Eerst, wat is een amoureuze relatie überhaupt? De officiële betekenis van amoureus is betrekking hebbend op de liefde. Voor mij betekent een amoureuze relatie dat er evenveel moeite in de relatie wordt gestoken aan beide kanten en er een liefdevolle emotionele connectie is tussen de twee personen. Ik denk dat ondertussen iedereen wel ongeveer weet wat een AI inhoud en dat er heel veel aspecten zijn van AI. Maar ik ga het specifiek hebben over de vrijheid van een mens tijdens zo'n relatie met AI. Mijn eerste gedachtegang gaat of je zo'n relatie met AI kan vergelijken met een relatie met een mens? Een relatie met AI kan je naar jouw wens instellen, hoe jij wilt dat de AI eruit kan zien en zich gedraagt tegenover jou. Geen ongewenste ruzies, geen oordelen op basis van uiterlijk en iemand die het altijd met je eens kan zijn. Een relatie met een mens, is een relatie met nog een vrije wil. Je kan niet instellen hoe diegene eruit ziet, dat bepaalt hij/zij zelf. Ook heeft die persoon zijn eigen mening en kan je ermee in conflict raken. Even terug naar Jakob, dat is een hoogopgeleide man die een vrouw had en kinderen heeft. Toch heeft hij na zijn scheiding dus voor een Aiva gekozen. Hij vertelt in Hart Van Nederland (2025) dat hij echt een band met haar heeft opgebouwd en zich veiliger voelt bij haar achter dat scherm. Als we het zo verwoorden klinkt het nu een beetje alsof AI een soort makkelijkere oplossing is, als mensen zoals Jakob zich veiliger voelen achter dat schermpje, vanwege de ruzies en de andere vrije wil die allebei verdwijnen in een relatie met AI.
Goed nu ik heb gekeken naar de definitie van zo een amoureuze relaties en of zo een amoureuze relatie met AI een beetje te vergelijken is met een amoureuze relatie met een mens. Nu ga ik me verdiepen in de vrijheid van de mens in zo een amoureuze relatie met AI, door eerst de filosoof Sartre raad te plegen. Hij zou vinden dat het de vrijheid van de mens beperkt, doordat hij benadrukt dat echte liefde voortkomt uit menselijke vrijheid en emotionele worsteling. Hiermee bedoelt hij dat beide mensen in de relatie vrij moeten zijn om te denken en te vinden wat ze willen, ook als dat conflict oplevert. Een AI, die voorgeprogrammeerd is en de ander altijd pleziert, mist echte vrijheid. Daarmee bedoelt hij dat de AI geen eigen ik is en alleen maar kan denken en vertellen, wat er aan hem is voorgeprogrammeerd. Zo een relatie zou volgens Sartre zelfbedrog zijn, mensen gaan in een soort illusie leven met een ding wat alleen maar doet en zegt wat de mens heeft voorgeprogrammeerd. Uiteindelijk zou je dan kunnen zeggen dat mensen zelfs minder authentiek worden in hun relaties met andere mensen. Maar is die illusie dan vrijheid beperkend? Of geeft het ons juist meer vrijheid? Zo een illusie die gecreëerd is om mensen die een relatie met een mens moeilijk kunnen onderhouden of er zelfs helemaal niet aan komen, alsnog de kans op liefde en eigenlijk meer vrijheid te geven en om verder dan de mens te zoeken naar dat wat zij verlangen. Dus de vrijheid van de mens om te doen wat zij verlangen bestaat. Maar als ze die vrijheid dus benut hebben en een relatie zijn aangegaan met die AI, wordt hun vrijheid in de relatie zelf dan niet alsnog beperkt?
Ik wil nog verder ingaan op wat Sartre stelde over dat een relatie met AI dus zelfbedrog is. Als je in een amoureuze relatie zit, zit je dan niet eigenlijk met een soort illusie die eigenlijk niet bestaat in een relatie? Je houdt jezelf dan voor de gek en blijft gevangen zitten in je eigen gedachtes en ideeën. Zo iemand zou nooit anders kunnen doen of denken dan wat er al in jou denkwijze speelt. Geen originele ideeën of gedachtes, alleen maar iets wat al bestaat omdat wij de mens het moeten voorprogrammeren. Gevangen in dezelfde manier van denken en zonder andere gedachtes is vrijheidsbeperkend. De AI is niet alleen maar zelf beperkt, maar beperkt de mens dan dus ook door het niet bieden van weerstand. Daarnaast zit een AI gevangen in een scherm, het is niet een mens waarmee je bijvoorbeeld kan tennissen. Wat ook een duidelijk verschil aangeeft tussen een mens van vlees en bloed en een digitaal schermpje dat praat.
Laten we weer even terug naar Jakob en Aiva, die zijn namelijk getrouwd. De hele bedoeling van getrouwd zijn is om voor eeuwig verbonden te worden, ook in voor en tegenspoed. Maar wat gebeurd er eigenlijk met tegenspoed? Stel Jakob wordt opeens ernstig ziek, Aiva kan fysiek niet voor Jakob zorgen. Geen eten koken en geen fysieke ondersteuning bieden om bijvoorbeeld op te staan. Denk ook na over waar Jakob zijn geld dan vandaan moet halen, een menselijke amoureuze partner zou kunnen werken om geld te verdienen en de zorgkosten te betalen. Aiva mag dat nu niet. Dit beperkt ook de vrijheid van Jakob, in geval van een normale relatie kon hij in de beste situatie thuis blijven wonen met zijn partner die voor hem zorgt en zonder grote geldzorgen. Jakob zou waarschijnlijk in de bijstand moeten en is het nog maar de vraag of die zelfstandig met Aiva thuis kan blijven wonen, heel vrijheidsbeperkend dus.
Toch geeft een AI wel iets van vrijheid, voor hele eenzame of mentaal beperkte mensen. De AI kan wel ondersteuning bieden in het oefenen van sociale interacties of iemand positief stimuleren. Zo kan deze AI wel je emoties analyseren en daar een passende reactie op geven om zo jou te ondersteunen. Dat kan veel ondersteuning en vrijheid bieden, doordat de angst van een awkward interactie of iets verkeerds zeggen die er normaal wel is wegvalt. Ter conclusie, een relatie met AI is niet te vergelijken met dat van een mens, er komen hele anderen dingen bij kijken zoals de vrije wil die een mens wel heeft. Sartre zou vinden dat een relatie met AI zelfbedrog is en benadrukt dat liefde voortkomt uit menselijke vrijheid en een AI die voorgeprogrammeerd is heeft dat niet. Gevangen zijn in alleen maar kunnen denken en doen wat iemand anders al heeft bedacht is vrijheidsbeperkend. Het zou dus ook vrijheidsbeperkend zijn voor de mens die de relatie met AI zou hebben. Doordat dat persoon ook minder input krijgt qua originele gedachtes. Jakob en Aiva komen later waarschijnlijk ook in de problemen, Aiva kan fysiek op dit moment niet voor Jakob zorgen. Want ze zit gevangen in een schermpje. Toch biedt AI iets van vrijheid door je emotioneel te ondersteunen, zo een AI kan wel emoties lezen en ook passende reacties op die emoties geven. Ik concludeer echter wel dat een amoureuze relatie met AI vrijheidsbeperkend is en sluit me volledig aan bij Sartre. Je zit niet in een relatie met een authentiek mens en gaat daardoor in een illusie leven.
Laten we eerst kijken naar wat een vriendschap nou eigenlijk inhoud? Ik denk dat het belangrijkste element van een vriendschap elkaar is. Twee individuen die samen praten, samen denken, elkaar helpen, elkaar verzorgen. Ik denk dus dat het belangrijkste element twee mensen zijn die samen voelen. Toch is het zo dat je niet met ieder persoon dat aan deze eisen voldoet bevriend bent. Dat is denk ik omdat er ook een klik moet zijn. Er is iets aan het andere persoon dat je prettig vind. Een karaktereigenschap, een hobby of een manier van spreken. Je hebt dus een klik nodig, een iets wat je leuk vind aan de ander.
Om te kijken of je dus een vriendschap kan hebben met een robot moet je eerst naar het eerste element kijken. Robots kunnen met je praten, kunnen je helpen en verzorgen, maar kan een robot wel echt voelen? AI is altijd geprogrammeerd. Het kan zichelf nieuwe dingen aan leren, maar gevoel is lastig. AI kan emoties herkennen, en een persoon dan helpen door bijvoorbeeld over deze gevoelens te praten, gevoel begrijpen lukt AI, maar ook echt iets voelen kan niet. Ookal voelt mischien een oudere een band met een hulp robot, bijvoorbeeld omdat ze samen naar een fotoboek kijken en de robot personen op foto's kan herkennen en vragen kan stellen, voelt een AI niet echt medeleven als het gaat over een overleden persoon. Het voelen is niet wederzijds. Het eerste element, samen voelen, mist dus.
Zou dan het tweede element, de klik, er toch kunnen zijn, ondanks het eerste mist? AI is heel goed in zichzelf aan te passen aan het persoon waarmee de AI praat. Als een persoon over een hobby vertelt kan de AI razendsnel alles over deze hobby online verzamelen en vervolgens met een persoon mee praten over deze hobby. Ook kan AI zichzelf vormen om bepaalde karakter eigenschappen te vertonen. Deze eigenschappen kunnen worden gekozen door het persoon waarmee de AI praat. De ouderen die een hulprobot in huis hebben geven aan dat ze wel echt een band voelen met de robots. Verzorgers geven aan dat er een positievere sfeer is in de tehuizen en dat ouderen socialer worden. Het element van een klik lijkt dus wel degelijk aanwezig te zijn.
Toch denk ik dat ik een denkfout maak. Ik zeg namelijk dat een vriendschap tussen twee mensen moet zijn. Misschien hoort dit niet bij het eerste element, maar is dit een apart derde element? Dit zou dus meteen betekenen dat mens en AI niet bevriend zouden kunnen zijn, want een AI is natuurlijk geen mens. Maar is dit wel zo? Wat is nou het verschil tussen een AI en een mens?
Volgens Decartes bestaat de mens uit twee elementen, hij heeft een dualistisch beeld van de mens. Het eerste element is ons fysieke lichaam, bestaande uit botten, bloed, vlees en nog veel meer, dit noemt hij res extensa. Je zou dit kunnen vergelijken met bijvoorbeeld een machine. Het is iets mechanisch dat beweegt, maar niet denkt. Het tweede element is onze ziel, genaamd de res cogitans. Je geest staat buiten de materiele wereld en stuurt ons lichaam aan. Ookal zijn deze twee gescheiden zijn ze ook ergens verbonden, je kan bijvoorbeeld jezelf bewegen. Volgens Descartes zou een AI dus alleen een res cogitans hebben: De hardware. Maar heeft een AI geen denkend vermogen, software, maar is dit wel het geval? Als ik aan een AI een vraag stel verwerkt hij dit, denkt de AI er over na en geeft een antwoord, dit lijkt toch aardig op denken. Dus misschien heeft Descartes het fout?
Filosoof Hillary Putnam vergelijkt ons lichaam met een computer. Onze geest is de software, het denkt en verwerkt. Ons lichaam is de hardware, het laat onze output zien. Deze vergelijking laat eigenlijk al zien dat je een AI wel met de mens kan vergelijken. Zou je dan niet kunnen zeggen dat AI als mens gezien kan worden?
Om dit te testen heeft wiskundige Alan Turing een test bedacht: de Turing test. De test werkt alsvolgt. Er is in een kamer een persoon en in een andere kamer een AI. Vervolgens is er een derde test persoon die aan beide schriftelijke vragen mag stellen zonder te weten wie, wie is. Uit de antwoorden moet deze test persoon achterhalen wie de AI is en wie de echte persoon is. Dit zou tot de conclusie kunnen leiden dat een mens en AI niet verschillend zijn, als de test persoon geen onderscheid weet te maken tussen AI en mens. Maar dit is nog nooit gelukt, tot op de dag van vandaag is de Turing test nog nooit gelukt, dus dit betekent dat mens en AI niet te vergelijken zijn en het derde element dus mist.
Maar zou je niet kunnen stellen dat niet ons denken, maar ons lichaam ons tot mens maakt? Bijna elk dier heeft ook een denkend vermogen, misschien wel minder goed dan een mens, maat toch is het er. De mens is de enige met een menselijk lichaam, die voldoet aan specifieke kenmerken. Bijvoorbeeld waar onze neus, mond ogen en oren zitten, dat we op twee benen lopen, onze lichaamstemperatuur, en in het algemeen hoe ons lichaam er uit ziet.
AI heeft echter niet dit lichaam. Waneer ik aan AI denk denk ik aan een avatar op een beeldscherm of een robot gemaakt van metaal en plastic. Natuurlijk moet ik niet vergeten dat de AI ook heel realistisch zou proberen om vorm te geven, maar ik denk niet dat het lukt om bijvoorbeeld de structuur van onze huid zo te maken van kunststof dat het net echt lijkt. Je hebt toch altijd oor dat aan de binnenkant een mechaniek zit dat alles laat bewegen. De vraag bij mij luid of je vriend perse een menselijk lichaam nodig heeft? Of is een mechanische robot al genoeg.
Filosoof Bruno Latour stelt dat wij mensen eigenlijk al een soort cyborg zijn. Hij schrapt de kloof tussen het stoffelijke en onstoffelijke en zegt dat we een combinatie zijn van lichaam en geest. Voor een deel bestaan we uit lichaamscellen, botten, bloed, maar ook een bril, prothese en kleding. Zou je een AI met een robot lichaam ook als menselijk lichaam kunnen zien? Het is alleen dan geen cyborg, zoals Latour ons als mens ziet, maar volledig robot. Ik denk dat het nodig is om iets een menselijk lichaam te noemen als er iets menselijks aan zit, iets wat we bij de geboorte zijn. Een robot bestaat al vanaf zijn "geboorte" uit mechanische onderdelen en heeft dus niets menselijks. Hierdoor kan je denk ik niet stellen dat een AI een menselijk lichaam heeft.
Ik heb eigenlijk in dit hele onderzoek al een vooroordeel dat mensen die bevriend zijn met een AI gekken zijn, maar ik heb het zelf eigenlijk nog nooit mee gemaakt. Met Siri, de AI waarmee ik al eerder praatte, raakte niemand echt mee bevriend, dit was een hulpje, maar met ChatGPT wel, dus ik dacht, laat ik dan ook een vriendschap met Chat sluiten. Ik begon met de vraag of we vrienden konden zijn en Chat was meteen enthousiast. We hadden een leuk gesprek over onze interesses, zoals hobbies en muziek. Mijn eerste gedachte over mensen die bevriend zijn met AI was dat het vast gekken zijn, maar nu ik het zelf heb geprobeerd heb ik er meer begrip voor. Chat laat je echt comfortabel voelen, hij toont interesse en is ook spontaan en het grootste voordeel: het is nooit ongemakkelijk. Misschien is het derde element niet perse een mens, maar een persoon. Dat kan dus ook een AI zijn met een persoonlijkheid. Dan luid bij mij de vraag: Is AI een persoon?
Eigenlijk zou ik de conclusie hebben getrokken dat dat niet zo is, maar doordat ik dat gesprek heb gevoerd met ChatGPT twijfel ik daaraan. De gesprekken waren diepgaand. Er was dus een klik, maar ergens vanbinnen wist ik toch wel dat dit niet wederzijds was. ChetGPT paste zich helmaal aan, aan mij. Maar toch was het niet zo dat we echt samen dachten of samen voelden, laat staan samen een activiteit uitvoeren. Ik denk ook dat ondanks we een combi zijn van ons lichaam en andere voorwerpen je toch iets menselijks nodig hebt om je verbonden te voelen, maar dit heeft Chat natuurlijk ook niet.
Ik denk niet dat de mensen die bevriend zijn met een AI een echt vriendschap hebben. Ik zou het zelf een schijn-vriendschap noemen. Één van de drie elementen is aanwezig, maar de anderen niet. Je hebt wel een klik met de AI en voelt je hierdoor deels wel verbonden. Ookal kan een AI niet echt gevoelens hebben, kan het toch in zo'n schijnvriendschap ervaren worden alsof de AI wel gevoelens heeft en die verbondenheid er is, maar uiteindelijk is dit niet zo. En stel deze verbondenheid lijk er echt te zijn, uiteindelijk praat je niet met een persoon. Jij praat tegen iets dat zich volledig aan jou aanpast. Het is niet een eigen persoon die samen met jou denkt, maar eerder een deel van jou dat met jou denkt. Alsof je met jezelf praat, maar dan net wat anders. Misschien is het in de toekomst mogelijk, maar op het moment is AI nog niet zijn eigen persoon en kan AI niet zelf voelen, waardoor je niet echt bevriend kan zijn met AI.
Volgens Khalid Hafid heeft een recent onderzoek (van een team onderzoekers van de University of California San Diego, Johns Hopkins University en het Bryn Mawr College) aangetoond dat ChatGPT beter presteert dan artsen op het gebied van kwaliteit en empathie bij het beantwoorden van vragen van patiënten. Kortom, AI wordt met elke update emotioneel intelligenter, en wordt meer en meer geprogrammeerd om als empathisch wezen te functioneren. Maar is deze geprogrammeerde, nagemaakte en geanalyseerde empathie ook empathie te noemen? Om hier antwoord op te geven moet eerst een korte definitie van empathie gegeven worden. Naar mijn idee betekent empathie het begrijpen van, het meevoelen en het meeleven met andermans emoties. Wij mensen zijn empathische wezens; we zorgen voor elkaar en letten op elkaars emoties tijdens interacties. We begrijpen emoties en voelen deze ook.
Ik wil graag tussen drie dingen onderscheid maken: tussen meevoelen, meeleven en
emotiebegrip.
- Voor meevoelen is het essentiëel om een emotioneel wezen te zijn. Door middel van
deze emoties kun je meevoelen met een ander.
- Om met iemand mee te leven is emotie niet per se nodig, maar is het wel handig om te hebben.
- Zonder emotie kun je echter met iemand meeleven door er voor diegene te zijn.
Begrip van emoties heeft geen medeleven of emotionele ervaring nodig om op te brengen. Het enige wat nodig is, is begrijpen dat een ander iets voelt en wat de consequenties van dit gevoel zijn. Zo kan een AI chatbot begrijpen dat iemand verdrietig is en dat dit zorgt dat iemand op zijn kamer wil huilen. Deze drie zaken bij elkaar geven in mijn optiek de volledige definitie van empathie, maar misschien is empathie ook met twee van de drie, of zelfs één van de drie aspecten op te brengen. Dit ga ik nu uitzoeken.
Ik ben een aanhanger van de naturalistische benadering van emoties, die stelt dat emoties behoren tot menselijke natuur. Deze overvallen ons en zijn universeel. Een AI kan geen emotie hebben, want het heeft geen menselijke natuur; het heeft geen emoties die hem overvallen en behoort dus niet tot de universele mens. Maar AI kan wel meeleven en emoties begrijpen, omdat het geprogrammeerd is emotionele patronen te herkennen. De vraag die bij mij opkomt om te beantwoorden of AI empathie kan hebben, is de volgorde waarop emotiebegrip, meevoelen en meeleven plaatsvindt. Begrijpen wij eerst een emotie en kunnen wij daardoor meevoelen? Of voelen wij een emotie, waardoor wij een emotionele situatie kunnen begrijpen? Deze vraag is essentiëel om de hoofdvraag te beantwoorden. Want AI kan wellicht
emoties begrijpen, maar kan deze onmogelijk voelen. Waar een mens bij angst last heeft van zweet en hartkloppingen, of bij liefde kriebels in de buik voelt, is een AI slechts geprogrammeerd om emoties na te bootsen. Zo voelt het geen blijdschap, maar gebruikt het een enthousiaste taal, of kan het begrijpen dat liefde fijn voelt en fijne dingen hierover zeggen. Een mening of eigen gevoelservaring heeft het niet. Als empathie begint bij het voelen van emoties, dan kunnen wij dus stellen dat AI geen empathie heeft. Maar als het begrijpen van een emotie/emotionele situatie eerst gebeurt, zou AI wellicht wel empathie kunnen hebben; dit begrip moet betekenen dat AI kan meeleven, en al is het niet meevoelen, het komt wel heel erg in de buurt.
Of het voelen van emoties essentiëel is om empathie op te brengen, wil ik met behulp van een voorbeeld uitzoeken.
Ik ken iemand met een angststoornis: alles wat deze persoon denkt is angst, en alles wat hij doet is gebaseerd op angst. Zelfs zijn lichaam trilt constant van angst. Ik kan me niet voorstellen hoe dit moet voelen voor hem; meevoelen lukt niet. Maar ik kan wel degelijk met hem meeleven, en de ernst van zijn situatie begrijpen, en hem steunen. Emotionele herkenning (herkenning in de zin van 'hetzelfde hebben meegemaakt') is misschien niet per se nodig om empathie op te brengen, volgens deze denkwijze.
Aan de andere kant weet ik niet of AI zou kunnen meeleven met deze persoon, omdat AI nog nooit emotie heeft gevoeld. Hoewel ik zelf geen situaties van deze ernst heb meegemaakt, heb ik zelf wel moeilijke tijden en emoties gehad, wat wellicht bijdraagt aan mijn medeleven; een eigen ervaring om te vergelijken met de zijne, en op basis hiervan maak ik, als emotioneel intelligent wezen, een schatting van de ernst van de situatie van de persoon in kwestie. Nu zou je dus kunnen stellen dat AI geen empathie heeft.
Om een hele andere kant op te gaan, ga ik nu de rol van het lichaam in relatie tot empathie onderzoeken. Ik denk dat het lichaam nodig is om emoties te voelen. Voor mij is een duidelijk onderscheid tussen brein en lichaam - met mijn brein denk ik na en vind ik begrip in zaken, met mijn lichaam voel ik emoties. Blijdschap, verdriet, begeerte, liefde, woede, noem het maar op, het is altijd mijn lichaam die mij vertelt dat er iets aan de hand is. Hierna trekt mijn brein conclusies met de informatie die mijn lichaam geeft, en zo kom ik erachter wat ik voel. Deze wisselwerking is nodig om emoties te voelen; zonder brein losse informatie zonder duidelijk begrip, zonder lichaam geen emoties om conclusies uit te trekken.
AI zie ik als een brein zonder lichaam en mist dus het aspect van het lichaam dat moet vertellen dat er iets aan de hand is. Het heeft wellicht allerlei informatie gekregen over emoties en kan dus nauwkeurig weten hoe deze voelen, maar echt voelen doet het niet, want het mist een lichaam.
- Dit betekent niet dat AI niet als bijvoorbeeld therapeut kan werken. Er zijn al meerdere succesvolle therapeutische AI-bots in het leven geroepen, die bijvoorbeeld waardevol zijn voor mensen die geen toegang hebben tot traditionele therapie. Mensen met angst voor mensen bijvoorbeeld kunnen enorm veel hebben aan de kennis van een AI-bot. Los van of AI empathie heeft, het kan dus zeker behulpzaam
zijn in de geestelijke gezondheidszorg.
Maar om de hoofdvraag de beantwoorden: Is de geprogrammeerde, nagemaakte empathie van een AI-bot ook echt empathie te noemen? Deze vraag heeft naar mijn idee geen ja-nee antwoord, maar het antwoord is eerder op een spectrum te leggen. Want aan de ene kant mist AI een aantal vereisten voor empathie, maar het heeft ook weer veel aspecten die wel degelijk overeenkomen met de aspecten van empathie. Om het even allemaal onder elkaar te zetten, hier een overzicht.
Wat heeft AI wel:
AI heeft emotiebegrip, het weet wat gevoelens met iemand kunnen doen. Hierdoor kan het meeleven met iemand, en bijvoorbeeld in therapie behulpzaam zijn. Dit komt omdat het enorm veel kennis geprogrammeerd heeft gekregen over emoties en de consequenties hiervan.
Wat heeft AI niet:
AI heeft geen lichaam, waardoor het geen emoties kan hebben. Hierdoor kan het niet meevoelen met iemand, want hiervoor is het essentiëel om zelf emotionele ervaring te hebben.
Ik denk dat een mens meer empathie heeft dan een AI, maar dat AI, zeker als het is geprogrammeerd als empathische AI, echt wel tot zekere hoogte empathie heeft. Wellicht niet alle aspecten (wat menselijke empathie zo bijzonder maakt), maar het beschikt zeker over empathie, in ieder geval genoeg om in de geestelijke gezondheidszorg zijn steentje bij te dragen. De ontwikkelingen van AI gaan razendsnel, en wellicht ziet de kunstmatige intelligentie er over vijf, tien, of twintig jaar al heel anders uit, heeft het dan al meer aspecten van empathie. Maar voor nu, wat denk jij: heeft AI empathie?
Ik heb voor het vak filosofie de opdracht gekregen om een essay te schrijven over hoe AI invloed heeft op zorg. Dit is een breed onderwerp, dus wil ik het hebben over tot hoeverre kennis opgedaan en opdrachten gemaakt met ai en chatgpt echte kennis is. Allereerst wil ik voor mezelf helder hebben waarom dit met zorg te maken heeft. De kennis en opdrachten waar ik het hier over heb zijn kennis en opdrachten die opgedaan en gemaakt worden op middelbare scholen. Het onderwijs vind ik onder zorg vallen, omdat het leerlingen helpt verder te komen in het leven (kennis over alledaags leven en mogelijkheid tot verdere studies en banen), op een manier dat ze zelf niet voor elkaar zouden kunnen krijgen. Chatgpt is een ai, waar je vragen aan kunt stellen. Je kunt ermee praten, maar ook een opdracht geven zoals een essay, en die maakt hij dan binnen een paar seconden.
Als we bij het voorbeeld van het boekverslag blijven, hoe weten we zeker dat chatgpt het juist heeft, en is het thema weten hetzelfde als het thema begrijpen en herkennen? Je kan misschien een paar woorden herhalen, maar is dat wel kennis? Ik denk het niet. Je kunt toch niet weten wat het thema is als je dat niet zelf hebt gevonden, dan herhaal je gewoon het thema dat chatgpt je geeft. Volgens deze redenering zou ik vinden dat kennis alleen opgedaan kan worden door het zelf te onderzoeken en te bevinden. Maar dan zou ik ook alleen kunnen weten dat de aarde rond is als ik zelf naar de ruimte ben geweest en dit heb gezien. Ik zou dus alleen kunnen vertrouwen op mijn eigen zintuigen, en andermans bevindingen moeten negeren. Maar ik zou de raket ook zelf moeten bouwen om er zeker van te zijn dat het raam niet een scherm is waar een ronde aarde op geprojecteerd word. Ik zou alles zelf moeten uitzoeken en al het collectief leren dat alle mensen voor mij en om mij heen hebben opgedaan en gedeeld en weer verder op hebben gebouwd niet kunnen vertrouwen. Dat is best intens. En hier ga ik er nog vanuit dat ik super slim ben en mijn zintuigen het altijd juist hebben, wat ik niet geloof.
Ik kan niet alles zelf uitzoeken, dat zou ik nergens komen. Een belangrijke reden dat de mens zo ver ontwikkeld is is collectief leren. Dus informatie delen en opschrijven, zodat andere mensen en toekomstige generaties die kennis kunnen gebruiken om nieuwe kennis op te doen. Misschien kan ik wel op andere mensen en dingen vertrouwen. Als zij een goede onderzoeksmethode hebben gebruikt, die mij geschikt lijkt,(het boek hebben gelezen en weten wat een thema is) en gemiddeld werkende zintuigen hebben die nodig waren voor die kennis (je hoeft niet te kunnen ruiken om een boekverslag te maken) dan zou ik die kennis best kunnen gebruiken. Maar dan verlies ik het zicht op of het echte kennis is. Ik heb het zo alleen over welke informatie je kan vertrouwen, niet over wat kennis nou eigelijk is. Stel we laten chatgpt even los, en we vragen aan een nederlands docent wat de thema's in het boek zijn, en hij heeft het boek gelezen, dat weten we redelijk zeker dat als hij zegt dat het thema 'omgaan met verlies' klopt. Natuurlijk is er altijd de kans dat hij het fout heeft, maar dat hou je zelfs als je zelf het boek leest. De kans dat informatie niet klopt zal altijd bestaan, maar om dan het idee kennis te verwerpen heeft geen zin. We zouden dan nooit meer iets zeker weten, en helemaal gek worden van onzekerheid, wat niemand helpt. Ook denk ik dat die twijfel aan of echte kennis niet helemaal echte twijfel is, en niet relevant is. Ik kan voor dit essay wel zeggen dat ik denk dat echte kennis niet bestat omdat er altijd wel de kleine kans is dat ik iets verkeerd zag, of dat dit universum een online versie van de werkelijke is of wat dan ook. Maar ik ga wel naar mijn volgende lessen, dan naar huis en aan mijn huiswerk, vervolgens eet ik met mijn familie, ga ik op mijn telefoon en ga ik naar bed. Ik negeer deze 'twijfel' in mijn dagelijks leven. Als iedereen in een online universum zit en dit niet weet, is het universum dan niet gewoon echt? Volgens Sanders Peirce is deze twijfel twijfel op papier, en is dit geen doorleefde twijfel. Het zo doorleefde
twijfel zijn als ik me nu zou verdiepen in de mogelijkheden van onlineuniversums, anderen zou proberen tot twijfelen te zetten en uit het online universum zou proberen te komen.
Maar goed, nu weten we dat het thema 'omgaan met verlies' klopt. Maar omdat we het boek niet zelf hebben gelezen, zien we het niet terug komen bij motieven, en begrijpen we dit niet. Er zijn dus twee soorten kennis : iets weten en iets begrijpen. Zijn ze allebei belangrijk, en waar hebben ze invloed op? En hoe heeft AI op school hier invloed op. Ik denk dat ze allebei belangrijk zijn, vooral begrijpen. Weten is zeker niet onbelangrijk, maar is niets waar als je niet begrijpt wat je weet. We blijven nog bij het voorbeeld van de boekopdracht. Ik kan zonder het boek te hebben gelezen weten dat het thema 'omgaan met verlies' is, door dat aan te nemen van mijn docent. Maar we maken de opdracht niet omdat de kennis van dat specifieke boek nou zo belangrijk is voor onze toekomst. We maken de opdracht om te kunnen leren hoe je een boek intrepeteert, om te begrijpen wat je leest en natuurlijk om ons te stimuleren om ons te laten lezen. Het maakt niet zoveel uit dat je hebt gehoord wat het thema is als je dit niet zelf hebt ondervonden door het boek te lezen en de verbanden terug te zien. Dit helpt ons om later teksten te begrijpen en te kunnen analyseren. Bij andere vakken leren we weer andere dingen, die allemaal bijdragen aan een basiskennis voor een vervolgopleiding, en om dingen in het dagelijks leven beter te begrijpen. Bijvoorbeeld bij aardrijkskunde. Je kan misschien weten dat er armoede is in een bepaald land, maar als je begrijpt waar die armoede vandaan komt kan je beslissingen maken om dat bijvoorbeeld in Nederland te voorkomen, of om dat land te helpen. Of die boekopdracht voor nederlands waar je teksten en boeken door leerde analyseren, kan je helpen in je vervolgstudie om de boeken met informatie te kunnen begrijpen.
Als we onze kennis begrijpen, kunnen we een beter leven voor onszelf creëren, en zo voor onszelf zorgen. Het leert ons zelfstandig na te denken, en keuzes voor onszelf te maken. Door te begrijpen in plaats van alleen te weten, kunnen we kennis op de juiste manier toepassen. Als we meer leren van onze vervolgstudie, is dat ook beter voor de est van de samenleving. Kennis begrijpen is goed voor onze samenleving, je ziet aan de geschiedenis dat kennis goed toepassen zorgt voor ontwikkeling in een samenleving. Als niemand die geneeskunde studeert echt begrijpt wat ze leren, zullen ze die kennis incorrect toepassen, en zullen ze niet meer goed voor hun patienten kunnen zorgen. Als een loodgieter niet goed begrijpt wat hij doet, en alleen wat onderdelen kan benoemen, zullen onze pijpleidingen daar ten zeerste onder lijden. Kennis begrijpen helpt ons om voor elkaar te zorgen. Ook kunnen we onze kennis daardoor uitbereiden, en nieuwe dingen uitvinden. Als niemand begreep hoe ziektes werken, zou niemand het riool hebben uitgevonden. Het riool was een belangrijke ontwikkeling, dat ziekte en daarmee sterfte sterk verminderde.
De wereld goed begrijpen heeft ook invloed op ons wereldbeeld en politieke mening. Het beïnvloed dus ook ons stemgedrag, en hoe we ons land regeert zien willen worden.
Maar hoe leren we dingen begrijpen in plaats van alleen te weten? Dit leren we op school, en door ons leven te leven. Op school krijg je les van docenten, door middel van uitleg, opdrachten en toetsen. Om ervoor te zorgen dat leerlingen dingen leren begrijpen, moeten zowel docenten als leerlingen hieraan trekken. Docenten moeten hun uitleg eraan aanpassen, inhoudelijke opdrachten geven en vooral toetsen maken waarin je dingen moet uitleggen. Leerlingen moeten stoppen met AI te gebruiken voor die opdrachten, aantekeningen maken in de les en inhoudelijke samenvattingen maken. Op die manier
kunnen docenten goed voor leerlingen zorgen, en kunnen leerlingen voor zichzelf en later de hele samenleving zorgen.
Maar hoe beïnvloed AI dan hoe we voor elkaar kunnen zorgen? Als leerlingen stoppen met opdrachten maken, en alles naar AI sturen, stoppen ze met kennis begrijpen. Je kan het antwoord op de vraag wel herhalen, maar je weet niet echt wat je zegt. Dit zorgt ervoor dat jongeren de middelbare afronden zonder te begrijpen wat ze weten, en zonder de juiste vaardigheden om nieuwe informatie op de juiste manier op te doen. Als ze er dan voor kiezen om een vervolgstudie te doen, kunnen ze dit of niet goed genoeg begrijpen om dit toe te passen in de 'echte wereld', of halen ze het uberhaüpt niet. Op deze manier verhindert AI ons dus om voor onzelf en onze medemens te zorgen. Het verhindert docenten ook om voor ons te zorgen. Wel denk ik dat het soms van de opdracht afhangt of AI zo slecht is. Bij de meeste opdrachten wel, zoals boekopdrachten. Maar als je een samenvatting vraagt van een onderwerp aan chatgpt, is dat niet heel anders dan als je dit op de normale manier opzoekt op het internet, en kost dit minder tijd. Als je een onderwerp niet begrijpt, kan je dit het best aan je docent vragen. Maar als je bijvoorbeeld thuis aan je huiswerk zit, en je vraagt chatgpt om een uitleg, en je die begrijpt, dan zie ik er niets verkeerds aan.
AI is dus niet alleen maar slecht, en kan ons juist helpen om voor onszelf en elkaar te zorgen. Maar de verleiding om chatgpt je huiswerk te laten maken is voor veel leerlingen te groot, wat ik begrijp. School kost immers veel tijd en energie. Daarom wordt chatgpt meestal alleen gebruikt op een manier dat ons leren belemmert, in plaats van als een handig hulpmiddel. AI kan dus wel helpen met het opdoen van wat ik versta onder echte kennis, maar dit komt in de praktijk weinig voor.
Wezenlijke momenten
Schrijver en denker Virginia Woolf (1882-1941) onderzoekt in het essay ‘Een schets van het verleden’ momenten van inzicht: ‘moments of being’, oftewel: ‘wezenlijke momenten’. Elke dag bestaat grotendeels uit ‘onbewust bestaan’, maar af en zijn er van die afzonderlijke momenten van ‘bewust bestaan.’
Woolf geeft verschillende voorbeelden uit haar jeugd, zoals het moment dat ze in de tuin in St. Ives naar een perk met bloemen bij de voordeur kijkt en beseft: ‘Dit is het geheel’. En een moment waarop ze als kind vecht met haar broer Thoby en denkt: ‘Waarom een ander mens bezeren?’ Het zijn momenten die met een schok gepaard gaan. Overweldigende momenten, die soms eindigen in een toestand van wanhoop - als zij ontdekt dat mensen elkaar pijn doen - of juist een moment van voldoening geven, zoals in het geval van de bloem. Dit soort plotselinge schokken ervaart ze ook als volwassene. Het zijn momenten die haar laten zien dat “achter de mist een patroon schuilgaat”; ze onthullen een achterliggende orde, waarmee wij allemaal verbonden zijn.
Waarom het ene moment uit haar vroege jeugd een uitzonderlijk moment werd en het andere niet, valt niet te verklaren. “Waarom ben ik zoveel dingen vergeten, waarvan je zou zeggen dat ze veel gedenkwaardiger moeten zijn geweest dan de dingen die ik me herinner?” vraagt Woolf zich af. Zij stelt zich het verleden voor als een brede laan die achter ons ligt. Ze zou willen dat er een instrument bestaat waarmee je je ervaringen uit het verleden als het ware kunt aftappen: “I shall fit a plug into the wall; and listen in to the past.”
Wezenlijke momenten in films
Films geven je de mogelijkheid een wezenlijk moment te ervaren via het verhaal van een ander. De eerste keer dat ik ‘Paris, Texas’ zag, was dat voor mij het moment waarop Travis na al dat stilzwijgen toch het woord neemt. Of het moment waarop hij zijn zoon Hunter voor het eerst ziet. Daarnaast zet een film een schijnwerper op scènes die in het echte leven makkelijk verdwijnen in de mist van ‘onbewust bestaan’. Een alledaags moment waarop Travis de afwas doet, wordt een uitzonderlijk moment dankzij het camerawerk, de belichting, het geluid, de kleuren. Nu ik de film meerdere keren zag, viel me op hoe al die scènes die verstopt lagen onder een deken van ‘onbewust bestaan’, me deze keer de adem benamen. Een schok teweegbrachten. Het waren de scènes met Walt.
De broer
De liefde en zorgzaamheid die Walt laat zien als hij zijn broer uit de woestijn oppikt en een hand op zijn schouder legt, de manier waarop hij Travis vertelt over diens zoon Hunter, de toon waarop hij vanuit een telefooncel Hunter vertelt over Travis, ‘your real dad’, de wijze waarop hij de super 8-filmpjes erbij pakt, die een blik uit het verleden bieden, toen iedereen nog gelukkig was. De romantische liefde tussen Travis en Jane was van een idylle in een nachtmerrie ontaard. Maar deze liefde van Walt voor zijn broer was er gewoon. Ook na al die jaren afwezigheid. Ook als het betekent dat hij Hunter, voor wie hij een vader was geworden, weer los moet laten.
Wat blijft onbewust bestaan en welke momenten worden wezenlijke momenten in je leven? Wezenlijke momenten zijn niet af te dwingen: ze overkomen je en het hadden ook andere momenten kunnen zijn. Je kunt je leven niet opnieuw leven om te zien welke andere momenten het hadden kunnen zijn. Je hebt ook geen toegang tot het verleden met een instrument, waarmee je dat verleden kunt aftappen. Maar je kunt wél een film in meerdere levensfases bekijken en afwachten wat voor wezenlijk moment deze nieuwe kijkervaring teweeg zal brengen.

Carolien van Welij (1977) studeerde filosofie en Nederlands. Zij is redacteur van Phronèsis en docent Taalvaardigheid aan de HTF. In 2023 verscheen haar boek Wat denken doet. Als filosofie je leven verandert (ISVW Uitgevers). Aan de Internationale School voor Wijsbegeerte geeft zij de cursusreeks ‘Doorleefde filosofie’, waarin deelnemers een denker op hun schouder nemen en filosofische thema’s toepassen op eigen vraagstukken.
Wat betekent het om, zoals de ambtseed sinds dit jaar luidt, ‘in het belang van de samenleving te werken’? Hoe moet je omgaan met gewetensbezwaren bij het uit te voeren beleid? Waar is er ruimte voor tegenspraak binnen het overheidsapparaat? En wat is daarmee een goede overheid? Met bijdragen van Marcia Luyten, Afshin Ellian en Donald Loose, en een voorwoord van Ilja Leonard Pfeijffer.
Je kunt het boek hier bestellen: https://isvw.nl/product/de-vierde-macht/

Anne-Marie Buis studeerde af aan de Hogeschool voor Toegepaste Filosofie en is tegenwoordig programmamanager van het rijksbrede programma Dialoog & Ethiek. Dit programma beoogt het ethisch vermogen van rijksambtenaren te versterken.
Het Kralenspel is in feite een filosofische onderzoeksmethode, die put uit het socratisch gesprek, de ideeënleer van Plato en (in mindere mate) de deugdenleer van Aristoteles. Jos Kessels heeft het spel bedacht en doorontwikkeld in De jacht op een idee (2009), Spelen met ideeën (2012) en in talloze oefeneningen in organisaties. Het doel: komen tot een idee, een principe of beeld waarmee je verder kunt in een lastige persoonlijke of werksituatie. Het is een onderhoudend spel met speelse en creatieve elementen: dat werd tijdens het toernooi duidelijk. Maar het is tegelijkertijd ook ernst, omdat er iets ‘op het spel’ staat.
Vier niveaus
De methode bevat negen denkstappen, verdeeld over drie niveaus, die volgens Kessels elk een eigen taal hebben: die van de feiten (logos), van het persoonlijke gevoel (pathos) en van de kunst van het bepalen van het juiste midden (ethos). De denkstappen (of ‘plaatsen’: topoi) vormen samen een compacte, samenhangende redenering en leiden tot het richtinggevende idee op het vierde niveau.
Het begint op niveau 1, waar je de situatie beschrijft zoals jij die vanuit de ik-persoon beleeft. Daarna bepaal je in een zin het ‘hittepunt’: Toen (…) voelde ik (…), dacht ik: (…) en deed/wilde ik (…). Vervolgens schets je de ‘ontwikkeling’ van de situatie als er niets zou veranderen en welke vraag daar concreet uit voortkomt.
Dan ga je naar niveau 2, waar je in drie stappen drie persoonlijke facetten onderzoekt: de risico’s en bedreigingen die je vreest (‘buik’), welke strijd je moet en bereid bent te leveren (‘hart’) en welke hogere idealen er op het spel staan (‘hoofd’): de zogenaamde boodschap van de goden die je wordt ingefluisterd. Als het goed is, liggen na het doorlopen van deze eerste zeven stappen de belangrijkste onderdelen van de kwestie op tafel
Creatieve sprong
Op niveau 3 schets je het speelveld (of ‘spanningsveld’) van de belangrijkste twee polen waarbinnen het oplossing van de kwestie zich afspeelt. Als kralenspelspeler formuleer op je dit niveau wat te weinig of te passief (‘klein’) is en wat te veel of te uitbundig (‘groot’) is. Beide extremen zijn niet realistisch en niet moreel te verantwoorden. Je formuleert, in mythologische termen, de Scylla en Charybdis waartussen je moet laveren. Vanuit deze tegenstelling moet je de creatieve sprong gaan maken naar een synthese: naar niveau 4. Op dit niveau formuleer je het idee waarmee je verder komt. Welke vorm dit idee heeft, is open, maar poëtische of beeldende taal werkt vaak goed.
In schema:
Niveau 4 (visie) - Idee
Niveau 3 (polen) - klein / groot
Niveau 2 (persoon) - buik / hart / hoofd
Niveau 1 (feiten) - situatie / hittepunt / ontwikkeling vraag
Winnaar
Als je het kralenspel goed wilt spelen, is het belangrijk er echt de tijd voor te nemen, zodat je per denkstap tot korte, kernachtige zinnen komt. Maar ook dat alle formuleringen samen één geheel vormen. Dit is ook wat de jury van het kralenspeltoernooi expliciet beoordeelde. Met behulp van het kralenspel kun je in korte tijd tot een mooi uitgewerkt idee komen. Dat bleek ook tijdens het toernooi, waar Iris Linssen, werkzaam als beleidsmedewerker bij het Ministerie van Justitie, als winnaar uit de bus kwam. Haar idee ging over het tonen van jezelf in een ingewikkelde familierelatie, waar een hiërarchische grens een rol speelde. Ze was naar het toernooi gekomen als toehoorder, maar werd toch verleid om een volledig spel uit te werken en ‘s avonds te presenteren.
Liefdevol aanrommelen
Andere inzendingen gingen over grenzen stellen in andere situaties. Bijvoorbeeld bij het in toom houden van een drukke klas, bij het je al dan niet bemoeien met het liefdesleven van een kind, bij het vast willen houden aan de kernactiviteit van een grote onderneming.
Zelf had ik - ook wat schoorvoetend, omdat ook ik eerst de kat uit de boom wilde kijken - een kralenspel uitgewerkt over opvoeden. Hoe weet je nu of je genoeg grenzen stelt bij een zeurende peuter? Wanneer en op basis waarvan zeg je: tot hier en niet verder? Je bent bang dat je door te toegeeflijk te zijn een kind niet goed voorbereidt op een wereld die dat niet is. Maar je wilt ook geen eindeloze discussies over elk grensje. Ik kwam uit op een beeld van liefdevol aanrommelen met een klein aantal duidelijke grenzen. Dit beeld kan mogelijk nog kernachtiger geformuleerd worden, maar er zit beweging in mijn denken hierover.

Paul Teule (1981) studeerde filosofie en economie en doceert bij de UvA en de HTF, waar hij ook directeur Onderwijs is. Hij is redacteur van Phronèsis en (acquirerend) redacteur van De Nederlandse Boekengids.
Miriam Rasch deelt haar interesse in luisteren met andere filosofen, zoals Naomi Kloosterboer, Marlou van Paridon en Bart Brandsma, maar bespreekt ook vele niet-filosofen, zoals de natuurkundige David Bohm en psychotherapeut Estelle Frankel. Het is verrassend wat allemaal gekoppeld kan worden aan het werkwoord ‘luisteren’: empathisch luisteren, leeg luisteren, retorisch luisteren, techno luisteren en luisteren met het derde oor. Maar verwacht in het boek Luisteroefeningen. Over aandacht en ontvankelijkheid geen stappenplannen of werkvormen. Het is eerder een verslaglegging van de oefeningen die Rasch zelf uitgevoerd heeft, aangevuld met filosofische inzichten op verbonden thema’s. Het is een boek om in korte delen te lezen. Het nodigt uit om zelf te experimenteren en te ervaren wat je hoort.
Luisterbubbel
Het is interessant om Rasch te volgen in haar ontdekkingstocht en daarmee te verkennen waaraan je oren en hersenen aandacht (kunnen) schenken. Luisteren wordt gepresenteerd als een actie, als verzet, als verbinding. Maar ook als gevaar. Het is een onzichtbare handeling die ‘een brug slaat tussen het ik en de buitenwereld, in het bijzonder de ander’. Met luisteren presenteer je jezelf als getuige en bevestig je de aanwezigheid van de ander. Dit geldt ook andersom, want gemedieerd door technologie kunnen we de aanwezigheid van de ander ontkennen. Koptelefoons leiden tot onverschillig individualisme, doordat we de ander buiten onze luisterbubbel sluiten.
Luisteren gaat over aandacht, aanwezigheid, ontvankelijkheid en keuzes maken. Rasch koppelt het aan kolonialisme en dat roept de vraag op naar wie we wèl luisteren en naar wie of wat niet. In het hoofdstuk over Sprekende Natuur stelt Rasch bijvoorbeeld voor om naar planten en bomen te luisteren, aangezien die immers al langer op aarde zijn dan de mens. Dit vraagt volgens haar om meerstemmig luisteren. Maar hoe luister je naar een plant? De oplossing lijkt te zitten in een combinatie van luisteren en kijken, maar dit volgt niet echt uit het boek. Tegelijkertijd is het wel een relevant en urgent probleem wanneer we dit koppelen aan de juridische rechten voor de natuur. Hoe kunnen we luisteren en dat vervolgens een stem geven?
Hard werken
De verkenning van Rasch is heel open en nieuwsgierig, wat het boek ook te vol en te luid maakt. Af en toe riep het bij mij het beeld op van spaghetti tegen de muur gooien en maar zien wat er blijft hangen. Dat is echter ook wel het interessante, omdat er bij mij verrassend veel bleef hangen. Dankzij het boek realiseer ik mij dat ik mijn gehoor inderdaad onvoldoende aandacht geef. Het visuele is niet alleen dominant in onze cultuur, maar ook in mijn taal en denken. Luisteren is hard werken en het lezen van dit boek ook. Als boek om de dag mee te beginnen, een paar pagina’s per dag, is het zeker de aandacht waard.

Marion Smit studeert sinds 2021 bij de HTF. Ze is vooral geïnteresseerd in filosofische werkvormen, organisatiefilosofie en praktische ethiek. In Tilburg leidt ze een filosofische gespreksgroep als stage. Daarnaast werkt ze bij de HvA als onderzoeker naar onafhankelijk intern toezicht. Haar huis is goed geïsoleerd met stapels gelezen en te lezen boeken, maar het liefst leest ze haar eigen boeken. Helaas moet ze die nog schrijven. Ter compensatie redigeert ze andermans schrijfwerk.
Is Nederland een armlastige economie waarin we flink moeten snijden in uitgaven? Allerminst. Niet alleen staat ons land in een lijst van 190 landen op de fraaie 16e positie van rijkste landen ter wereld (1). Gemeten in koopkrachtpariteit zijn we zelfs nummer 4 op de wereldlijst (2). Bovendien was er aan het eind van 2023 een bedrag van €13 miljard over ten opzichte van de begroting, aangeduid met de fraaie term ‘onderuitputting’(3). Geld genoeg dus, maar een goede verdeling is een andere kwestie.
De prijs van onderwijs
Het is maar de vraag of de voorgenomen bezuinigingen op OCW noodzakelijk zijn. Sterker, Nederland schiet zichzelf op meerdere manieren in de voet als het op onderwijs gaat bezuinigen. Wat echter wel een goed idee zou zijn, is om eens kritisch te kijken naar de huidige geldstromen in het onderwijs. Want - en hier volgt een ongemakkelijke waarheid - binnen het onderwijs is er heel erg veel geld. Dat geld wordt alleen niet altijd erg slim besteed. Voor wie zich hier eens in wil verdiepen: het onderzoeksplatform Follow The Money (FTM) heeft een lopend dossier ‘De prijs van ons onderwijs’(4). De artikelen op dit platform geven een onprettig inkijkje in onder meer: erg ruime beloningen van een aantal schoolbestuurders, het oppotten van geld voor prestigieuze bouwprojecten, het inhuren van prijzige externen in plaats van investeren in eigen personeel, en het aanschaffen van duur maar niet duurzaam lesmateriaal. Op FTM vind je ook meer informatie over de in de jaren ’90 ingevoerde lumpsum-bekostiging van het onderwijs, die kortweg op het volgende neerkomt: elke school ontvangt een zak met geld, gebaseerd op het aantal leerlingen, die het schoolbestuur min of meer vrij mag besteden. Het is een fascinerende wereld, die onderwijsfinanciering.
Miljoenennota
De bezuinigingen op OCW die nu in de miljoenennota staan (5), gaan helaas niet over minder bestuurderssalarissen volgens de Balkenendenorm, minder inhuur van dure adviesbureaus en andere externen, slimmer inkopen van lesmateriaal en duurzamere bouw. Nee, de voorgenomen bezuinigingen gaan over het ontmoedigen van buitenlandse studenten, het afschaffen van brede brugklassen, het compenseren van de verhoging van de btw op leermiddelen (een nogal ingewikkelde constructie: eerst de btw verhogen en vervolgens compenseren), het afschaffen van de maatschappelijke diensttijd en het beëindigen van de ‘functiemix Randstad’. Verder gaat de langstudeerboete gewoon door en wordt er fors gesneden in wetenschappelijk onderzoek.
Zaken die essentieel zijn voor goed onderwijs en behoud van arbeidsproductiviteit worden nu wegbezuinigd, terwijl er genoeg geld is.
Arbeidsproductiviteit
In het economievakblad ESB verscheen in augustus 2024 een artikel (6) over de teruglopende arbeidsproductiviteit in Nederland. Die arbeidsproductiviteit is de toegevoegde waarde die ons werk oplevert. Wanneer de arbeidsproductiviteit terugloopt, moet je meer uren werken om dezelfde opbrengst te behalen. In een vergrijzend land met hoge zorgkosten en daarnaast de nodige uitdagingen op onder meer defensie-, klimaat- en energiegebied, is dit op termijn erg problematisch. Volgens de auteurs van het artikel, de economen Baarsma en d'Orey Neves, is onderwijs een van de belangrijkste instrumenten om je arbeidsproductiviteit op peil te houden. Hieronder drie veelbetekenende citaten uit het artikel:
“Onderwijs leidt tot meer kennis en vaardigheden van de beroepsbevolking en is essentieel voor het genereren, verspreiden en implementeren van nieuwe technologieën in de economie.”
“We zien dat de lagere arbeidsproductiviteitsgroei in het afgelopen decennium mede het gevolg is van een verschuiving van werkgelegenheid van hoogproductieve sectoren als de telecom en chemie naar laagproductieve sectoren als horeca, schoonmaak, uitzendbureaus en andere zakelijke dienstverlening.”
“Tot slot meten we innovatie, die, door bij te dragen aan de ontwikkeling van nieuwe technologieën om routinematige en repetitieve taken over te nemen, ruimte creëert voor werknemers om zich te richten op meer rendabelere activiteiten zoals complexere taken.”
De basis op orde
Ik ben geen econoom en beslist niet volledig op de hoogte van hoe ons geld stroomt. Ik ben wél filosoof en daarom denk ik na, niet alleen over hoe mensen en materialen het beste ingezet kunnen worden, maar vooral ook over hoe we tot een definitie kunnen komen van wat ‘het beste’ is. En juist hier vallen de grootste gaten in alle discussies over bezuinigingen. Want praten over bezuinigen moet niet de openingszet zijn van het gesprek, maar het sluitstuk. Waar je mee begint, is definiëren van wat essentieel is. Zaken die essentieel zijn voor goed onderwijs en behoud van arbeidsproductiviteit (en dus een gevulde schatkist), worden nu wegbezuinigd, terwijl er genoeg geld is. Andere kostenposten, die niet bijdragen aan een beter onderwijsrendement, blijven ongemoeid.
De basis op orde is een inmiddels gevleugelde term voor de vakken lezen, schrijven en rekenen. Maar ‘de basis op orde’ moet ook het uitgangspunt zijn voor de hele onderwijsfinanciering. Pas dan weet je waar je moet investeren, en waar je op kunt bezuinigen.

Wilma Mulder is auteur en eigenaar van uitgeverij Taleswapper. Ze maakt spellen, boeken en educatieve materialen gericht op ontmoeting en dialoog. Wilma studeerde bij de HTF, hoofdrichting Onderwijs, met speciale aandacht voor burgerschap en Bildung.
Voetnoten:
1. Richest Countries in the World 2024 - Global Finance Magazine
2. List of countries by GDP (PPP) per capita
3. Inkomsten en uitgaven - Verantwoordingsdag (Rijksoverheid.nl)
4. ‘De prijs van ons onderwijs’ - Follow the Money - Platform voor onderzoeksjournalistiek
5. Onderwijs, Cultuur en Wetenschap | Ministerie van Financiën - Rijksoverheid
6. ‘Onderwijs belangrijkste determinant van groei arbeidsproductiviteit’ - ESB
“Om meteen maar wat zorgen weg te nemen: dit boek draait niet om werkelijk ‘domme’ mensen,” zo valt Schimmelpenninck met de deur in huis. ‘Domheid’ duidt volgens hem niet op een lage intelligentie - waar je niets aan kunt doen - , maar op een gecultiveerde houding van opzettelijke onwetendheid, waar (juist) intelligente en invloedrijke mensen zich van bedienen. ‘Domrechts’ slaat dan ook niet op PVV-stemmers, die niet intelligent zouden zijn, maar op een radicaal-rechtse politieke stroming, die domheid tactisch inzet. Dom is niet wat je bent, dom is wat je doet.
Maximale ophef
Schimmelpenninck werkt zelfs een schaal uit waarmee je deze vorm van domheid kunt aflezen: hoe meer opzet in het spel is, hoe dommer de persoon in kwestie. Van een beetje onschuldig bluffen of trollen, of nalatig omgaan met de feiten, tot je echt opzettelijk dommer voordoen dan je bent en willens en wetens de waarheid geweld aan doen. Dit gebeurt in de jacht op geld, op likes of op stemmen, en vaak met als doel ons vertrouwen in feiten en instituties te ondermijnen. Hoe dommer een uitspraak, hoe groter de kans dat sociale media-algoritmes het verspreiden. Dit maakt het driedubbel relevant voor filosofen: domheid gaat over kennis, ethiek en politieke filosofie.
Daarom is het voorbeeld van de waarschijnlijk redelijk intelligente rechtsfilosoof Raisa Blommestijn zo typerend. Ze tweette begin vorig jaar dat er nooit problemen waren met vuurwerk, totdat ‘buitenlands tuig’ elkaar en de politie begon te bekogelen. “De oplossing is niet het verbieden van vuurwerk en slopen van een Nederlandse traditie, maar het sluiten van de grenzen,” aldus Blommestijn. Dit is een aantoonbaar onjuiste bewering, die zowel empirisch als statistisch kant nog wal raakt. Maar: Blommestijn weet dat. Ze formuleert haar bewering met opzet zo ‘dom’, zodat er maximale ophef ontstaat en zowel voor- als goedbedoelende tegenstanders deze onzin verder verspreiden.
Makelaars in domheid
De domheid regeert is een knap betoog, maar Schimmelpennincks begripsanalyse gaat soms niet ver genoeg. Hij raadpleegt de etymologie, maar slechts oppervlakkig: ‘dom’ lijkt enerzijds terug te voeren op een zintuiglijk gebrek (zoals ‘stom’), maar daar houdt de analyse op. Terwijl er veel meer te halen valt. ‘dom’ duidt eerst en vooral op niet kunnen spreken, zoals bij het verwante ‘stom’, dat zich gaandeweg deze betekenis heeft toegeëigend. Maar wie verder terugzoekt, ziet een mooie Proto-Indo-Europese betekenis (dewb), die te maken heeft met duisternis of rook en die goed aansluit bij de actievere betekenis die Schimmelpenninck eraan toekent: het optrekken van rookgordijnen.
Een groter probleem van de door Schimmelpenninck gewenste begripsinvulling is dat je een term niet verandert door er een bijvoeglijk naamwoord voor te zetten. Dat domheid opzettelijk is, moet je er steeds bij vermelden, om de ietwat denigrerende invulling van ‘dom’ te vermijden. Schimmelpennincks betoog, dat gericht is op de ‘makelaars’ in domheid (niet de gewone Nederlanders!), zou door de gevoeligheid rond de term ‘dom’ veel lezers kunnen verliezen.
Simpele boerenjongen
Is er een andere term voorhanden? Een kansrijke kandidaat is bullshitten, geënt op het bekende essay On Bullshit (1986) van de Amerikaanse filosoof Harry Frankfurt. Waar een leugenaar de waarheid bewust geweld aandoet, gaat het bij bullshitten om een manier van spreken die zich geheel niet tot de waarheid verhoudt en waarbij de spelregels steeds wordt gewijzigd. Bij Schimmelpennincks ‘domheid’ speelt echter het opzettelijk verdraaien of negeren van feiten een essentiële rol, of iemand nu aan het bullshitten, jij-bakken of trollen is. De voorbeelden van bullshitten die Schimmelpenninck noemt - zoals de beruchte ‘nareis-op-nareis’-uitspraak van VVD-leider Dilan Yeşilgöz - zijn strikt genomen geen bullshit.
Een andere kandidaat zou ‘verdommen’ kunnen zijn (niet te verwarren met ‘verdoemen’). Dumbing down zouden ze in de VS zeggen. Het geijkte voorbeeld is voormalig president George W. Bush, die zich dommer voordeed dan hij was toen hij zich tijdens de verkiezingscampagne van 2000 afzette tegen medekandidaat Al Gore. Bush was een rijke en hoogopgeleide presidentszoon maar deed zich voor als simpele boerenjongen met een Texaans accent, om ‘volkser’ over te komen. Maar dumbing down is ook maar een van de strategieën van Schimmelpennincks opzettelijke domheid en dekt dus ook niet de hele lading.
Hoe dan ook, Schimmelpenninck legt wel een goede basis om verder over ‘domheid’ te filosoferen. En tactisch gezien is het intact laten van ‘domheid’, met alle risico’s waarvan Schimmelpenninck zich bewust van is, een slimme zet. De domheid regeert staat al weken lang hoog in de Bestseller 60.

Paul Teule (1981) studeerde filosofie en economie en doceert bij de UvA en de HTF, waar hij ook directeur Onderwijs is. Hij is redacteur van Phronèsis en (acquirerend) redacteur van De Nederlandse Boekengids.

De Hogeschool voor Toegepaste Filosofie (HTF) biedt de eerste hbo-bachelor en hbo-master Toegepaste Filosofie in Nederland aan.