Toen we aan het eind van de tour vragen mochten stellen, vroegen we waarom recentelijk een aantal televisiezenders en kranten waren gesloten, waar je oppositiegeluiden kon horen. De ambassademan had zijn antwoord snel klaar. Er was in Rusland geen probleem met de persvrijheid, beweerde hij. De gesloten nieuwskanalen waren van bedrijven die hun belasting niet hadden betaald. Een onafhankelijke rechter had geoordeeld en voor hun faillissement getekend. Daar had de regering van Poetin niets mee te maken.
Ik kan me het gevoel van verbijstering nog goed herinneren. Hier klopt niets van, wist ik meteen. Maar ik wist ook niet wat ik moest antwoorden. En ik was niet de enige; ook mijn medestudenten waren sprakeloos. Wat voor een respons wij van de vertegenwoordiger van het regime van de jonge president Poetin wél hadden verwacht, weet ik niet meer, maar in ieder geval niet deze brute ontkenning van de werkelijkheid. De kwestie was kundig uit de weg geruimd. Het was tijd voor de volgende vraag. Beleefd ging het vragenrondje verder.
Achteraf weet je vaak precies wat je had moeten zeggen. En ook in dit geval heb ik in gedachten de ambassademan regelmatig een snedig antwoord gegeven. Toch was ons zwijgen misschien wel de juiste reactie. Zijn leugen was immers geen vorm van rationele dialoog, maar een afleidingsmanoeuvre. Ook als we er serieus op in waren gegaan, had dat weinig uitgehaald.
Zulke kwesties speelden al in het klassieke Athene. In de dialogen van Plato waren de trollen nog niet anoniem, maar luisterden ze naar namen als Callicles en Thrasymachus, en verkondigden zij het standpunt dat alle dialoog slechts een machtsspel was. Het enige waar debat en dialoog goed voor zijn, is anderen overtuigen van je gelijk. Iedere aanspraak op waarheid of rechtvaardigheid is niets meer dan een verkapte machtsgreep.
Dit werkte op Socrates als een rode lap op een stier. In de dialoog Gorgias probeerde hij Callicles te overtuigen met rationele argumenten. Callicles raakte geïrriteerd door Socrates hoogdravendheid en reageerde steeds bitser, met korte zinnetjes als ‘dat mag jij vinden.’ Socrates had misschien de betere argumenten, maar daar had hij weinig aan omdat Callicles geen zin had om ernaar te luisteren.
In Ethics and the limits of Philosophy vraagt Bernard Williams zich af waarom je überhaupt moeite zou doen om een morele nihilist als Callicles te overtuigen. Hij laat zich toch niet overtuigen, omdat hij niet gelooft in rationeel discours. Volgens Willams moet je amorele figuren niet met rationele, filosofische argumenten tegemoet treden, maar politiek op hen reageren, bijvoorbeeld door voor hen de toegang tot het publieke debat moeilijk te maken. Ik vind het een interessante gedachtegang. Tegelijkertijd gun ik ook iedereen af toe een ontmoeting met een Callicles. Door de leugens van de ambassademan werd ik hard met de politieke realiteit geconfronteerd. En de morele afgrond waar je dan in kijkt, daagt je uit om na te denken over wat je echt vindt en dat beter te formuleren. Net zoals Socrates ideeën heeft ontwikkeld in reactie op de trollen uit de klassieke filosofie.

Sake van der Wall (1979) studeerde taalfilosofie, literatuurwetenschap en journalistiek aan de Universiteit van Amsterdam. Hij schrijft sinds 2010 voor De Speld en doceert filosofie aan een middelbare school. Tevens is hij als docent cultuur en media verbonden aan de Hogeschool voor Toegepaste filosofie.
De 17de eeuwse Nederlandse filosoof Bernard Mandeville dacht daar anders over. Zijn ideeën ontstonden als reactie op een prozafabel uit 1699,‘Les abeilles’ (‘De bijen’), van de Franse bisschop Fénelon. Volgens Fénelon moesten mensen als vrome paternalisten samenleven als bijen in een bijenvolk. Dan zou de samenleving vanzelf paradijselijk worden. Mandeville vond dat een utopie. Zo’n samenleving leidt tot ijzingwekkende armoede en armzaligheid. Deugd heeft immers een kouwe kont. Als we allemaal strikt deugdzaam gaan leven dan zitten we binnen de kortste keren met elkaar onder een boom te wachten of er misschien iets te eten naar beneden valt. O zo braaf, eerlijk en vroom, maar vegeterend als een plant. Veel schiet er voor deze deugers niet over. Volgens Mandeville gaat de wereld juist aan deugd ten onder. Een maatschappij draait niet op deugd of menslievendheid. Integendeel: eigenbelang is de drijvende kracht. Ondeugden als hebzucht, eigenliefde en hang naar weelde zorgen voor productie en werk. Matigheid betekent de dood in de pot. Geld moet rollen.
Waarschijnlijk geïnspireerd door Mandeville’s filosofie zijn zelfs eerbiedwaardige filosofische instituten in Nederland er niet vies van de pecunia hun kant op te laten rollen. Ze bieden voor veel geld zogenaamde filosofische wandeltochtjes aan. Net zoals Aristoteles dat 2500 jaar geleden met zijn leerlingen deed, maken ze dan met geïnteresseerden een wandelingetje, waarbij een filosoof aan de deelnemers al wandelend vragen stelt waarover gediscussieerd kan worden. Als je flink betaalt, kun je zo al wandelend in de sporen treden van wijsgerige wandelaars als Aristoteles, Nietzsche, Rousseau of Thoreau, en zelf een groot filosoof worden.
Dat brengt mij op het idee om zelf ook met wijsgerige prietpraat gemakkelijk geld te verdienen. Net als Aristoteles houd ik thuis een paar kastjes met bijen. Geheel in zijn stijl ga ik een cursus ‘Praktisch Bijenhouden voor Filosofen’ aanbieden. Aan alle meetbare en controleerbare eindtermen kan ik gemakkelijk voldoen. Mijn leerling-imkers kunnen putten uit een rijke filosofische literatuur want niet alleen Aristoteles, ook Plato, Vergilius, Seneca, Erasmus, Montesquieu en Marx hebben over bijenvolken geschreven. En aan door bijensteken hun gezwollen lippen en ontsierde handen kun je straks zien dat mijn studenten ook de nodige praktische ervaring (phronèsis) hebben opgedaan.

Arend studeerde slavistiek aan de Universiteit van Amsterdam met als hoofdvak Russisch en als bijvak Tjechisch. Hij studeerde een jaar Russisch aan de universiteit van St. Petersburg en heeft o.a. onderwijsprojecten begeleid in Bulgarije.
In het verhaal ‘Dekker, Koolen & Buis’ uit de verhalenbundel De hemelvaart van Massimo van Oek de Jong zien drie mannen de opwarming van de aarde als een goede kans om een ijsfabriek te beginnen. De lezer voelt direct dat het plan tot mislukken gedoemd is. De drie mannen geloven echter heilig in hun onderneming. De onvermijdelijke mislukking laat een sterk besef van de zinloosheid van hun leven achter. Zo zegt Koolen na het faillissement van de ijsfabriek: “De slotsom moet toch luiden, dat het eigenlijk nergens toe dient, dat het allemaal geen zin heeft. Ik heb zo het idee dat er niks echts bestaat, dat we gewoon belazerd worden.” Waarop Buis opmerkt dat de voornaamste wijsgeren allang besloten hadden dat er helemaal niets bestond en vertelt ‘dat verhaaltje over die grot’ (van Plato). Daar begrijpen Dekker en Koolen niets van. Ze hebben het gevoel dat ze nergens meer in kunnen geloven…
In de loop der jaren twijfelde er nog wel eens iemand. “Buis dronk zich soms een stuk in zijn kraag op zijn studeerkamer. Dan meende hij dat de scherpzinnigste geesten uit de geschiedenis bij hem op bezoek waren, dat hij ze allemaal overtroefde in spitsvondig redeneren en dat Voltaire met zijn vuist tegen zijn voorhoofd stompte omdat hij zichzelf zo stom vond vergeleken met die Buis. Maar als Buis de volgende ochtend wakker werd naast zijn vrouw, geloofde hij daar niets meer van.”
Je schrikt toch wel van dat hoge percentage wonderlijke fantasten. Ik ben bang dat voor de 60 procent ietsisten uit het KRO-NCRV-onderzoek de bekering van hun wonderbaarlijke geloof niet op dezelfde manier zal verlopen als bij Buis. Zij zullen zich misschien wel een stuk in de kraag drinken en zich in hun dronkemansroes een heldenleven inbeelden. Maar als zij ’s morgens met hun blote pootjes op de koude badkamervloer staan en in de spiegel de bittere waarheid in de ogen kijken, dan verdringen ze hun desillusie snel door te hopen op een wonder. Maar… hield Rudolf Virchow, een Duitse arts en patholoog, zijn vakgenoten in 1874 tijdens een toespraak over religieuze wonderen voor: “Wonderen zijn geen openbaring van een waarheid, maar de verdonkeremaning ervan.”
De hemelvaart van Massimo is het debuut van Oek de Jong. Een heerlijk boek, waarin tussen de regels door veel filosofie valt te ontdekken.

Arend studeerde slavistiek aan de Universiteit van Amsterdam met als hoofdvak Russisch en als bijvak Tjechisch. Hij studeerde een jaar Russisch aan de universiteit van St. Petersburg en heeft o.a. onderwijsprojecten begeleid in Bulgarije.

De Hogeschool voor Toegepaste Filosofie (HTF) biedt de eerste hbo-bachelor en hbo-master Toegepaste Filosofie in Nederland aan.