info@hogeschoolvoortoegepastefilosofie.nl
+31(0)85 8769712
Contact

Helaas betreft het een stoffig document, waarin zaken staan als: ‘de docent analyseert maatschappelijke veranderingen op primair, secundair en tertiair niveau’ en ‘de docent heeft kennis van relevante politicologische concepten, zoals de gedecentraliseerde eenheidsstaat’.

MORELE RUIMTE

Het kwaliteitskader riep verontwaardiging op bij de vakgroep Onderwijs van de HTF en leidde tot een inhoudelijke discussie over wat Burgerschap eigenlijk is. Over dat omstreden begrip bestond weinig consensus, behalve over één punt: de burgerschapsopvatting die uit het kwaliteitskader spreekt, schiet tekort. In dit artikel doe ik een eerste, persoonlijke poging tot een alternatieve articulatie.

Burgerschap gaat wat mij betreft over het ontwikkelen van een visie op wie je wilt zijn - in relatie tot jezelf, je omgeving en de samenleving. Met andere woorden: het gaat erom dat je je kunt oriënteren in een morele ruimte: een omgeving waarin allerlei morele vraagstukken op je pad komen. Je hebt twee dingen nodig om je te oriënteren in een morele ruimte: 1) een helder beeld van hoe die morele ruimte eruitziet en 2) antwoord op de vraag waar jij jezelf positioneert binnen die morele ruimte. Weten hoe de morele ruimte eruitziet, betekent dat je kennis hebt van welke waarden, normen en belangrijke vraagstukken er spelen in de huidige samenleving. Eenvoudiger gezegd: weten welke morele kwesties er spelen, welke waarden daar botsen en waarom dat ertoe doet. Jezelf positioneren binnen de morele ruimte betekent dat je in toenemende mate leert hoe je je wilt verhouden tot die morele vraagstukken.

Burgerschap gaat over het ontwikkelen van een visie op wie je wilt zijn - in relatie tot jezelf, je omgeving en de samenleving.

RANGORDE VAN WAARDEN

Het oriënteren in de morele ruimte is geen lineair proces, maar veeleer een iteratief proces, waarbij iemand constant beweegt tussen enerzijds kennisnemen van de samenleving en anderzijds hoe je je daartoe wilt verhouden op basis van je eigen rangorde van waarden.

In Autonomie: een zelfhulpgids (2022) illustreert Miriam Rasch hoe dit iteratieve proces goed kan verlopen. Ten eerste is het belangrijk een achterkamer voor jezelf vrij te houden, waarin je vrij en ongestoord kunt nadenken over wat er voor jou wezenlijk toe doet en hoe je daarin wilt handelen. Ten tweede moet je ook regelmatig uit die achterkamer komen om een actieve relatie met de samenleving te onderhouden. Rasch waarschuwt er namelijk voor dat mensen die te lang verblijven in hun achterkamer, vatbaar worden voor manipulatie door giftige algoritmes en deepfakes, die een geloofwaardig maar onjuist beeld van de samenleving laten zien. Met andere woorden: zij verliezen zicht op hoe de morele ruimte eruitziet, waardoor het lastiger wordt zich daarin te oriënteren.

Een andere reden waarom het lastig wordt voor jongeren - en eigenlijk voor alle mensen - om zich te oriënteren in de morele ruimte, is dat zij niet weten waar zij zelf staan. Zij kennen hun eigen rangorde van waarden niet en weten niet met wie zij zich willen verbinden. Mijn ontzetting over het kwaliteitskader moet dan ook in deze richting worden gezocht. Als een docentenprogramma vol wordt gepropt met het correct overbrengen van allerlei sociologische ‘-ismes’, dan wordt de ruimte verkleind waarin docenten het goede gesprek met studenten kunnen voeren over hoe zij zich verhouden tot maatschappelijke normen, waarden en vraagstukken. 

SUBJECTIFICATIE

Onderwijskundig geformuleerd: in het kwaliteitskader van OCW voert het kwalificatiedomein dermate de boventoon dat de subjectificatie naar de achtergrond verdwijnt, terwijl een docent Burgerschap júist moet faciliteren dat studenten woorden leren geven aan hun eigen waarden en leren oefenen met het innemen van, en verantwoordelijkheid nemen voor, een positie.

Het belang van subjectificatie wordt niet alleen onderschreven door een docent die het liefst levenskunst doceert (zoals ondergetekende), maar volgt ook logisch uit het Handboek Burgerschapsonderwijs (2024). Daarin wordt gesteld dat er pas sprake is van een burgerschapsles als deze voldoet aan drie eisen: 1) het aanleren van kennis of vaardigheden, 2) een spanning tussen verschillende waarden en 3) een verkenning van mogelijke oplossingen voor deze spanning.

Door de overmatige nadruk op sociologische ‘-ismes’ voldoet het kwaliteitskader slechts aan de eerste van deze drie voorwaarden, terwijl een opvatting over burgerschap die stelt dat het gaat om het ontwikkelen van een welbepaalde visie op wie je wilt zijn in relatie tot jezelf, de omgeving en de samenleving - waarbij je zowel kennis neemt van het morele landschap als van je eigen rangorde van waarden - aan alle drie de eisen voldoet.

Ruimte maken voor het gesprek waarin studenten leren wie zij willen zijn als burger.

Een les waarin bijvoorbeeld de vraag centraal staat of een school moet faciliteren in een gebedsruimte voor leerlingen, voldoet aan het eerste criterium, omdat studenten kennisnemen van artikel 6 van de Grondwet, dat gaat over vrijheid van godsdienst. De les voldoet ook aan het tweede criterium, omdat er spanningen kunnen bestaan tussen verschillende bevolkingsgroepen en hun rangorde van waarden. Deze les voldoet echter niet noodzakelijk aan het derde criterium; dat gebeurt pas wanneer studenten worden uitgenodigd om gezamenlijk mogelijke handelingsopties te verkennen en hun eigen positie daarin te beargumenteren.

DISCIPLINERING SUBJECT

Het kwaliteitskader van OCW sluit niet noodzakelijk uit dat studenten zich daardoor slechter leren oriënteren in de morele ruimte, want een analyse van een waardenconflict aan de hand van sociologische concepten kan ondersteunend werken bij het innemen van een eigen positie. Het kwaliteitskader staat echter zo bomvol met vakinhoudelijke eisen, dat burgerschap hier veel weg heeft van disciplinering van het subject. We zouden er, als schoolopleiders, verstandiger aan doen om minder te vertrouwen op een uitputtende lijst van vakinhoudelijke eisen en meer ruimte te maken voor het gesprek waarin studenten leren wie zij willen zijn als burger. 

Martijn Janssen (1995) behaalde de master Praktische Filosofie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. De Post-Master tot eerstegraads docent filosofie rondde hij af bij Tilburg University. Zijn filosofische expertise is (meta-)ethiek, wijsgerige antropologie en filosofie van de persoonlijke vorming. Martijn geeft les in filosofie en mediawijsheid aan het Veluws College Walterbosch te Apeldoorn. Bij de HTF is Martijn werkzaam als coördinator van de afstudeerrichting Onderwijs (docentopleiding Filosofie en Burgerschap) en docent.

We doen veel — maar begrijpen we het ook?

De inzichten uit De Staat van het Onderwijs 2026 zijn helder en tegelijk confronterend: burgerschap staat hoog op de agenda, maar blijft in de praktijk vaak achter.

Dat is opmerkelijk. Want scholen doen veel. Projecten, gastlessen, debatten, mentoractiviteiten — het aanbod is breed en vaak met de beste intenties vormgegeven. En toch luidt het oordeel van de inspectie: het onderwijs is vaak onvoldoende doelgericht, samenhangend en doordacht. Hoe kan dat?

Het probleem zit dieper dan uitvoering

Wat opvalt in de analyse van de inspectie, is dat het probleem niet in de eerste plaats ligt bij inzet of motivatie. Scholen werken hard aan burgerschap. Docenten zijn betrokken en zoeken naar manieren om leerlingen voor te bereiden op hun rol in de samenleving. Het probleem zit dieper.

Het gaat niet alleen om wat we doen, maar om wat we begrijpen.

Zonder heldere antwoorden op deze vragen blijft burgerschap kwetsbaar. Het wordt versnipperd, afhankelijk van individuele docenten en moeilijk te evalueren. Activiteiten zijn er genoeg, maar richting en samenhang ontbreken.

We hebben niet méér burgerschap nodig. We hebben beter doordacht burgerschap nodig.

Burgerschap vraagt om denken, niet alleen doen

We leven in een tijd waarin maatschappelijke spanningen toenemen. Polarisatie, identiteitsvraagstukken en complexe morele dilemma’s maken duidelijk dat samenleven geen vanzelfsprekendheid is. Juist daarom kan burgerschapsonderwijs niet beperkt blijven tot kennisoverdracht of losse vaardigheden. Het vraagt om:

Burgerschap is daarmee geen extra onderdeel van het curriculum, maar raakt aan de kern van onderwijs: de vorming van de mens.

De veranderende rol van de docent

Deze verschuiving heeft directe gevolgen voor de rol van de docent. De docent is niet langer uitsluitend kennisoverdrager, maar wordt:

Dat vraagt om andere vaardigheden — en vooral om een andere vorm van professionaliteit. Tegelijkertijd zien we dat veel docenten hier nog weinig opleiding of houvast in hebben gekregen. Dat maakt burgerschapsonderwijs in de praktijk vaak onzeker en zoekend.

Wat vraagt dit van scholen?

Als we de lijn van de inspectie serieus nemen, vraagt dit om een fundamentele versterking van burgerschapsonderwijs. Dat betekent:

Maar bovenal vraagt het om iets wat niet altijd vanzelfsprekend is: de bereidheid om het normatieve gesprek te voeren.

Maar bovenal vraagt het om iets wat niet altijd vanzelfsprekend is: de bereidheid om het normatieve gesprek te voeren. Over wat we waardevol vinden. Over wat we willen doorgeven. Over wat goed samenleven betekent.

Waarom filosofie juist nu relevant wordt

Op dit punt wordt duidelijk waarom filosofie opnieuw aan betekenis wint binnen het onderwijs. Burgerschapsonderwijs gaat niet alleen over kennis (hoe werkt de democratie?) of vaardigheden (hoe voer je een debat?), maar over waarden: Wat is rechtvaardig? Wat betekent vrijheid? Wanneer ben je verantwoordelijk voor een ander? Dat zijn geen technische vragen. Dat zijn normatieve vragen — vragen over wat goed is. Filosofie is bij uitstek het vakgebied dat deze vragen onderzoekt, verdiept en expliciteert.

Burgerschap blijkt niet alleen een didactische of organisatorische uitdaging te zijn, maar vooral een inhoudelijke. Het gaat om vragen die niet eenduidig te beantwoorden zijn, maar wel doordacht moeten worden. Filosofie biedt hiervoor een taal en een methode. Zonder die laag blijft burgerschap oppervlakkig.

De HTF Hogeschool voor Toegepaste Filosofie en het HTF Denkhuis spelen hierop in door onderwijs en professionalisering te ontwikkelen die zich richten op:

Deze benadering richt zich niet op méér activiteiten, maar op meer begrip. Niet op het toevoegen van nieuwe onderdelen, maar op het verdiepen van wat al gebeurt. Van doen naar begrijpen

De conclusie die zich opdringt, is eenvoudig maar wezenlijk:

We hebben niet méér burgerschap nodig. We hebben beter doordacht burgerschap nodig.


#burgerschap #destaatvanhetonderwijs2026 #filosofie #onderwijs #docenten #persoonsvorming

Minister Bruins van OCW heeft zijn akkoord gegeven: de HTF Hogeschool voor Toegepaste Filosofie is officieel bevoegd om het zgn. ZiB-traject voor het vak Burgerschap aan te bieden. En daar zijn we best trots op!

De regeling Zij-instroom-in-Beroep (ZiB) heeft als doelstelling bij te dragen aan de oplossing van het lerarentekort in het po, vo en mbo. De ZiB-regeling faciliteert de opleiding en (bij)scholing van mensen die in het bezit zijn van een bachelor- of masterdiploma en die als leraar in het onderwijs willen gaan werken.

Ook het kabinet Schoof hecht veel waarde aan goed burgerschapsonderwijs. In de onderwijsparagraaf van het op Prinsjesdag gepresenteerde regeerprogramma wordt het belang van de wettelijke burgerschapsopdracht en het toezicht hierop door de Onderwijsinspectie benadrukt:

Heb je interesse in jouw mogelijkheden om binnen 14 maanden (max. 2 jaar) een bevoegdheid Burgerschap te behalen? Neem dan gerust alvast vrijblijvend contact met ons op. 

MEER INFO EN CONTACT

© HTF Hogeschool voor Toegepaste Filosofie (HTF) B.V. 2026
Webdesign: SaffrieDesign
cross
linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram