info@hogeschoolvoortoegepastefilosofie.nl
+31(0)85 8769712
Contact

In ons werk zien wij dat bestuurders en toezichthouders een spanningsveld ervaren, dat doorgaans wordt begrepen als het verschil tussen de leefwereld en systeemwereld. Het lijkt erop dat de logica die inherent is aan de praktijk van zorg, de sociale context waarin de actoren uit deze leefwereld hun samenhangende activiteiten hebben, regelmatig in conflict is met de logica die zich richt op de praktijk van het organiseren en besturen van een zorgorganisatie.

Waarheid als ‘onverborgenheid’

Alhoewel houvast ontleend kan worden aan duiding in de vorm van het onderscheid tussen leefwereld en systeemwereld, dekt het volgens ons niet volledig de lading van wat er werkelijk aan de hand is. Er ontbreekt een meer omvattende duiding van dit onderscheid en de spanning die het oplevert. Dit probleem hebben wij benaderd vanuit een filosofisch perspectief, met het idee om een werkwijze te ontwikkelen die bestuurders kan ondersteunen om op andere manieren met vraagstukken en problemen om te gaan. Volgens ons is het mogelijk om aanwezige intuïties, zoals het gevoel iets ongrijpbaars over het hoofd te zien en het verlangen daar toch naar te kunnen handelen, verder te duiden en uit te werken. Met als doel om op deze wijze een rijker perspectief op de werkelijkheid te ontwikkelen.

De ervaren spanning is volgens ons een meer dan organisatorisch of beleidsmatig vraagstuk; we verbinden dit aan een fundamentele filosofische kwestie over de wijze waarop de werkelijkheid zich aan ons toont en wat daarin al dan niet zichtbaar wordt. Het denken van de filosoof Heidegger helpt ons daarbij. In verband met de vraag hoe de werkelijkheid zich aan ons toont, begint Heidegger bij de notie ‘waarheid’. Hij stelt dat waarheid niet primair moet worden opgevat als een overeenkomst tussen uitspraak en feit, zoals we dat normaal gesproken begrijpen, maar hij grijpt in zijn begrip van waarheid terug op het oud-Griekse idee van aletheia, dat zich laat vertalen als ‘onverborgenheid’. In deze visie is waarheid een dynamisch proces, waarin aspecten van de werkelijkheid zich ontsluiten. Dit wordt door Heidegger ‘ont-bergen’ genoemd, terwijl tegelijkertijd andere aspecten verborgen blijven. In elke onthulling gaat tegelijk ook onherroepelijk weer een verhulling schuil. 

Onthullen en verhullen

Wanneer we Heidegger toepassen op de bestuurspraktijk, kunnen we stellen dat het dominante systeemdenken, met nadruk op beheersing en verantwoording, slechts één element van de werkelijkheid zichtbaar maakt, namelijk ‘bruikbare’ aspecten zoals cijfers en indicatoren. Wat veel zorgprofessionals juist als wezenlijk ervaren aan de zorg blijft buiten beeld. Heidegger zou dit het effect van het ‘Ge-stel’ noemen: een alles doordringende wijze van onthullen waarin de werkelijkheid uitsluitend verschijnt als ‘Bestand’, als een voorraad van middelen die beschikbaar en beheersbaar moeten zijn.

Filosofische reflectie legt de nadruk op het verhelderen van datgene wat in ons waarnemen en denken verborgen blijft.

De systeemwereld, als uitdrukking van het ‘Ge-stel’, dwingt bestuurders tot een manier van waarnemen en oordelen die het onzichtbare, relationele, morele, spirituele en transcendente domein systematisch buiten beeld laat. Wat Heidegger scherp zichtbaar maakt, is dat dit niet slechts een praktisch probleem is, maar ook een ontologische kwestie: de werkelijkheid toont zich slechts in beperkte vorm. Er is een ‘verhulling’ gaande, die leidt tot verarming van het handelen. In deze ‘Gestel-houding’ toont de werkelijkheid zich slechts voor zover zij functioneel ingezet kan worden binnen een bestaande structuur. Zorg wordt primair zichtbaar als een te managen systeem: patiënten worden cliënten, tijd wordt efficiëntie en kwaliteit wordt gereduceerd tot criteria. Wat zich buiten deze logica bevindt, blijft verhuld. Dit is de kern van Heideggers idee dat elke manier van onthullen altijd gepaard gaat met een vorm van verhullen. 

Betekenisvolle gebeurtenis

We hebben een proces van filosofische reflectie ontwikkeld als een praktische wijze om het onzichtbare van de werkelijkheid te onthullen. Filosofische reflectie legt volgens ons de nadruk op het verhelderen van datgene wat in ons waarnemen en denken verborgen blijft. We begrijpen dit als een manier van denken en ervaren waarin de werkelijkheid opnieuw aan ons verschijnt; niet als bruikbaar object, maar als betekenisvolle gebeurtenis. Verbetering van het handelen is weliswaar een waardevolle uitkomst, maar is niet het primaire doel van de reflectie zelf.

Het beroepsproduct dat wij ontwikkeld hebben, faciliteert het opdoen van inzichten op basis van het ‘ont-bergen’ en begeleidt de doorwerking ervan in de bestuurspraktijk. Dit start met het lezen door bestuurders van een door ons geschreven filosofische tekst (een eerste doorwerking), gevolgd door een dialoog over de betekenis daarvan voor de eigen praktijk (het begin van ‘ont-bergen’). De opvolging is steeds maatwerk en vindt plaats op individueel niveau of in teams, bijvoorbeeld (ook) met een raad van toezicht of een managementteam. De werkvormen bevatten steeds elementen van poëzie en/of kunst om tot een rijkere ervaring van de werkelijkheid te komen. 

De eerste uitvoeringen van dit proces zijn goed ontvangen. Het is ons doel deze werkwijze als een cyclisch product door te ontwikkelen om zo bij te dragen aan een rijkere ervaring van de werkelijkheid van zorg, waarmee het bestuurlijk handelen stevig geworteld raakt in de wezenlijke betekenis van de zorg.

Jurgen Vos werkt als Principal adviseur bij Q-Consult Zorg, waar hij zich inzet om de zorg telkens iets te verbeteren. In zijn huidige werk brengt hij de bedrijfskundige invalshoek samen met de psychologische, aangevuld met oog voor de groepsdynamiek.

Hans Leune is ethicus bij de gehandicaptenzorgorganisatie Cello, en is afgestudeerd aan de HTF als Toegepast Filosoof.

Van films leer je van alles, bijvoorbeeld hoe mensen reageren in diverse, tot dan toe onbekende situaties. Films draaien vaak om grote levensvragen. Neem nu de vraag: “Hoe moet ik leven?” Dergelijke grote vragen behoren traditioneel tot het domein van de filosofie. Filosofen doen vaak lang en moeilijk over het vinden van een mogelijk antwoord. Films zijn daarentegen snel en aansprekend, en geven ook antwoord op levensvragen. Dat wordt des te duidelijker door film en filosofie op elkaar te laten reageren: dan blijkt dat eigentijdse filmvertellingen tijdloze waarheden onderzoeken. 

Moreel laboratorium
Ik kreeg de kans om mijn fascinatie voor film, filosofie en ethiek te vertalen naar een concreet project: het samenstellen en schrijven van het boek Denken in het donker met Yorgos Lanthimos, een filosofische essaybundel waarin vier auteurs het werk van de Griekse filmmaker Yorgos Lanthimos onder de loep nemen. Het project was voor mij niet alleen een academische opdracht, maar vooral ook een zoektocht naar de toegepaste waarde van filosofie in een wereld vol verhalen, beelden en morele vragen. Films zijn méér dan entertainment. Ze zijn een spiegel, een oefening in inleven, en soms zelfs een moreel laboratorium waarin we als kijkers geconfronteerd worden met fundamentele vragen.

Tijdens mijn onderzoek stelde ik mezelf de vraag: wat kan film betekenen voor filosofie en ethiek, en andersom? Ik verdiepte me in de ontologische en ethische aard van film aan de hand van twee denkers die voor mij richtinggevend zijn geweest: Stanley Cavell en Robert Sinnerbrink. Cavell beschouwt film als een vorm van sceptisch zelfonderzoek: een medium dat ons niet alleen iets laat zien, maar ons ook bevraagt. Sinnerbrink benadrukt juist hoe film niet alleen appelleert aan ons denken, maar ook aan ons voelen: we ervaren morele dilemma’s via de emotionele reis van de personages. Deze filosofische kaders vormden het fundament van het boek dat ik vervolgens mocht samenstellen.

Krachtig filosofisch instrument
In Denken in het donker met Yorgos Lanthimos worden vier van zijn films door verschillende auteurs filosofisch ontrafeld. Lanthimos’ werk staat bekend om zijn vervreemdende, absurdistische toon. Zijn verhalen spelen zich af in werelden die net niet de onze zijn, maar juist daardoor des te beter laten zien waar het schuurt. Hij stelt vragen over macht, moraal, liefde, autonomie en identiteit: vragen die rechtstreeks raken aan de kern van wat het betekent om mens te zijn. Door deze films te analyseren aan de hand van filosofische concepten, merkte ik hoe krachtig de combinatie van beeld en denken kan zijn.

Wat mij tijdens dit project het meest raakte, is hoe film als medium in staat is om ethische kwesties voelbaar te maken. Filosofie stelt ons de vraag: “Hoe moet ik leven?” en film laat ons ervaren wat er op het spel staat bij het beantwoorden van die vraag. We leven in een wereld waarin we voortdurend keuzes moeten maken, balancerend tussen persoonlijke vrijheid, verantwoordelijkheid en sociale normen. Film helpt ons om deze abstracte kwesties concreet te doorvoelen, en dat maakt het tot een krachtig filosofisch instrument.

Juist nu hebben we behoefte aan plekken waar ruimte is voor nuance, twijfel en reflectie. Film kan zo’n plek zijn.

Nieuwe manieren van denken
Het boek is inmiddels opgenomen in de bestaande reeks Denken in het donker van ISVW Uitgevers en is daar met veel enthousiasme ontvangen. Maar voor mij eindigt het project daar niet. Ik zie het als mijn missie om het boek verder onder de aandacht te brengen: bij lezers, filmkijkers, docenten, studenten en iedereen die bereid is om met andere ogen naar verhalen te kijken. Want ik geloof dat iedereen iets kan leren van film, juist wanneer we het medium film serieus nemen als filosofisch materiaal.

De maatschappelijke relevantie van dit alles kan volgens mij niet worden overschat. We leven in een tijd van snelle meningen, politieke verdeeldheid en technologische versnelling. Juist nu hebben we behoefte aan plekken waar ruimte is voor nuance, twijfel en reflectie. Film kan zo’n plek zijn. En filosofie biedt het gereedschap om wat we zien en voelen ook werkelijk te begrijpen. Door film en filosofie met elkaar te verweven, ontstaan nieuwe manieren van denken, voelen en spreken over ons bestaan. ‘Denken in het donker’ betekent voor mij: kijken naar wat ongemakkelijk is, luisteren naar wat niet meteen gezegd wordt, en bereid zijn om opnieuw na te denken over dat wat we dachten te weten. Film is daarbij een hulpmiddel.

Anne-Mathije Bogerd, HTF-alumna en auteur essaybundel over filosofie en film

Anne-Mathije Bogerd is filosoof, spreker, schrijver en moderator, en werkt daarnaast als actieonderzoeker in het sociale domein. In haar vrije tijd schrijft zij over de filosofie van het alledaagse en probeert ze filosofie zo toegankelijk mogelijk te maken voor een breed publiek. Ze werkt vanuit haar eigen onderneming ‘Filosoof Anne-Mathije’. 

Het ontwikkelen van burgerschapsonderwijs is een rode draad geweest in mijn studiejaren aan de HTF. In mijn tweede jaar kwam ik in aanraking met het probleem dat ‘burgerschapsonderwijs’ heet en sindsdien heb ik geprobeerd dat vraagstuk op mijn manier te doorgronden. In 2024 kreeg ik de kans om dat in de praktijk te doen. Op het DevelsteinCollege werd ik, samen met een collega, onderdeel van de werkgroep Burgerschap, met als doel het onderwijs op dit gebied duurzaam vorm te geven.

Visie en concrete leerdoelen

Het eerste probleem waar je tegenaan loopt, is de abstractheid van begrippen als ‘burgerschap’ en ‘burgerschapsonderwijs’. De overheid geeft in de wettelijke opdracht burgerschap (2006) en de uitbreiding daarvan (2021) een nogal abstracte omschrijving, vermoedelijk om paternalisme te vermijden. Tegelijk maakt die vaagheid het moeilijk om te bepalen wat goed burgerschapsonderwijs eigenlijk is. Daar komt bij dat burgerschapsonderwijs geregeld stevige kritiek krijgt. In november 2023 verscheen er in dit vakblad bijvoorbeeld een artikel van Joep Dohmen onder de titel: “Waarom burgerschapsonderwijs gedoemd is te mislukken.” Zulke (terechte) kritiek zorgt ervoor dat je je gaat afvragen wat burgerschap precies inhoudt en hoe je dit betekenisvol kan vormgeven. Voor mij maakte juist die onzekerheid de uitdaging extra aantrekkelijk. Als het antwoord nog niet vaststaat, is er ruimte om het zelf te ontdekken.

De filosofie heeft mij daarbij geholpen. Ze leert je begrippen te onderzoeken, scherp te definiëren en pas daarna in praktijk te brengen. We begonnen met veel onzekerheid, maar filosofisch begripsonderzoek gaf houvast. Het gevoel tijdens dit proces wordt goed samengevat in de volgende quote: 


“Het meest praktische wat een reiziger kan doen die onzeker is over zijn weg, is niet om met grootse snelheid de verkeerde richting op te gaan, maar om te overwegen hoe hij de juiste richting kan vinden.”

Die houding van reflectie en zorgvuldigheid bleek essentieel bij het ontwikkelen van burgerschapsonderwijs. Het hele proces bestaat uit continu begrippen verhelderen en draagvlak creëren, maar ook uit een visie formuleren, en die vertalen naar concrete leerdoelen en activiteiten. In werkelijkheid liepen die stappen voortdurend door elkaar. Je leert al doende en stelt bij waar nodig. 

Definitie kernbegrippen

Zo begon ik met het formuleren van de definitie van de kernbegrippen ‘burgerschap’ en ‘burgerschapsonderwijs’, zowel in algemeen zin als toegespitst op het DevelsteinCollege. Voor dit stuk deel ik de algemene definities.

Mijn definitie van burgerschap luidt:

“Burgerschap is een essentially contested concept, dat verwijst naar een gemeenschapsgevoel (lidmaatschap), een juridische status of een politieke activiteit (participatie). Het is een concept dat verschillende politiek-filosofische opvattingen kan verenigen.”

Deze definitie is geïnspireerd op Patrick Loobuyck, auteur van Burgerschap: politiek-filosofische perspectieven.

Voor burgerschapsonderwijs liet ik mij inspireren door Eidhof en Biesta. Ik definieer het als volgt:


“Een schoolvak met een ethische kern, gebaseerd op de fundamentele waarden van de democratische rechtsstaat. Het leert leerlingen hoe zij zich als burger kunnen manifesteren en oriënteren in sociale, maatschappelijke en politieke contexten. Burgerschap gaat over wat je kunt doen met vrijheden en rechten - voor jezelf, een ander en de samenleving.”

Hopelijk dagen deze definities anderen uit om een eigen versies te formuleren. 

Mijn afstudeerproject is inmiddels een fundamenteel document en vormt de basis voor toekomstige leerlijnen van havo en vwo.

Luisteren en ontwerpen

In maart 2024 bood de SLO nieuwe handvatten in de vorm van leerdoelen. Die combineerden we met onze definities tot een stevig fundament voor de leerlijn. Op het DevelsteinCollege besloten we bovendien gedeeltelijk gehoor te geven aan Dohmen’s kritiek. We maakten binnen burgerschap een splitsing tussen ‘persoonsvorming’ en ‘internationalisering’, samengebracht onder de naam ‘(wereld)burgerschap’. Vervolgens vertaalden we deze visie naar concrete leerdoelen, en voerden een nulmeting uit om te zien wat er al aan burgerschapsactiviteiten gebeurde en wat er nog ontbrak. Daarna onderzochten we de school- en leerlingencultuur, want de leerlijn moest niet alleen passen bij de visie van de school, maar ook bij de leefwereld van de leerlingen. Burgerschapsonderwijs ontwikkelen is dus evenzeer een kwestie van luisteren als van ontwerpen.

Na dat voorwerk konden we activiteiten formuleren die aansloten bij de visie en de behoeften die we hadden vastgesteld. Die activiteiten vormen binnen de overkoepelende leerlijn twee sub-leerlijnen: één voor persoonsvorming en één voor internationalisering. Mijn afstudeerproject kun je dan ook zien als een matroesjka-pop van leerlijnen: elk onderdeel bevat een kleinere structuur, maar samen vormen ze één geheel.

Betekenisvol onderwijs

Het eindresultaat werd enthousiast ontvangen. Mijn afstudeerproject is inmiddels een fundamenteel document binnen de werkgroep en vormt de basis voor toekomstige leerlijnen van havo en vwo. Het bevat onze theoretische onderbouwing, onderzoek binnen de school, een beschrijving van de school- en leerlingencultuur en een uitgewerkte leerlijn voor klas 1 tot en met 4 van het vmbo-t. Een collega noemde het document ‘een snoepwinkel’, een compliment dat ik met plezier aanvaard.

Afsluitend wil ik dit meegeven: laat je niet ontmoedigen door de kritiek op burgerschapsonderwijs en ook niet door de omvang van de taak. Zie het als een kans om betekenisvol onderwijs te creëren dat jongeren helpt hun plaats te vinden in een complexe samenleving. Burgerschapsonderwijs is nooit af, maar juist daarin schuilt zijn kracht: het is een voortdurende oefening in nadenken, inleven en samen leren wat het betekent om burger te zijn.

Jelle Verlooij heeft zich in 2022 aangemeld bij de HTF om de bachelor Toegepaste Filosofie (afstudeerrichting Onderwijs) te volgen. Hij heeft zich aangemeld als zelfstandig timmerman en heeft zich door de opleiding weten te ontwikkelen tot leraar maatschappijleer en levensbeschouwing. Momenteel is hij werkzaam op het DevelsteinCollege in Zwijndrecht en is hij medeverantwoordelijk voor de ontwikkeling van het burgerschapsonderwijs; Jelle volgt momenteel aan de Universiteit van Tilburg de master Philosophy of mind and psychology.

⁠Vertel eens over jullie beroepsproducten. Hoe kwamen die tot stand? Jacqueline?

JL: “Op basis van een eerder onderzoek naar het begrip ‘menselijke maat’, dat ik in mijn eerste masterjaar heb gedaan, heb ik een kralenspel [zie in dit nummer de rubriek Technè] en dialoogsessies ontwikkeld voor ambtenaren van de Dienst Terugkeer en Vertrek van het ministerie van Justitie en Veiligheid, waar ik zelf werk. Ik help ze om taal te geven aan de morele spanning die ze ervaren tussen wetgeving en de praktijk. Ik heb een groot deel van de tien kralen van het kralenspel aangepast: zo is het hittepunt ‘morele buikpijn’ geworden. En voor niveau drie heb ik de polen ‘legaliteit’ en ‘moraliteit’ gekozen. Bij de dialoogsessies gebruik ik verschillende werkvormen van dialoog en verbeelding om de rijkdom van het denken van de deelnemers aan te boren.”

Hoe ging dat bij jou, Bernadette?

BV: “Voor mijn beroepsproduct moet je terug naar mijn HTF-bachelor, waar ik denk ik als eerste student ben afgestudeerd als narratieve filosoof. Ik wilde geen onderzoek doen in een organisatie, ik wilde schrijven! Dat is ook altijd de reden geweest dat ik deze opleiding ben gaan doen. Ik ben afgestudeerd bij Joep Dohmen op een essay over woede, toegespitst op de privésfeer. In de master heb ik mijn onderzoek naar woede naar het maatschappelijk domein getild. In eerste instantie gaf de ISVW mij de opdracht om hier een summerschool over te organiseren. Die is er ook gekomen. Maar gaandeweg kreeg ik steeds meer ideeën voor een boek en toevallig kwam ik erachter dat de ISVW ook een uitgeverij heeft op het snijvlak van filosofie en activisme. Ik heb de stoute schoenen aangetrokken, een voorstel ingediend en toen had ik opeens een boekcontract op zak.”

Als afstudeerder moet je filosofie relevant maken voor niet-filosofen. Hoe ging dat bij jullie? 

JL: “De wereld van de ambtenaar is heel erg geprotocolleerd. Kaders en richtlijnen zijn veelal leidend. Als je andere - morele - vragen stelt, doe je een beroep op een ander denken. Moraliteit laat het meer persoonlijke gezicht van de ambtenaar zien. Door aandacht te besteden aan morele zelfkennis ontstaat er een andere gesprekscultuur. Dit is een belangrijke aanvulling naast de al bestaande wet- en regelgeving. Maar het is best spannend om ambtenaren een kralenspel te laten spelen. De naam doet soms wenkbrauwen fronsen. Kralenspel? Maar als je het goed toelicht en benadrukt dat het om concrete vragen gaat, en om het toewerken naar een idee, dan lukt het prima. Soms begin ik gewoon, soms leg ik de structuur uit, afhankelijk van de groep. Maar ik maak het altijd visueel, opdat men weet waar we ongeveer zijn. De ervaringen zijn positief. Het kralenspel is inmiddels omarmd binnen mijn organisatie. Ik heb naar aanleiding van de studie en mijn onderzoek een andere functie gekregen. Vanuit beleidszaken denk ik mee over het thema ‘menselijke maat’, wat dat precies is en hoe we er als dienst naar kunnen handelen.”

BV: “Voor mij als narratieve filosoof was het van belang om een brug te slaan van de filosofie naar de samenleving. Ik denk dat ik de samenleving ook echt iets te zeggen heb over woede. De ISVW moet ik nog wel overtuigen van mijn narratieve vorm van filosofie: persoonlijk en geschreven vanuit de eigen ervaring. Dat is anders dan de academische filosofie. Ik ben afgestudeerd op een aantal hoofdstukken, maar werk nu aan een nieuwe volledige versie van mijn boek Dat is ongeveer waar ik nu ben.”

Een van de eisen van de Meesterproef is dat je samenwerkt. Jullie werk lijkt nogal uiteen te liggen. Of niet? 

BV: “Je hoeft niet met hetzelfde eindproduct bezig te zijn, om elkaar te inspireren en van feedback te voorzien.”

JL: “We hebben vooral als buddy en sparringpartner voor elkaar gefungeerd. Maar in het begin hebben we ook als ethische oefening gewerkt aan fabels: ethische teksten vertolkt door dieren. Als het over de moraal gaat, wat past daar dan beter bij dan fabels? Ook vanwege het samenspel tussen tekst en beeld. Ik schreef en Bernadette illustreerde. Het was een mooie samenwerking.”

BV: “Het was eigenlijk bedoeld voor erbij, als extra.” 

JL: “Maar het was ook voorwerk voor ons overkoepelende thema. Wat is goed? Wat mag je en wat moet je? Wanneer mag je boos zijn als burger? Wanneer moet je tegenspreken als ambtenaar? Uiteindelijk hebben we die vraag meegenomen in het hele proces van samenwerking. We hebben elkaar filosofisch bij de les gehouden.”

BV: “En dat doen we nog steeds. We organiseren deze zomer samen een filosofische summerschool in een prachtige villa op Curaçao. Ik ben daar opgegroeid en ga er geregeld naar terug. Vanuit mijn netwerk kreeg ik de vraag voor een summerschool en ik heb meteen als voorwaarde gesteld dat ik Jacqueline mee kon nemen. Het inhoudelijke verhaal neerzetten vertrouw ik mijzelf wel toen, maar voor de socratische gesprekstechnieken heb ik Jacqueline nodig. Ik weet hoe goed zij hierin is. We zitten nu volop in de werving.”

Bernadette Wienk (links)

Bernadette Wienk is docent filosofie en burgerschap aan diverse ISK- en VMBO-scholen te Rotterdam. Ze werkt aan een boek over woede.

Jacqueline Lycklama á Nijeholt (rechts)

Jacqueline Lycklama á Nijeholt werkt bij de Dienst Terugkeer en Vertrek, waar ze zich bezighoudt met het dossier ‘Menselijke maat’. Daarnaast is ze aangesloten bij het Rijksprogramma Dialoog & Ethiek.

 Link naar de retraite: https://www.micunastays.com/nl/aboutus (iets naar onderen scrollen voor de informatie)

‘Praktische wijsheid’ is een concept uit de deugdethiek van Aristoteles, dat organisaties helpt omgaan met situaties waarin regels en protocollen tekortschieten. Dit maakt het een waardevol concept voor publieke dienstverleners, zoals de Belastingdienst, waar standaardisatie en efficiëntie vaak de norm zijn. Hoewel deze aanpak onmisbaar is voor de massaliteit van processen - ze verwerken jaarlijks alleen al twaalf miljoen aangiftes inkomstenbelasting - ontstaan er regelmatig uitzonderlijke of complexe situaties, waarin standaardoplossingen niet volstaan. Praktische wijsheid is een unieke vorm van kennis, die medewerkers in staat stelt om in zulke situaties weloverwogen, ethische beslissingen te nemen. Het draait om contextgebonden handelen, waarbij belangen, waarden en doelen zorgvuldig worden afgewogen: wat is op dit specifieke moment het juiste om te doen?

Afstudeeropdracht

Tijdens mijn projectstage bij het HTF Denkhuis onderzochten we of er bij medewerkers van de Belastingdienst die dagelijks contact hebben met burgers en bedrijven, sprake was van praktische wijsheid. De bevindingen, samengebracht in een essay voorzien van illustratieve casuïstiek, toonden aan dat praktische wijsheid ruimschoots aanwezig is. Het verspreiden van dit essay binnen de organisatie is één van de acties die de afdeling Innovatie & Strategie heeft geïnitieerd om meer herkenning, erkenning en waardering voor het concept te genereren, en om te benadrukken dat het belangrijk is hier meer gebruik van te gaan maken. 

Om het essay van een aansprekend voorwoord te voorzien en om in de toekomst met hetzelfde doel zinvolle activiteiten rondom het concept te organiseren, volgde aansluitend op dit project mijn afstudeeropdracht. Het voornaamste doel was om mijn opdrachtgevers inzicht te verschaffen in hoe er breed in de organisatie over het concept ‘praktische wijsheid’ gedacht wordt. Hoe wordt de term ‘praktische wijsheid’ ervaren? Welke factoren bevorderen of bemoeilijken het gebruik van deze term? Welke associaties roept het concept op? Leven er bij de medewerkers ideeën over welke activiteiten het waarderen en benutten van praktische wijsheid versterken?

Een toegepast-filosofisch professional speelt naar mijn mening een cruciale rol.

Beroepsproduct

Om antwoorden te vinden hield ik diepte-interviews met medewerkers uit diverse lagen van de organisatie, zoals een fiscaal juridisch adviseur, een manager van de Belastingtelefoon, een afdelingshoofd Midden- en Kleinbedrijf, een adviseur Leren en Ontwikkelen en een programmamanager Leiderschap en Cultuur. Deze interviews boden een breed scala aan perspectieven en maakten duidelijk dat praktische wijsheid op veel manieren wordt ervaren en gewaardeerd. Tegelijkertijd kwamen er ook uitdagingen naar voren, zoals het balanceren tussen wet- en regelgeving en het bieden van maatwerk.Ik streefde met mijn beroepsproduct drie doelen na: ten eerste moest het de bevindingen begrijpelijk en boeiend weergeven voor een breed publiek, zonder moeilijk taalgebruik of theoretische beschouwingen. Ten tweede moest het voor een ieder die het zou lezen een bron van inspiratie worden. Door het product te doorspekken met herkenbare en pakkende quotes uit de interviews, bood het collega’s een inkijkje in de beleving van het concept in andere organisatieonderdelen, waar ze normaliter vrij ver vanaf staan. Ten derde moest het beroepsproduct een gevoel van verbondenheid benadrukken. Ik refereerde bijvoorbeeld aan de respondenten als collega’s, juist omdat samenwerking en gemeenschapszin essentieel zijn om praktische wijsheid succesvol te integreren. Om dit extra te benadrukken is het eerste hoofdstuk gewijd aan de persoonlijke en professionele drijfveren van de geïnterviewde collega’s. Want zoals Aristoteles al stelde: de mens is een zoön politikon, een gemeenschapswezen.

Handelingsperspectief

Het beroepsproduct is tevens voorzien van een concreet handelingsperspectief: een gespreksmodel dat samenwerking tussen verschillende afdelingen stimuleert. Denk hierbij aan beleidsmakers die in gesprek gaan met uitvoerders, zoals medewerkers van de Belastingtelefoon, om elkaars perspectieven te begrijpen en de kloof tussen beleid en praktijk te overbruggen. Deze gesprekken zijn niet vrijblijvend van opzet, maar structureel en gericht op het verbeteren van de samenwerking en het verrijken van elkaars inzichten. Zo wordt praktische wijsheid een gedeelde verantwoordelijkheid binnen de organisatie.

Het centraal stellen van burgers en bedrijven is een kernwaarde van de Belastingdienst, die na recente gebeurtenissen nog sterker leeft. Het concept ‘praktische wijsheid’ sluit hier naadloos bij aan. Door medewerkers te helpen beter om te gaan met complexe situaties, draagt het concept bij aan een meer menselijke en flexibele benadering. De inzichten uit mijn beroepsproduct ondersteunen dit proces op meerdere niveaus. Zo worden dit jaar ontmoetingen georganiseerd tussen afdelingen die normaal gesproken ver van elkaar afstaan. Daarnaast worden de resultaten gedeeld met bestuurlijke groepen, commissies en via een studium generale. Het eerdere essay, dat inmiddels is voorzien van een voorwoord op basis van mijn onderzoek, zal feestelijk worden gepresenteerd binnen de Concerndirectie Innovatie & Strategie en later breder in de organisatie.

Menselijke maat

Een concept als ‘praktische wijsheid’ introduceren in een hiërarchische, regelgedreven organisatie is geen eenvoudige opgave. Het vraagt om begrip van de organisatiecultuur, de waarden en overtuigingen van medewerkers, en de spanningsvelden die spelen. Enerzijds is er de noodzaak om wetgeving strikt en eenduidig uit te voeren, anderzijds is er de wens om ruimte te creëren voor de menselijke maat. Hierin het juiste midden vinden, vraagt om strategisch inzicht en een goed begrip van de onderliggende dynamieken binnen een organisatie. Een toegepast-filosofisch professional speelt naar mijn mening een cruciale rol in dit proces. Met behulp van de in de opleiding ontwikkelde competenties, zoals kritisch en conceptueel denken, kan hij of zij abstracte theorieën vertalen naar praktische oplossingen. Het vermogen om deze oplossingen vervolgens duidelijk en aantrekkelijk te communiceren, voegt uiteindelijk een unieke waarde toe aan organisatie.

Illustraties: Geert Gratama

Henna Doornekamp is toegepast filosoof en geniet momenteel van een sabbatical. Ze onderzoekt momenteel zorgvuldig waar in het bedrijfsleven zij haar opgedane kennis en vaardigheden betekenisvol kan inzetten.

Een jaar lang gaf ik lessen filosofische gespreksvoering op de ISK Arnhem. Hier worden nieuwkomers tussen de 12 en 18 jaar oud in twee jaar voorbereid op het Nederlandse onderwijs. Mijn meesterproef is bedoeld als bruikbaar en inspirerend pleidooi voor het vak filosofie op het lesrooster van iedere ISK. Het uiteindelijke doel is om mijn leerlingen te laten kennismaken met de waarde van het goede gesprek en hen tevens te bekwamen in de vaardigheden die hiervoor nodig zijn. De leerling, maar zeker ook de samenleving, hebben hier behoefte aan. 

Meesterproef

Ik kreeg het afgelopen schooljaar toestemming om in twee tweedejaars ISK klassen twee uur per week filosofie te geven. Voor de invulling van de lessen kreeg ik volledig de vrije hand. ‘Filosofie’ werd ‘filosoferen’ en deze hypothese werd het startpunt voor mijn Meesterproef, die zich als volgt laat omschrijven:

Thema-gedreven lessen filosofische gespreksvoering op een ISK kunnen helpen om leerlingen de vaardigheden en het vertrouwen te geven een bestendige identiteit te vinden en om, met dit weldoordachte zelfbeeld, succesvol te kunnen meedoen in de (heropbouw van de) publieke ruimte als handelend subject en actief burger.

Socratische houding

In deze hypothese vind je twee rode draden terug: identiteitsvinding en het aanleren van gespreksvaardigheden. De eerste vijf maanden voerden we in de klas vooral gesprekken over thema’s rondom identiteit. Door hierbij telkens een socratische houding aan te nemen, daagde ik de leerlingen uit om hun gedachten en overtuigingen onder woorden te brengen en te onderzoeken. Het draait bij deze houding om het toelaten van verwondering, het stellen van vragen, het concreet maken van abstracties, het sturen op verplaatsing in elkaars posities en het naast elkaar leggen van de verschillende inzichten en argumenten. Zo kan gezamenlijk onderzoek plaatsvinden en kan een dieper en essentiëler begrip van zaken worden bereikt. Bij gesprekken over onderwerpen als geloof, racisme en de verschillen tussen mannen en vrouwen kwam telkens een heel scala aan zienswijzen voorbij. Het logboek dat ik bijhield, vulde zich snel met prachtige verhalen en gesprekken, die ik regelmatig laat terugkomen in mijn beroepsproduct.

Grote stappen

In het tweede deel van het jaar behandelde ik ook gericht de vaardigheden die nodig zijn om een goed (socratisch) gesprek te kunnen voeren. Denk hierbij aan vragen stellen, doorvragen, samenvatten en argumenteren. Ik stelde een lijst van positieve en negatieve bijdragen op en stuurde in de lessen vooral op het verbeteren van de positieve bijdragen en het afleren van de negatieve. Denk bij negatieve bijdragen aan het afkappen van de ander, meningen zonder argument geven of afwijken van het onderwerp. De leerlingen kregen een lijst met deze gedragingen, omschreven op beginner-, gevorderd en expertniveau, en konden zo worden meegenomen in wat ik van hen verwachtte. 

Met twee uur per week kunnen leerlingen grote stappen maken in het zich eigen maken van gespreksvaardigheden, zo blijkt uit het onderzoek dat ik deed. Voor dit onderzoek liet ik de leerlingen eenvoudige socratische gesprekjes voeren en opnemen. In een zogenaamde nulmeting kon ik per leerling de bijdragen aan het gesprek terugluisteren en aangeven wat ze goed en minder goed deden. Uiteindelijk volgde in juni een eindmeting in, wederom, een socratisch gesprekje tussen vier leerlingen. Op de eindrapporten kon ik zo een goed gefundeerde beoordeling geven. Deze aanpak werkte motiverend en gaf mij daarnaast de kans om het vak te laten passen in de bestaande schoolse structuur. 

Veel enthousiasme

Theoretisch baseerde ik me bij dit alles, naast Socrates, vooral op het werk van Hannah Arendt. Handelen, zoals door haar beschreven, is een essentieel deel van wat wij mensen moeten doen om op een goede en gezonde manier (samen) te leven. We zijn dit echter verleerd, zo zag ze al in de jaren 50 van de vorige eeuw. Door een obsessie met efficiëntie en technologische innovaties doen wij onszelf, de maatschappij en de aarde tekort. Dat identiteitsvinding en gespreksvoering niet eenvoudig zijn in onze tijd - een tijd waarin de publieke ruimte steeds verder verdwijnt - is evident, maar met iedere nieuwe generatie komt er ook nieuwe hoop op positieve verandering. Haar hoop is een onmisbaar uitgangspunt voor iedere docent.

Door met het vak filosofische gespreksvoering niet op een eiland te blijven, maar juist mijn collega’s hierbij te betrekken, heb ik geprobeerd mijn invloed te verbreden naar buiten mijn eigen lesuren. Middels een socratisch teamgesprek met ruim dertig collega’s en een workshop ‘eerste hulp bij overtuigingen’ heb ik hen meegenomen in mijn project. Schoolleiding, collega’s en leerlingen hebben mijn project met veel enthousiasme ontvangen. Dit schooljaar zijn mijn uren ‘filosoferen’ verdubbeld. 

Hoopvol

Anders dan enkel in te vullen wat zij moeten doen in dit leven, moet de school haar leerlingen weer kennis laten maken met ‘de ander’ als complexe, maar uiterst waardevolle slijpsteen voor de eigen gedachten. Een goed gesprek kost tijd, energie, ruimte en moeite, maar kan niet worden gemist in ons leven en, al helemaal niet, in de identiteitsontwikkeling van jonge mensen. Of mijn lessen ook de langetermijneffecten uit mijn hypothese hebben opgeleverd kan uiteraard nu nog niet worden gezegd, al stemmen de vorderingen, het plezier en de reacties me zeker hoopvol.

Niels Witjes is een ervaren docent met een brede expertise. Van VMBO tot hoger onderwijs en van Engels tot filosofie: zijn carrière kenmerkt zich door veelzijdigheid. Momenteel deelt hij zijn filosofische kennis met zijn leerlingen van de ISK en start hij vanaf dit schooljaar ook als docent Sociale Filosofie en Algemene Pedagogiek aan de HTF.

Toen ik begon aan mijn afstudeerproject, had ik één helder doel voor ogen: de kracht van verhalen binnen democratische processen onderzoeken. Verhalen zijn niet alleen narratieven die persoonlijke ervaringen delen, maar ook instrumenten die helpen complexe vraagstukken te verduidelijken. Dit inzicht werd de kern van mijn afstudeeropdracht en leidde tot een verrassende en praktische toepassing van mijn werk. 

Gedeelde menselijke ervaring
Een belangrijk onderdeel van mijn afstudeeropdracht bestond uit twee interviews die ik afnam met oud-deelnemers van een burgerpanel en een burgerberaad. Deze gesprekken vormden een waardevolle praktijktoets voor mijn filosofische onderzoek. Tijdens de interviews kwamen thema’s als ‘empathie’, ‘catharsis’ en ‘meerstemmigheid’ naar voren. De verhalen van de deelnemers waren rijk aan emotie en persoonlijke reflectie, wat perfect aansloot bij mijn onderzoek naar catharsis en empathie. Ik vertaalde hun ervaringen naar de taal van de toegepaste filosofie door de nadruk te leggen op hoe hun verhalen de gedeelde menselijke ervaring binnen een democratisch proces weerspiegelen. Door deze interviews kon ik de kloof tussen filosofische theorie en praktijk overbruggen, en aantonen dat de kracht van verhalen niet alleen in theorie, maar ook in de praktijk essentieel is.

Emotionele inzichten
Naarmate mijn onderzoek vorderde, raakte ik geïnspireerd door verschillende filosofen die zich hebben uitgesproken over de rol van verhalen en emoties in de samenleving. Een van de eerste denkers die ik tegenkwam, was Martha Nussbaum. Haar ideeën over empathie als basis voor rechtvaardige besluitvorming waren voor mij een openbaring. In haar boek Poetic Justice betoogt Nussbaum dat literatuur en verhalen ons in staat stellen om ons in te leven in de ervaringen van anderen. Dit inlevingsvermogen is cruciaal voor het maken van eerlijke beleidsbeslissingen. Nussbaum's filosofie werd de eerste bouwsteen voor mijn onderzoek, waarin ik verhalen als essentieel middel zag om empathie en rechtvaardigheid te bevorderen.

De toegepast filosoof is een bruggenbouwer, die de kloof tussen theorie en praktijk overbrugt.

Vanuit Nussbaum kwam ik terecht bij Aristoteles, die sprak over de rol van verhalen in het bevorderen van emotioneel inzicht. Zijn concept van catharsis, zoals beschreven in Poetica, gaat over het zuiveren van emoties door tragedie. Dit idee resoneerde sterk in mijn focus op verhalen in burgerberaden. Verhalen helpen deelnemers niet alleen rationeel na te denken, maar bieden ook emotionele inzichten, die nodig zijn voor diepgaande verbindingen.

Moderne publieke ruimtes

Een andere inspiratiebron was Chimamanda Ngozi Adichie, die in haar TED Talk The Danger of a Single Story de gevaren benadrukt van het reduceren van mensen tot één enkel verhaal. In burgerberaden draait het vaak om het samenbrengen van verschillende perspectieven. Adichie liet me inzien hoe belangrijk het is om ruimte te maken voor meerstemmigheid, zodat we de complexiteit van de samenleving recht doen. Ook Halleh Ghorashi, hoogleraar Diversiteit en Integratie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, vormde een inspiratiebron. Ghorashi benadrukt in haar werk de noodzaak van inclusiviteit, vooral door de stemmen van gemarginaliseerde groepen centraal te stellen. Verhalen van migranten en vluchtelingen moeten erkend worden als waardevolle bijdragen aan het democratische proces.  

Tot slot kwam ik uit bij de filosoof Hannah Arendt, die de rol van de publieke ruimte in de democratie bestudeerde. Arendt beschrijft publieke ruimtes als plekken waar mensen samenkomen om te debatteren en gezamenlijk te handelen. Dit bood me een waardevol perspectief op hoe burgerberaden kunnen functioneren als moderne publieke ruimtes, waar verhalen de drijvende kracht kunnen zijn achter collectieve actie en verandering.

Inclusieve en rechtvaardige besluitvormingsprocessen 

Wat mijn afstudeerproject echt bijzonder maakte, was de samenwerking met een theatergezelschap dat kunst inzet om maatschappelijke vraagstukken aan te kaarten. Mijn onderzoek werd niet alleen gewaardeerd in theoretische zin, maar ook praktisch omgezet in performances die ik zelf mag opvoeren. Hierdoor worden de kracht van verhalen en de filosofische concepten die ik heb onderzocht, op een toegankelijke en creatieve manier gedeeld met een breed publiek.

Deze afstudeerreis, van onderzoek tot het podium, heeft me laten zien hoe krachtig verhalen kunnen zijn als instrument voor empathie, begrip en democratische vernieuwing. Ik heb geleerd dat verhalen niet alleen persoonlijke ervaringen overbrengen, maar ook bruggen slaan tussen mensen en ideeën. 

Toegepaste filosofie speelt een essentiële rol in het adresseren van complexe maatschappelijke vraagstukken door abstracte ideeën te vertalen naar praktische toepassingen. Deze benadering stelt ons in staat om niet alleen theoretische inzichten te delen, maar ook om de ethische implicaties van beslissingen te onderzoeken en ruimte te bieden voor verschillende perspectieven. De toegepast filosoof is als een bruggenbouwer, die de kloof tussen theorie en praktijk overbrugt, wat cruciaal is voor het creëren van inclusieve en rechtvaardige besluitvormingsprocessen.

Basma Djemni-Smith, geboren in Amsterdam in 1977, studeerde in 2024 af als toegepast filosoof aan de Hogeschool voor Toegepaste Filosofie (HTF). In haar werk combineert Basma een diepgaande interesse in politieke processen, democratie en medezeggenschap met een passie voor kunst en cultuur.

De accountantswereld worstelt al langer met het op orde krijgen van de rol als vertrouwenspersoon in het maatschappelijk verkeer. Te vaak blijken er in de praktijk tekortkomingen op het gebied van morele besluitvorming, waarbij het spreekwoord ‘vertrouwen komt te voet, maar gaat te paard’ maar al te vaak waar blijkt te zijn. Eén incident kan het vertrouwen in de beroepsgroep weer voor lange tijd schaden. 

Ethisch competente accountant 

Het lijkt eenvoudig, maar het is erg complex om vertrouwen blijvend op te bouwen. Hiervoor is gedragsverandering op een diep onderbewust niveau nodig en die blijkt door langjarig gewortelde opvattingen en attitudes, niet eenvoudig tot stand te brengen. Om hierin nieuwe stappen te zetten heeft de NBA in 2023 een Moreel Besluitvormingsmodel gelanceerd, dat inzicht biedt in het proces van totstandkoming van een moreel besluit door een ethisch competente accountant. Om tot een professionele oordeelsvorming te komen heeft de accountant een betere interactie en samenwerking met collega’s en stakeholders nodig. Deze oordeelsvorming vraagt om bedrevenheid in het voeren van normatieve gesprekken: gesprekken waarin besproken wordt hoe een accountant zich behoort te gedragen. 

Idee-stroom: Van Goede Intentie naar Ethisch Besluit 

Als toegepast filosofen hebben Paul en Johan praktijkgericht onderzoek gedaan naar hoe AiB’ers in de praktijk normatieve gesprekken kunnen voeren over ethische kwesties, i.c. over duurzaamheidsvraagstukken2. Van belang hierbij is dat de gesprekstechnieken bijdragen aan het verbeteren van de relatie en interactie van de AiB’ers met hun stakeholders binnen en buiten de organisatie. 

Na het praktijkgerichte onderzoek hebben Paul en Johan de NBA geadviseerd om het (theoretische) Moreel Besluitvormingsmodel te voorzien van een praktische verdieping in de vorm van het kralenspel3. Deze door Jos Kessels ontwikkelde socratische gespreksvorm hebben Paul en Johan, na toetsing in de praktijk, op maat gemaakt voor toepassing door AiB’ers. Als naam voor deze gesprekstechniek kozen zij : Idee-stroom: Van Goede Intentie naar Ethisch Besluit.

Idee van het Goede 

Met het inbrengen van het besluitvormingsmodel ‘Idee-stroom’ kunnen door AiB’ers heikele kwesties op een gestructureerde, analytische en neutrale manier gevoerd worden. Bij de eerste vier ‘kralen’ van het kralenspel wordt de kwestie verkend, met als kern het ‘hittepunt’: waar het in het gesprek wérkelijk om gaat en waar het dus spannend wordt. Vervolgens komt het in drie kralen aan op de persoon en diens innerlijke roerselen. Daarna wordt in twee kralen het speelveld afgebakend (van klein naar groot en vice versa) en wordt in de tiende kraal uiteindelijk het Idee van het Goede geformuleerd. 

Met behulp van het kralenspel worden kwesties van teveel emotie ontdaan en door de inbreng van alle deelnemers komen meerdere invalshoeken naar voren. Dit levert nieuwe inzichten op. Het gaat er bij het kralenspel niet om dat er oplossingen worden bedacht, maar dat spelers tot hun Idee van het Goede komen, op basis waarvan ze tot een beter moreel besluit komen.

Doorwerking in de beroepspraktijk 

In hun onderzoek hebben Paul en Johan speciaal gezocht naar een manier waarop hun besluitvormingsmodel door kan werken in de dagelijkse beroepspraktijk van de AiB’er. In hun beroepsproduct doen zij hiervoor verschillende aanbevelingen. Binnenkort gaan zij met de NBA in gesprek over de implementatie van hun product. Met het Moreel Besluitvormingsmodel en het concept ‘Idee-stroom’ hebben zij een bijdrage geleverd aan de verdere ontwikkeling van de bredere rol die de AiB’er in de toekomst moet gaan vervullen: niet alleen een financiële rol, maar vooral ook een maatschappelijke. 

Johan Maliepaard 

Johan Maliepaard heeft een achtergrond in de accountancy en als bestuurder in de ouderenzorg. Het laatste decennium was hij eigenaar van ZEKER JM organisatieadvies en sinds een jaar is hij retired. Bij de HTF volgde hij de bachelor BED (Bestuur, Economie en Duurzaamheid) en de tweejarige Master Toegepaste Filosofie. 

Paul Stuiver 

Paul Stuiver is afgestudeerd als accountant en bedrijfskundige en is zowel werkzaam geweest in de accountantsbranche als accountant in business in het bedrijfsleven. Op dit moment is Paul werkzaam als financial controller in het bedrijfsleven. Bij de HTF volgde hij de bachelor Beleid en Bestuur en de tweejarige Master Toegepaste Filosofie.

© HTF Hogeschool voor Toegepaste Filosofie (HTF) B.V. 2026
Webdesign: SaffrieDesign
cross
linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram