachelor, waar ik denk ik als eerste student ben afgestudeerd als narratieve filosoof. Ik wilde geen onderzoek doen in een organisatie, ik wilde schrijven! Dat is ook altijd de reden geweest dat ik deze opleiding ben gaan doen. Ik ben afgestudeerd bij Joep Dohmen op een essay over woede, toegespitst op de privésfeer. In de master heb ik mijn onderzoek naar woede naar het maatschappelijk domein getild. In eerste instantie gaf de ISVW mij de opdracht om hier een summerschool over te organiseren. Die is er ook gekomen. Maar gaandeweg kreeg ik steeds meer ideeën voor een boek en toevallig kwam ik erachter dat de ISVW ook een uitgeverij heeft op het snijvlak van filosofie en activisme. Ik heb de stoute schoenen aangetrokken, een voorstel ingediend en toen had ik opeens een boekcontract op zak.”
Als afstudeerder moet je filosofie relevant maken voor niet-filosofen. Hoe ging dat bij jullie?
JL: “De wereld van de ambtenaar is heel erg geprotocolleerd. Kaders en richtlijnen zijn veelal leidend. Als je andere - morele - vragen stelt, doe je een beroep op een ander denken. Moraliteit laat het meer persoonlijke gezicht van de ambtenaar zien. Door aandacht te besteden aan morele zelfkennis ontstaat er een andere gesprekscultuur. Dit is een belangrijke aanvulling naast de al bestaande wet- en regelgeving. Maar het is best spannend om ambtenaren een kralenspel te laten spelen. De naam doet soms wenkbrauwen fronsen. Kralenspel? Maar als je het goed toelicht en benadrukt dat het om concrete vragen gaat, en om het toewerken naar een idee, dan lukt het prima. Soms begin ik gewoon, soms leg ik de structuur uit, afhankelijk van de groep. Maar ik maak het altijd visueel, opdat men weet waar we ongeveer zijn. De ervaringen zijn positief. Het kralenspel is inmiddels omarmd binnen mijn organisatie. Ik heb naar aanleiding van de studie en mijn onderzoek een andere functie gekregen. Vanuit beleidszaken denk ik mee over het thema ‘menselijke maat’, wat dat precies is en hoe we er als dienst naar kunnen handelen.”
BV: “Voor mij als narratieve filosoof was het van belang om een brug te slaan van de filosofie naar de samenleving. Ik denk dat ik de samenleving ook echt iets te zeggen heb over woede. De ISVW moet ik nog wel overtuigen van mijn narratieve vorm van filosofie: persoonlijk en geschreven vanuit de eigen ervaring. Dat is anders dan de academische filosofie. Ik ben afgestudeerd op een aantal hoofdstukken, maar werk nu aan een nieuwe volledige versie van mijn boek Dat is ongeveer waar ik nu ben.”
Een van de eisen van de Meesterproef is dat je samenwerkt. Jullie werk lijkt nogal uiteen te liggen. Of niet?
BV: “Je hoeft niet met hetzelfde eindproduct bezig te zijn, om elkaar te inspireren en van feedback te voorzien.”
JL: “We hebben vooral als buddy en sparringpartner voor elkaar gefungeerd. Maar in het begin hebben we ook als ethische oefening gewerkt aan fabels: ethische teksten vertolkt door dieren. Als het over de moraal gaat, wat past daar dan beter bij dan fabels? Ook vanwege het samenspel tussen tekst en beeld. Ik schreef en Bernadette illustreerde. Het was een mooie samenwerking.”
BV: “Het was eigenlijk bedoeld voor erbij, als extra.”
JL: “Maar het was ook voorwerk voor ons overkoepelende thema. Wat is goed? Wat mag je en wat moet je? Wanneer mag je boos zijn als burger? Wanneer moet je tegenspreken als ambtenaar? Uiteindelijk hebben we die vraag meegenomen in het hele proces van samenwerking. We hebben elkaar filosofisch bij de les gehouden.”
BV: “En dat doen we nog steeds. We organiseren deze zomer samen een filosofische summerschool in een prachtige villa op Curaçao. Ik ben daar opgegroeid en ga er geregeld naar terug. Vanuit mijn netwerk kreeg ik de vraag voor een summerschool en ik heb meteen als voorwaarde gesteld dat ik Jacqueline mee kon nemen. Het inhoudelijke verhaal neerzetten vertrouw ik mijzelf wel toen, maar voor de socratische gesprekstechnieken heb ik Jacqueline nodig. Ik weet hoe goed zij hierin is. We zitten nu volop in de werving.”

Bernadette Wienk (links)
Bernadette Wienk is docent filosofie en burgerschap aan diverse ISK- en VMBO-scholen te Rotterdam. Ze werkt aan een boek over woede.
Jacqueline Lycklama á Nijeholt (rechts)
Jacqueline Lycklama á Nijeholt werkt bij de Dienst Terugkeer en Vertrek, waar ze zich bezighoudt met het dossier ‘Menselijke maat’. Daarnaast is ze aangesloten bij het Rijksprogramma Dialoog & Ethiek.

Link naar de retraite: https://www.micunastays.com/nl/aboutus (iets naar onderen scrollen voor de informatie)
𝗛𝗼𝗲 𝘇𝗼𝘂 𝗵𝗲𝘁 𝘇𝗶𝗷𝗻 𝗮𝗹𝘀 𝗲𝗲𝗻 𝘀𝗰𝗿𝗶𝗽𝘁𝗶𝗲 𝗻𝗶𝗲𝘁 𝗯𝗲𝗴𝗼𝗻 𝗺𝗲𝘁 𝗱𝗲 𝘃𝗿𝗮𝗮𝗴 ‘𝗵𝗼𝗲 𝗺𝗼𝗲𝘁 𝗵𝗲𝘁?’, 𝗺𝗮𝗮𝗿 𝗺𝗲𝘁: ‘𝘄𝗮𝘁 𝘄𝗶𝗹 𝗷𝗲 𝗹𝗲𝗿𝗲𝗻, 𝘄𝗮𝘁 𝘄𝗶𝗹 𝗷𝗲 𝗹𝗮𝘁𝗲𝗻 𝘇𝗶𝗲𝗻, 𝘄𝗮𝘁 𝘄𝗶𝗹 𝗷𝗲 𝘁𝗲𝘄𝗲𝗲𝗴𝗯𝗿𝗲𝗻𝗴𝗲𝗻?’
In een prikkelend essay in Trouw werpt schrijver en filosoof Doortje Lenders een kritisch licht op hoe we studenten laten afstuderen. Volgens haar is de scriptie te vaak een eenzame, rigide eindproef waarin gehoorzaamheid belangrijker lijkt dan nieuwsgierigheid. Maar het kan ook anders, dat laat ze zien aan de hand van inspirerende voorbeelden.

𝗘𝗻 éé𝗻 𝗱𝗮𝗮𝗿𝘃𝗮𝗻 𝗶𝘀 ‘𝗼𝗻𝘇𝗲’ Niels Witjes.
Niels is docent bij de HTF en docent Nederlands als tweede taal bij het ISK in Arnhem én oud-student van onze hogeschool. Zijn afstuderen aan de master Toegepaste Filosofie deed hij grotendeels in de klas, samen met zijn leerlingen – jongeren uit landen als Syrië, Oekraïne en Eritrea. Hij introduceerde het vak ‘filosoferen’, liet zijn leerlingen nadenken over identiteit, levensvragen en samenleven in een nieuwe samenleving.
Zijn afstuderen was niet alleen een eindpunt, maar een maatschappelijk beginpunt: het ontwikkelen van een filosofische houding in het onderwijs, juist bij een doelgroep die te vaak verkeerd wordt begrepen. Inmiddels deelt hij zijn aanpak ook met collega-docenten, om ruimte te maken voor een meer vragende, reflectieve manier van lesgeven.
Wij zijn trots dat Niels vanuit zijn praktijk het onderwijs én het afstuderen opnieuw betekenis geeft.
𝗪𝗶𝗹 𝗷𝗲 𝗵𝗲𝘁 𝗵𝗲𝗹𝗲 𝗮𝗿𝘁𝗶𝗸𝗲𝗹 𝗹𝗲𝘇𝗲𝗻? (𝗹𝗲𝘁 𝗼𝗽: 𝘀𝘁𝗮𝗮𝘁 𝗮𝗰𝗵𝘁𝗲𝗿 𝗯𝗲𝘁𝗮𝗮𝗹𝗺𝘂𝘂𝗿):
https://lnkd.in/ezz-uCDP
Hieronder het fragment uit het artikel in Trouw over Niels Witjes.
Goede studenten schrijven geen scripties
Een scriptie schrijven is te vaak een hachelijke onderneming die studenten tot wanhoop drijft, vindt Doortje Lenders. Na haar afstuderen zat ze een week lang met migraine op de bank. Kan dat niet anders? (Ja dus.) Tekst: Doortje Lenders
Met mijn afstudeerscriptie voldeed ik precies aan de verwachtingen. Ik heb hem keurig op tijd ingeleverd, mede doordat ik geen millimeter ben afgeweken van de duidelijk afgebakende onderzoeksvraag. Ik heb er geen uurtje slaap om gemist: driekwart jaar lang zat ik iedere werkdag om negen uur klaar achter mijn bureau en om stipt vijf uur klapte ik mijn laptop dicht. Ik heb er de volmaakte hoeveelheid energie in gestoken, want de 7,5 die ik ervoor kreeg, zorgde dat ik op de komma nauwkeurig cum laude kon afstuderen.
Maar, alle perfectie ten spijt: leuk was het niet. Na mijn afstuderen heb ik een week met migraine op de bank gezeten en sindsdien heb ik zo min mogelijk aan mijn scriptie gedacht. De zeldzame keren dat ik het document boven water moest halen voor een geïnteresseerde opdrachtgever of een betrokken familielid, kwam er een onmiskenbare vlaag van misselijkheid langs. “Heel misschien zet ik het ergens op een harde schijf”, zei een vriend laatst, die op dit moment bezig is met een verwoede tweede poging voor zijn masterscriptie. “Maar het moet zo snel mogelijk van mijn computer af.”
Een scriptie schrijven voelt vaak alsof je door de woestijn strompelt op zoek naar de eindstreep, die iemand op een willekeurige plek met een stok in het zand heeft getekend. Veel studenten blijven wanhopig in cirkels lopen. Maar zelfs als het lukt om de enormiteit, uitzichtloosheid en eenzaamheid van de hele onderneming het hoofd te bieden, is het een barre tocht die je uitgeput en dorstig achterlaat. Kan dat niet anders?
Niels Witjes (42),
docent Nederlands als tweede taal op het ISK in Arnhem
Niels Witjes rondde in september zijn master toegepaste filosofie af aan de Hogeschool voor Toegepaste Filosofie in Utrecht. Dat deed hij vooral door voor de klas te staan. Witjes introduceerde het vak filosoferen in twee internationale schakelklassen op het ISK in Arnhem. Een jaar lang gaf hij daar twee uur per week les.
Zijn leerlingen: kinderen van 12 tot 17 jaar, afkomstig uit landen als Oekraïne, Syrië, Afghanistan en Eritrea. “Een doelgroep die in de media en door de politiek vaak wordt neergezet als problematisch”, stelt Witjes, die eerder lesgaf op het vmbo. Het tegenovergestelde bleek waar: leerlingen hadden respect voor docenten, waren gemotiveerd en er heerste rust in de klas. “Heel anders dan ik gewend was.”
Het zette Witjes aan het denken: hoe kan die beeldvorming zo afwijken? Zijn analyse: er is geen contact meer tussen verschillende groepen mensen, zoals PVV-stemmers en kinderen die bij mij in de klas zitten. “Het verdwijnen van een publieke ruimte waar mensen elkaar fysiek ontmoeten is een groot probleem. Wat rest is het beeld uit je eigen socialemediabubbel.”
Witjes besloot de leerlingen vaardigheden te leren om in gesprek met ‘de ander’ te gaan. Hoe stel je een goede vraag? Is je mening voorzien van een argument? Ook werd gesproken over identiteit. “Belangrijk voor elke puber, maar zeker voor deze leerlingen, omdat zij uit hun cultuur zijn gerukt.” Thema’s als geloof, dood, verliefdheid, vriendschap kwamen voorbij. “Net als de vraag: wat neem je mee van jezelf naar Nederland?”
Inmiddels geeft Witjes ook workshops aan mededocenten. “Zodat die Socratische houding deel gaat uitmaken van het lesgeven; een vragende houding tegenover leerlingen. Onderwijs gaat niet alleen over het overdragen van kennis, ook over zelfontwikkeling.” Hij hoopt dat leerlingen zich door zijn lessen gesterkt voelen om mee te praten in de maatschappij. “In buurtraden, op scholen, gemeenteraden en misschien later in de nationale politiek.”

De Hogeschool voor Toegepaste Filosofie (HTF) biedt de eerste hbo-bachelor en hbo-master Toegepaste Filosofie in Nederland aan.