Tijdens mijn afstudeeropdracht aan de Hogeschool voor Toegepaste Filosofie onderzocht ik zo’n vastgelopen situatie binnen de gemeente Den Haag, waar ik werk als manager Control. Van controllers wordt steeds vaker verwacht dat zij adviseren over complexe vraagstukken. Maar ondanks reorganisaties, nieuwe werkwijzen en opleidingen bleef de praktijk opvallend stabiel. Er wordt nog steeds gecontroleerd, gerapporteerd en verantwoord - precies zoals altijd.
FILOSOFISCHE VERANDERINTERVENTIE
Het probleem was niet dat deze professionals hun werk niet goed deden. Het probleem was dat we bleven doen wat - binnen een bepaald denkkader - logisch voelt. En dat kader stelde steeds opnieuw dezelfde vraag centraal: hoe lossen we dit op?
Die vraag werkt prima bij technische vraagstukken. Maar bij wicked problems - vraagstukken waarin waarden botsen, belangen schuiven en uitkomsten onzeker zijn - werkt deze vraag averechts. Hoe harder je probeert grip te krijgen op het probleem, hoe sterker het gevoel ontstaat dat je vastzit.
Dit is precies het soort situatie dat Slavoj Žižek beschrijft wanneer hij stelt dat we vaak blijven handelen binnen een denkkader dat we rationeel allang hebben doorzien, maar praktisch niet weten te verlaten. We weten dat het niet werkt, en toch blijven we het doen.
Mijn beroepsproduct was daarom geen oplossing, maar een filosofische veranderinterventie: het voorstel om het onvermogen om de gewenste transitie te maken niet langer te zien als een tekort, maar als een signaal. Misschien is dit geen probleem dat opgelost moet worden, maar een praktijk die anders begrepen en georganiseerd moet worden. Die verschuiving - van oplossen naar begrijpen - opent ruimte. Niet voor vrijblijvend praten, maar voor een ander soort professionaliteit.
De kern van toegepaste filosofie is: het creëren van ruimte waarin professionals hun eigen praktijk kritisch leren begrijpen, bevragen en vormgeven.
NORMATIEVE PROFESSIONALITEIT
In mijn afstudeeronderzoek vond ik houvast in het denken over beroepspraktijken, zoals dat is uitgewerkt door Alasdair MacIntyre in het spoor van Aristoteles. In dit perspectief staat werk niet primair in het teken van output of efficiëntie, maar wordt het georganiseerd rond praktijken: samenhangende vormen van menselijk handelen waarin interne waarden, vakmanschap en oordeelsvermogen centraal staan.
Dit sluit nauw aan bij Donald Schöns idee van normatieve professionaliteit. Adviseren is geen technische handeling, maar een normatieve praktijk. Professionals staan voortdurend voor de vraag wat hier, nu en in deze context het goede is om te doen - en die vraag laat zich niet vooraf dichtregelen. Normatieve professionaliteit vraagt niet om betere tools, maar om het serieus nemen van praktijken en het organiseren van werk op een manier die ruimte laat voor gezamenlijk oordelen, reflectie en traditie. Niet de methode staat centraal, maar praktische wijsheid.
Om te onderzoeken of dit perspectief aansloot bij de dagelijkse praktijk, werkte ik met zestien controllers aan concrete casussen. Niet om tot oplossingen te komen, maar om te verkennen hoe zij hun werk in de praktijk ervaren. Met behulp van kralenspelen onderzochten we waarden, spanningen en impliciete normen, die in het dagelijks werk meestal verborgen blijven. Wat zichtbaar werd, was geen handelingsverlegenheid, maar juist rijkdom. Zodra de druk om te leveren wegviel, ontstond taal voor professionaliteit, verantwoordelijkheid en vakmanschap. Dat was geen toeval, maar een aanwijzing dat het dominante, technische denkkader deze dimensies structureel buiten beeld houdt.
KRITISCH OORDELEN
Toen ik deze inzichten besprak met het managementteam en de financieel directeur, gebruikte ik het beeld van een fabriek: een organisatie die steeds efficiënter produceert wat eigenlijk niet meer nodig is. Dat beeld werd onmiddellijk herkend. ‘We zitten vast in de fabriek,’ zei een collega, ‘als we echt willen adviseren, moeten we eruit. Vanaf dat moment verschoof het gesprek. Niet langer ging het over nieuwe instrumenten of extra vaardigheden, maar over de vraag hoe het werk zelf anders georganiseerd kan worden, zodat professionals hun praktijk daadwerkelijk kunnen uitoefenen. Dat leidde uiteindelijk tot de ontwikkeling van een nieuwe opleiding Adviseren, waarin filosofie geen toevoeging is, maar het vertrekpunt vormt.
In 2026 start deze nieuwe opleiding voor de meest ervaren adviseurs binnen de organisatie. Daarmee wordt een bestaande, sterk technische opleiding vervangen door een leertraject waarin normatieve professionaliteit en praktijkgericht denken centraal staan. Wat er nu hopelijk gebeurt, is dat professionals zichzelf niet langer zien als uitvoerders van oplossingen, maar als deelnemers aan een praktijk waarin kritisch oordelen centraal staat. De filosofische veranderinterventie die ik ontwikkelde, werkt niet door antwoorden te geven, maar door professionals uit te nodigen zelf - en samen - na te denken over wat in hun werk op het spel staat. Voor mij is dat de kern van toegepaste filosofie: niet het oplossen van wicked problems, maar het creëren van ruimte waarin professionals hun eigen praktijk kritisch leren begrijpen, bevragen en vormgeven.
Marc van der Bilt voltooide 2 september zijn masteropleiding Toegepaste Filosofie aan de Hogeschool voor Toegepaste Filosofie. Voor zijn afstudeeropdracht werkte hij bij de gemeente Den Haag. Daar ontwikkelde hij een filosofische veranderinterventie rond de vraag hoe professionals kunnen omgaan met wicked problems in adviespraktijken.
Op 22 maart 2023 studeerde Iris van Abeelen af in de afstudeerrichting Bestuur, Economie en Duurzaamheid. Iris werkt sinds 2006 als danstherapeute in de psychiatrie. Steeds vaker hoorde zij in de media de opmerkelijke uitspraak: ‘De GGZ is ziek.’ Tezamen met haar eigen verwondering over de gang van zaken in de sector was dit aanleiding om in de filosofie op zoek te gaan naar helderheid over wat er gaande is en naar wat zij zelf kan bijdragen aan genezing van die vermeende ‘ziekte’.
- De zoektocht naar de kwalijke effecten van de marktwerking in de zorg én het verlangen van leidinggevenden om ethisch verantwoord te handelen -
Haar zoektocht leidde naar de kwalijke effecten van de marktwerking in de zorg maar ook naar het verlangen van leidinggevenden om ethisch verantwoord te handelen. In haar afstudeertraject onderzoekt Iris, geïnspireerd door met name de filosofen Charles Taylor en Michael Foucault, alsmede de danser/bewegingsonderzoeker Rudolf Laban, wat ‘doorleefd bewegen’ bijdraagt aan de ontwikkeling van ‘morele sensitiviteit’. Ze ontwierp een praktijkoefening waarin de leidinggevende zijn of haar authentieke standpunt kan ervaren. Het beroepsproduct, getiteld Pleidooi voor doorleefde beweging in de GGZ. Van ding naar menselijke levensstroom werd door de opdrachtgever enthousiast ontvangen. In het eindgesprek werd Iris over haar onderzoek bijzonder stevig aan de tand gevoeld. De sterke en zwakke plekken in de onderbouwing en de uitvoering van het onderzoek werden goed zichtbaar en gaven als resultaat het eindcijfer 7. Iris past het filosofisch denken nu onder andere toe als lid van de Ondernemingsraad van de GGZ-instelling waar zij werkt.
Tim Kooijman durfde het aan: hij startte in 2014 zijn opleiding in de eerste groep van de toen nog onbekende HTF Hogeschool voor Toegepaste Filosofie. Hoe past hij filosofie toe in de dagelijkse praktijk?
Tim Kooijmanwerkt als zelfstandige copywriter, tekstschrijver en communicatiespecialist. Hij werkte in communicatie voordat hij aan zijn studie begon, en nu heeft hij ook van tekstschrijven zijn werk gemaakt. ‘Ik gebruik filosofie wel in mijn werk, maar niet zo expliciet, het gaat eerder om de manier waarop ik naar teksten kijk en met het schrijven omga. Ik denk dat die andere manier, die ik van filosofie heb geleerd, mij een meerwaarde geeft - mijn opdrachtgevers merken het wel op.
'Die filosofische basiskennis neem ik duidelijk mee, het belang van gestructureerd redeneren en de wetenschap hoe waardevol het is als je dingen op andere manieren kunt zien.’
Het gaat daarbij om een combinatie van verschillende vaardigheden: Goed kunnen luisteren en vragen stellen; dat probeer ik althans te doen. Een boodschap kunnen verwoorden. Bewust zijn van wat woorden en teksten kunnen doen, weten dat ze ertoe doen en dat ze gevolgen kunnen hebben. ’Maar ook de sociale vaardigheden zijn belangrijk, je doet het tenslotte niet alleen! Die filosofische basiskennis neem ik duidelijk mee, het belang van gestructureerd redeneren en de wetenschap hoe waardevol het is als je dingen op andere manieren kunt zien.
Barbara Passchier was één van de eerste studenten bij de HTF Hogeschool voor Toegepaste Filosofie en studeerde als tweede af. Hoe past ze filosofie toe in de dagelijkse praktijk?
'Ik vind het belangrijk om mezelf te durven bevragen over wat ik aan het doen ben, en een filosofische basis helpt daarbij.'
Barbara Passchier is Pedagogisch medewerker bij SKDD Kinderopvang. ‘Ik ben eerst een tijdlang beleidsmedewerker geweest bij een particuliere kinderopvangorganisatie, maar daar kon ik niet zoveel toegepaste filosofie in kwijt. Ik ben daar na een jaar weggegaan, het kantoor- en beleidswerk paste niet zo goed bij mij. Nu organiseer ik veel activiteiten en werk ik thema’s uit bij een andere Kinderopvangorganisatie. Het is een grote locatie, die zo’n 70 kinderen per dag opvang biedt. Mijn werk is praktijkgericht, maar ik vind het belangrijk om mezelf te durven bevragen over wat ik aan het doen ben, en een filosofische basis helpt daarbij. Ik ben steeds op zoek naar wat van waarde is. Wanneer heeft opvang echt een meerwaarde? Maakt het uit wat voor een baan de ouders hebben? Kinderopvang wordt steeds meer georganiseerd en geregeld en daardoor heb je alleen maar minder tijd voor kinderen. Ik vind dat we in de kinderopvang soms even een pas op de plaats moeten zetten, of zelfs naar achter, om te zien wat werkelijk van waarde is, waar we prioriteiten moeten stellen en waar we energie in moeten steken.’
De Hogeschool voor Toegepaste Filosofie (HTF) biedt de eerste hbo-bachelor en hbo-master Toegepaste Filosofie in Nederland aan.