
Oefenplaats voor Bildung en goed leven
Door: Rob van der Hulst
Op de regenachtige vrijdagochtend van 15 mei 2026 arriveerden de deelnemers druppelsgewijs bij het tentenkamp in het bosrijke Lunteren. Voor het eerst in de prille geschiedenis van de Hogeschool voor Toegepaste Filosofie vond er een filosofisch bootcamp plaats, en niet zomaar een. Het weekend groeide uit tot een levend Bildungsproject waarin denken, ontmoeten en oefenen in goed leven, samenkwamen. En waarin iedereen naar vermogen kon excelleren.
Een van de mooiste lijnen in het persoonlijke verslag van een deelneemster, is de spanning waarmee het weekend begint. Zij beschrijft hoe zij vooraf nadacht over alles wat er mis kon gaan. Zij kende niemand, vroeg zich af of ze aansluiting zou vinden en of het niet ongemakkelijk zou worden. Precies daar begint vorming. Niet in het comfortabele weten, maar in de bereidheid om een stap te zetten voordat duidelijk is wat die oplevert.
Vanaf het eerste moment werd zij verrast door de vanzelfsprekendheid waarmee een open en ongedwongen sfeer ontstond. In haar woorden was er sprake van “een rustige en warme sfeer waarin iedereen zichzelf leek te kunnen zijn”. Juist daarin ligt een belangrijke voorwaarde voor Bildung besloten: een mens durft pas werkelijk te denken, te vragen en te spreken wanneer hij of zij zich niet voortdurend hoeft te bewijzen, maar zichzelf mag zijn.
Wie het draaiboek leest, ziet een zorgvuldig opgebouwd programma en een taakverdeling die in twee Teams-meetings hun invulling kregen. Toch zegt zo’n opsomming maar weinig over wat er werkelijk gebeurde. Een draaiboek ordent wat gepland is, maar kan niet voorspellen wat zich tussen mensen voltrekt. De deelnemers kwamen niet alleen bij elkaar om filosofie te beoefenen, maar ook om tijdelijk een gemeenschap te vormen waarin filosofie tastbaar werd: in gesprek, in stilte, in beweging, in zorg voor elkaar en in de moed om iets van zichzelf te laten zien.
Deelnemers maakten naamstickers met daarop hun favoriete filosoof en een zelfgekozen filosofisch concept. Voor buitenstaanders klinkt dat misschien moeilijk of abstract, maar tijdens het weekend werd filosofie juist niet losgemaakt van het gewone leven. Zij werd verbonden met wandelen, eten, luisteren, lachen, schrijven, spelen en stil zijn. In een tijdelijk museum kregen persoonlijke objecten een plaats en op een gezamenlijke bibliotheektafel lagen boeken die deelnemers hadden meegenomen. Achter ogenschijnlijk gewone voorwerpen en vertrouwde titels bleken verhalen schuil te gaan: over herinnering, inspiratie, vorming en de vraag wat iemand werkelijk bezighoudt.
Een steen in het bos kon ineens het begin worden van een verhaal over een trol, een vos en vreemde avonturen. Dat lijkt op het eerste gezicht speels en licht, maar precies daarin schuilt filosofische kracht. Verbeelding opent de mogelijkheid om de werkelijkheid niet als gesloten of vanzelfsprekend te ervaren, maar als iets waartoe men zich opnieuw kan verhouden. Zij maakt ruimte voor verwondering, perspectiefwisseling en betekenisgeving.
De walkshop, de ochtendwandelingen en de boslezingen maakten duidelijk dat denken niet alleen een activiteit van het hoofd was. Al wandelend werd denken belichaamd: het ontstond in beweging, in waarneming en in de vertraging die het landschap opriep. Een blinddoekoefening maakte dat nog scherper zichtbaar. Wie zich geblinddoekt liet leiden door een onbekende begeleider, oefende niet alleen vertrouwen in de ander, maar ook het loslaten van controle en het openstaan voor wat zich aandiende. In die zin werd de walkshop meer dan een wandeling met inhoud: zij werd een oefening in aandacht, vertrouwen en vorming.
Vanuit een Bildung-visie krijgt het bootcamp zijn diepere betekenis. Bildung is meer dan persoonlijke ontwikkeling. Het gaat niet om jezelf optimaliseren, succesvoller worden of nog beter leren presteren. Bildung gaat over menswording: hoe iemand zichzelf leert verstaan in verhouding tot anderen en tot de wereld. Je wordt niet alleen gevormd door wat je weet, maar ook door wat je meemaakt, door wie je ontmoet, door de vragen die je durft te stellen en door de verantwoordelijkheid die je op je neemt.
Het draaiboek noemt expliciet begrippen als vertrouwen, zelfvertrouwen, gemeenschap, solidariteit, Bildung, weerbaarheid, samenwerking, reflectie, luisteren, aandacht, creativiteit, warmte, zingeving en beter leven. Deze begrippen functioneerden niet als decoratie. Zij werden geoefend in de concrete opzet van het weekend. Wie kookt, luistert, een kampvuur onderhoudt, een route scout, een spel begeleidt of een gesprek opent, draagt bij aan een gezamenlijke wereld. Bildung werd hier dus niet uitgelegd als theorie, maar zichtbaar als praktijk: mensen vormden zichzelf door samen iets mogelijk te maken.
De filosofische ondertoon van het bootcamp sloot sterk aan bij de vijf dimensies van goed leven uit de lectoraatsrede van Floris van den Berg. Deze resoneerden tijdens de bootcamp niet als schoolse theorie, maar juist in de activiteiten. Levenskunst werd zichtbaar in de aandacht voor reflectie, schrijven, muziek, beweging en zingeving. Burgerschap kreeg vorm in het tijdelijk samenleven: afspraken maken, rekening houden met elkaar, luisteren, bijdragen en verantwoordelijkheid nemen. Niet-schaden kreeg een concrete uitdrukking in de keuze voor veganistisch eten, een alcoholvrije setting en zorg voor uiteenlopende eetgewoonten. Altruïsme werd zichtbaar in de vele taken die deelnemers op zich namen voor de groep. Effectief altruïsme klonk mee in de bredere vraag hoe filosofie niet alleen mooi kan klinken, maar daadwerkelijk kan bijdragen aan minder leed en meer geluk.
Juist in de gewone momenten werd voelbaar wat het weekend bijzonder maakte. Tijdens het koken, wandelen, afwassen, luisteren en samen rond het vuur zitten, kregen grote woorden als verbondenheid, solidariteit en vrijheid ongemerkt een concrete vorm. Niet doordat iedereen hetzelfde dacht, maar doordat deelnemers rekening hielden met elkaar, taken oppakten, ruimte maakten voor verschillen en samen iets droegen. Vooral in de avondmomenten kreeg dat samenzijn een eigen kleur: in socratische gesprekken in het donker, muziekmeditatie, maanmeditatie en akoestische muziek rond het kampvuur. Daar hoefde niet alles benoemd te worden. Soms veranderde een stilte, een lied of het licht van het vuur al genoeg om de groep dichter bij elkaar te brengen.
Achteraf bezien bleek hoe eenvoudig de voorwaarden soms waren: mensen samenbrengen, richting geven zonder alles vast te leggen, en ruimte laten voor bewegen, schrijven, eten, spelen, luisteren en spreken. In die ruimte groeide in Lunteren iets wat zich vooraf niet liet plannen: een gedeelde ervaring waarin deelnemers zichzelf én elkaar anders ontmoetten. Tussen tenten, bomen, vuur, stilte, wandelingen, boeken en maaltijden werd filosofie niet alleen besproken, maar geleefd. Misschien raakte het weekend daarmee aan de kern van Bildung: dat een mens nooit af is, maar onderweg blijft, naar zichzelf, naar de ander en naar de wereld die we samen bewonen.

Door: Wim van der Meer
Die vraag klinkt eenvoudiger dan ze is. Misschien zelfs kinderlijk eenvoudig. Water is water. Een stof. Een chemische verbinding, een molecuul. Iets dat stroomt, verdampt, overstroomt, gezuiverd moet worden of uit de kraan komt. Maar ergens tijdens mijn werk in het waterbeheer begon die vanzelfsprekendheid te schuiven.
Ik werk als directeur bij een waterschap. Dagelijks gaat het daar over veiligheid, droogte, waterkwaliteit, klimaatadaptatie, ruimtelijke ordening en bestuurlijke verantwoordelijkheid. Over dijken, gemalen, zuiveringen, investeringen, modellen, kaarten en normen. Water verschijnt daar meestal als opgave. Er is te veel van, te weinig van, of het is te vies. En natuurlijk is dat niet vreemd. Zonder georganiseerd waterbeheer zou Nederland er fundamenteel anders uitzien.
Toch begon ik me tijdens mijn studie toegepaste filosofie steeds vaker af te vragen wat er eigenlijk gebeurt wanneer wij water bijna uitsluitend benaderen als iets dat beheerd moet worden. Welke verhouding tot de wereld spreekt uit woorden als “sturing”, “beheer”, “systeem”, “maatregelen” en “maakbaarheid”? Wat gebeurt er met ons denken wanneer water vooral verschijnt als peil, risico, capaciteit of beleidsveld? Dat bleek geen technische vraag meer te zijn, maar een filosofische.
Ik denk dat veel mensen filosofie nog steeds associëren met abstracte discussies die ver afstaan van het dagelijks leven. Mijn ervaring tijdens de opleiding Toegepaste Filosofie aan de HTF was precies het tegenovergestelde. Filosofie bracht mij niet weg van de praktijk, maar juist dieper erin. Ik begon scherper te zien hoe taal werkelijkheden vormt. Hoe organisaties vaak sneller antwoorden produceren dan dat ze nog vragen durven stellen. Hoe systemen soms zo efficiënt worden dat ze vergeten waar ze oorspronkelijk voor bedoeld waren. Juist in een tijd van klimaatverandering, technologische versnelling en maatschappelijke spanning werd dat voor mij steeds relevanter. Want veel van de vraagstukken waar we vandaag tegenaan lopen zijn niet alleen technische problemen. Het zijn ook vragen over wereldbeelden. Over hoe wij onszelf begrijpen ten opzichte van natuur, techniek, tijd en verantwoordelijkheid.
Tijdens de opleiding is er veel aandacht voor dat filosofie niet alleen draait om theorieën of grote denkers, maar ook om een andere manier van kijken. Een oefening in vertraging. In aandacht. In het openhouden van vragen die in organisaties vaak te snel worden dicht georganiseerd. Dat veranderde ook mijn blik op water. Ik begon water steeds minder te zien als een object buiten ons, en steeds meer als een relationele werkelijkheid waarin wij zelf opgenomen zijn. Een beek is niet alleen afvoer. Een dijk is niet alleen techniek. Een zuivering is niet alleen infrastructuur. Achter al die systemen gaan verhalen schuil over hoe wij willen samenleven, wat wij belangrijk vinden en hoe wij omgaan met kwetsbaarheid, afhankelijkheid en toekomst. Niet alleen voor mensen maar voor alles dat er is.
Dat betekent niet dat techniek of bestuur verkeerd zijn. Integendeel. Nederland heeft indrukwekkend waterbeheer opgebouwd. Maar misschien vraagt deze tijd wel om méér dan alleen beter beheer. Misschien vraagt zij ook om een ander soort luisteren en kijken.
Dat is uiteindelijk waar mijn afstudeeronderzoek en mijn essay Meta Hydrokratia over gaan. Niet over een simpele oplossing voor waterproblemen, maar over een diepere vraag: wat gebeurt er wanneer water niet langer alleen verschijnt als iets dat wij beheersen, maar ook als iets dat ons vormt, begrenst en aanspreekt?
Die zoektocht heeft mij veranderd. Niet alleen als student, maar ook als professional. Filosofie werd voor mij geen theoretische hobby naast mijn werk, maar een manier om opnieuw te leren kijken naar een praktijk waarin ik al jaren werkzaam ben. En daar probeer ik mijn collega’s in mee te nemen.
Misschien is dat ook wat filosofie juist nu kan betekenen. Niet onmiddellijk nieuwe antwoorden produceren, maar zichtbaar maken welke vragen wij onderweg zijn kwijtgeraakt.
En soms begint zo’n vraag verrassend eenvoudig.
Wat is water eigenlijk?

Wim van der Meer is directeur bij Waterschap Vallei en Veluwe en masterstudent bij de HTF.
Lees hier meer voorbeelden van hoe studenten en alumni filosofie toepassen in de praktijk
Auke Klijnsma is Toegepast Filosoof, docent HRM aan de Hogeschool Leiden en trainer van de Leergang Werkmeesterschap bij het HTF Denkhuis. We spraken hem over vakmanschap, werkgeluk en de vraag wat werk eigenlijk goed maakt.
Auke begon niet met filosofie omdat hij filosoof wilde worden. Hij werkte in het HRM-vak en merkte dat hij vastzat. "Alles werd bekeken vanuit efficiëntie, systemen en instrumenten. Dat werkt tot op zekere hoogte, maar ik miste iets fundamenteels."
Wat hij miste was ruimte. Voor reflectie, voor twijfel, voor vragen zonder direct antwoord. Filosofie bood hem dat: vertragen, onderzoeken, bevragen. "Even uit het automatische denken stappen en opnieuw kijken."
EERST MOEILIJKER MAKEN
Het klinkt misschien paradoxaal, maar Auke leerde dat je problemen niet meteen moet oplossen, je moet ze eerst verdiepen. "Ik heb altijd geleerd om dingen zo simpel mogelijk te maken. Filosofie leert je om het eerst moeilijk te maken. Niet om te compliceren, maar om te begrijpen. Pas daarna kun je het weer eenvoudig maken, maar dan op een manier die klopt."
WAT IS GOED WERK?
Goed werk is werk waar je trots op kunt zijn, zegt Auke. Werk dat je met aandacht en zorg uitvoert.
"Niet perfect, maar wel zo goed als je kunt. Het gaat erom dat je aan het eind van de dag kunt zeggen: dit klopt. Dit is van mij."
Dat gevoel staat onder druk. Werk wordt steeds meer opgeknipt in taken, processen en meetbare output. "Daardoor kun je vervreemd raken van het geheel. Je doet wel iets, maar het voelt niet meer als jouw werk."
VAKMANSCHAP VRAAGT TIJD
Auke haalt vaak het werk van Richard Sennett aan. Sennetts idee: vakmanschap gaat over de wil om iets goed te doen omwille van het goed doen zelf, niet omdat het wordt gemeten of beloond. "Dat idee raakt me enorm, omdat het haaks staat op hoe werk nu vaak is georganiseerd."
Want vakmanschap heeft tijd nodig. Oefening. Reflectie. Ruimte om fouten te maken. "In veel organisaties is die ruimte verdwenen. Alles moet snel, efficiënt, lean. Maar zonder oefentijd kun je nergens beter in worden. En zonder beter worden verdwijnt de trots."
Dat kost mensen meer dan ze denken. "Veel mensen raken niet opgebrand omdat ze lui zijn of niet gemotiveerd, maar omdat ze jarenlang werk hebben gedaan dat niet klopt met hun idee van goed werk."
VAKMANSCHAP BEGINT KLEIN
Auke beseft dat je het systeem niet in je eentje verandert. Maar vakmanschap begint bij jezelf. "Door opnieuw te kijken naar je eigen werk. Wat is wezenlijk? Waar voeg ik echt waarde toe?" En dat vraagt moed. "Vakmanschap is niet alleen technisch, maar ook moreel. Het vraagt de moed om grenzen te stellen."
Zijn vraag aan de lezer: sta eens stil bij je eigen werk. Wat betekent goed werk voor jou? Waar ben je trots op? "En stel jezelf dan die ene vraag: wat kan ik vandaag of morgen doen om mijn werk weer een beetje beter te maken? Soms zit dat in iets kleins. Een gesprek, een keuze. Maar juist daar begint vakmanschap."
Interview door: Simone Lensink

Auke Klijnsma is trainer van de Leergang Werkmeesterschap bij het HTF Denkhuis. In deze filosofische leergang onderzoek je aan de hand van vier denkers wat goed werk is en hoe je je eigen vakmanschap, regie en werkgeluk (her)vindt. De leergang start op 2 oktober 2026.
Voor meer informatie over Aukes werk omtrent ’werk’ bekijk zijn website.
Op deze zonnige zondagochtend arriveerden de deelnemers op treinstation Maarn. Nadat er een kring was gevormd en Floris met zijn Tingsha bellen om aandacht vroeg, stelde iedereen zich voor en sprak de verwachting uit van de walkshop.
Floris stelde voor om tijdens de wandeling in wisselende duo's elkaar te bevragen over mens- en wereldbeelden. Dit werd telkens onderbroken door gezamenlijke reflectie momenten waarin inzichten en bijzonderheden werden gedeeld. Het naar elkaar luisteren en doorvragen op impliciete aannames en veronderstellingen kon zo goed worden geoefend. Ook de oogst van de dialogen bracht nieuwe inzichten die verder onderzocht konden worden.
Halverwege de wandeltocht werden drie deelnemers geblinddoekt en lieten ze zich begeleiden over de bospaden. Na de eerste, voor sommigen angstige stapjes, groeide het vertrouwen in de begeleider en ontstonden er spontane gesprekken over de blinde ervaring. De Koepel van Stoop was geopend en werden de geblinddoekte deelnemers naar binnen geleid. Deze koepel maakt deel uit van de culturele route rond de pyramide van Austerlitz en wordt gebruikt voor kleine kunst en poëzieprojecten. Eenmaal plaatsgenomen en voorzien van koffie en thee met een koekje, droeg stadsdichter Jan-Paul Rosenberg een aantal gedichten voor uit zijn werk "Gedroomde grond". Voor de geblinddoekte deelnemers was het een interessante ervaring om te luisteren naar een stem die een gedicht laat horen in een onbekende ruimte met een onbekend aantal mensen. Na dit inspirerende bezoekje aan de koepel, werd de wandeling hervat.

Tijd voor bomen knuffelen en de blinddoeken gingen af. Iedereen koos een favoriete boom uit en vereenzelvigde zich daarmee totdat Floris zijn Tingsha bellen liet klinken. In het reflectie moment wat daarop volgde, beschreef iedereen op ludieke wijze zijn of haar boomkeuze en wat het had betekend om daarmee verbonden te zijn. Inmiddels was het tijd voor lunch en werd er in het bos rondom Austerlitz een geschikt stukje bosgrond gevonden om gezamenlijk de meegebrachte lunch te nuttigen. Er werden broodjes, koekjes, en thee gedeeld maar er circuleerden ook wijsgerige verhalen om de denkende geest te voeden.
Tijdmanagement van Floris bepaalde dat het bospad weer werd gekozen en dit keer werden diegene geblinddoekt die eerder begeleider waren geweest, waaronder Floris. Vol overgave lieten zij zich over smalle bospaden leiden, terwijl de juiste route alleen bij Floris bekend was. De begeleiders moesten de rood-witte herkenningspunten volgen, wat een uitdaging was. Stoïcijns stelde Floris zijn vertrouwen in het lot en ondanks wat twijfelmomenten kwam de groep aan op het juiste punt. Toen de blinddoeken afgingen voor het reflectiemoment, bleek dat niemand zich zorgen had gemaakt en dat het geblinddoekt zijn zelfs comfortabel voelde.

In stilte liepen we op eigen tempo achter Floris aan, totdat hij op een open zandvlakte stopte en de groep een gesloten kring liet vormen rondom een naaldboom. Dit luidde de bosdisco in en op de muziek uit een meegenomen speaker dansten de deelnemers op expressieve wijze rondom de boom en lieten zich niet afschrikken door geschrokken wandelaars die passeerden.
Gevuld met positieve gevoelens werd het laatste stukje naar treinstation Driebergen-Zeist gewandeld en daar aangekomen, sloot Floris de walkshop af met zijn Tingsha bellen. Voordat de groep van elkaar afscheid nam, werd er teruggeblikt op de dag en sprak ieder een uitgesproken verlangen uit om het leven als levenskunst vorm te geven.
Verslag door: Rob van der Hulst
De afgelopen maanden zijn beide opleidingen positief geheraccrediteerd en is het lectoraat van Floris van den Berg van start gegaan. Mooie mijlpalen die de kwaliteit en toekomst van ons onderwijs bevestigen.
Gisteren hebben we dit gevierd met de medewerkers en (oud-)studenten die zich hebben ingezet voor de heraccreditatie. Met heerlijk eten en goede gesprekken sloten we het eerste deel van het schooljaar af en bespraken we de plannen voor volgend jaar.
We hebben enorm genoten, bedankt iedereen die erbij was!

Met ingang van het studiejaar 2025-2026 is dr. Floris van den Berg benoemd tot lector ‘Filosoferen voor een Betere Wereld’ aan de Hogeschool voor Toegepaste Filosofie (HTF). In zijn nieuwe rol zal Van den Berg, in samenwerking met het HTF Denkhuis, nieuwe filosofische werkvormen ontwikkelen die aanzetten tot morele (her)oriëntatie. Van den Berg: “Filosofie kan bijdragen aan het project van de Verlichting om te streven naar een betere wereld met minder leed en meer geluk, voor menselijke én niet-menselijke dieren, voor nu en in de toekomst.”
Algemeen-directeur Martin Slagter: “Met Floris hebben we een toegepast filosoof pur sang in huis, die denken en doen op een unieke manier verbindt en filosofie echt in weet te zetten voor een betere samenleving.”

De morele cirkel
Van den Berg (1973) promoveerde in 2011 op het proefschrift Harming others: universal subjectivism and the expanding moral circle, waarin hij het ‘universeel subjectivisme’ ontwikkelde - een ethische theorie en gedachteoefening gericht op het verminderen van het lijden voor mens en dier, hier en nu, elders en in de toekomst. Hij publiceerde twintig boeken, waaronder Filosofie voor een betere wereld, en talloze artikelen over veganisme, liberalisme, feminisme, humanisme en atheïsme – steeds gericht op het vergroten van onze morele cirkel. Ten behoeve van onderwijs creëerde hij een dozijn kennisposters en ontwikkelde hij walkshops om met studenten in de natuur wandelenderwijs te filosoferen. In 2016 won hij met Beter weten. Filosofie van het ecohumanisme de Boekenprijs van deMens.nu. Ook maakt hij de filosofische podcast ‘De vrije gedachte’.
Van den Berg doceert onder andere milieuethiek, wetenschapsfilosofie en creatief schrijven aan de HTF. Hij is tevens als universitair docent milieufilosofie verbonden aan de Universiteit Utrecht. Sinds 2023 is hij voorzitter van de vrijdenkersvereniging De Vrije Gedachte. Hij is een veelgevraagd spreker, commentator en organisator.
Filosoferen
De HTF is een door idealen gedreven organisatie, opgericht en uitgebouwd door docenten filosofie, hoogleraren en filosofische professionals uit de beroepspraktijk. De HTF wil filosofie laten doordringen tot in de haarvaten van de samenleving om grote maatschappelijke uitdagingen het hoofd te bieden. De HTF verzorgt bachelor- en masteropleidingen, trainingen, toegepast onderzoek en advies, waarbij inzetbare denkvaardigheden – het filosoferen, meer nog dan ‘de’ filosofie - centraal staan. Het lectoraat van Floris van den Berg ondersteunt de HTF hier in de volle breedte.
Symposium
De HTF organiseert op zaterdag 22 november 2025 het symposium ‘Filosoferen voor een Betere Wereld’, waarbij Van den Berg zijn lectoraatsrede zal uitspreken en diverse workshops gevolgd kunnen worden. De rede is ook uitgewerkt tot publicatie die bij de HTF uitgeverij zal verschijnen.

De Hogeschool voor Toegepaste Filosofie (HTF) biedt de eerste hbo-bachelor en hbo-master Toegepaste Filosofie in Nederland aan.