info@hogeschoolvoortoegepastefilosofie.nl
+31(0)85 8769712
Contact

“Ik had geen idee hoeveel er is, dat niet eens meer in mijn hoofd opkomt om in de schoolgang te doen.” Wat hij bedoelde, ging verder dan zelfbeheersing: hij had geleerd om de gedachte om in die gang te zingen of te dansen, al te onderdrukken vóórdat die kon opkomen. Dat was wat hij zich realiseerde. Het leverde een zinderend klassengesprek op: over disciplinering en vrijheid, en over de vraag of je op school gevormd of vervormd wordt. Sommige lessen blijven nog lang nagalmen in je hoofd, maar deze werd het startpunt van een heel promotieonderzoek.

Bildung, betrokkenheid en burgerschap

Wat gebeurde er in die les? Je zou het zelfinzicht van die jongen kunnen omschrijven als ‘subjectwording’: als een vorm van Bildung, in de zin dat hij zich van zichzelf bewust werd en op zijn eigen morele vormingsproces reflecteerde. Maar er gebeurde tegelijkertijd iets met de groep: van een losse verzameling leerlingen veranderden ze in klasgenoten en lotgenoten, die politieke vragen gingen stellen over de macht die er over ze hen uitgeoefend. Bij deze oefening in toegepaste filosofie raakte Bildung aan burgerschap, maar dan aan een radicaal soort burgerschap, dat noopte om de rechtvaardigheid van de bestaande orde in twijfel te trekken en alternatieven te overwegen. 

In mijn proefschrift heb ik die ongrijpbare en allesbehalve vanzelfsprekende verbinding tussen Bildung en burgerschap onderzocht. In de klassieke traditie van Goethe en Wilhelm von Humboldt was het uitgangspunt dat aandacht voor Bildung vanzelf de juiste burgers zou opleveren. Toen het ideaal rond 2015 een comeback maakte in filosofie en onderwijs, pleitte minister Bussemaker voor ‘Bildung, betrokkenheid en burgerschap’. Bildung kreeg de glans van een utopie voor een post-utopische tijd: een alternatief voor een tijd waarin er zogenaamd geen alternatieven meer waren voor neoliberalisme en rendementsdenken.

Die visie is bijzonder actueel in een tijd waarin extreemrechtse regeringen het onderwijs met de kettingzaag te lijf gaan.

Revolutionaire verandering

Ergens verbaasde dat enthousiasme voor klassieke Bildung, want de kritiek op Goethe en Humboldt was juist dat hun denken zo apolitiek en individualistisch was. Was een meer politiek betrokken vorm van Bildung denkbaar? De grootste verrassing van mijn onderzoek was dat die er rond 1790 al was, maar dat die uit de geschiedenisboeken is geschrapt. Gelijktijdig met Goethe en Humboldt was er sprake van een andere, radicaal-romantische traditie, waarvan de betrokken denkers zijn verguisd en vergeten, omdat ze Bildung verbonden met revolutionaire verandering. Daarmee ging mijn onderzoek vanzelf ook over de (on)denkbaarheid van alternatieven in deze tijd. Want die opmerking over de schoolgang kun je uitvergroten: hoeveel is er dat al niet eens meer in ons opkomt om te denken en te doen in de politiek, in de economie, in de pedagogie, in de geschiedenis van het Bildungsbegrip? 

De ten onrechte vergeten Georg Forster (1754-1794) was een oudere vriend van Humboldt en de bron van veel van diens ideeën over Bildung. Na het uitbreken van de Franse Revolutie traden de verschillen echter duidelijker aan het licht. Humboldt was een edelman en bang zijn privileges te verliezen als het revolutionaire vuur zou overslaan naar Duitsland; Forster had met kapitein Cook de wereld rondgezeild en op Tahiti gezien dat er ook een samenleving mogelijk was zonder schrijnende sociale verschillen. Humboldt vergeleek Bildung met de verstilde metamorfose van een zijderups, die de draad voor zijn cocon vanuit zichzelf spon en later in een vlinder veranderde; Forster merkte op dat dat ideaal van zelfvorming alleen voor een elite was weggelegd in een standensamenleving waarin “onder vele miljoenen rupsen er nauwelijks één in slaagt om zijn metamorfose zelfstandig te voltooien.”

Vrijheid, gelijkheid en solidariteit

Toen hij in 1792 een leidende rol kreeg in een ook al vergeten revolutionair experiment in Mainz, werd hij in Pruisen vogelvrij verklaard. Vrienden als Humboldt verbraken het contact en verbrandden alle brieven. “Laat het aandenken aan Forster in een of andere rommelkamer vergeten worden!” schreef graaf Stolberg, een vriend van Goethe. Tegenwoordig staat Humboldt bekend als de uitvinder van het Bildungsideaal.
In mijn boek betoog ik dat we juist van Forster en andere radicale romantici, zoals Caroline Böhmer en Friedrich Schlegel, kunnen leren hoe Bildung samen kan gaan met burgerschap en het persoonlijke met het politieke. Dat is dan natuurlijk niet de sociaal wenselijke vorm van burgerschap die de overheid tegenwoordig op school wil laten onderwijzen en die vooral van de burgers vraagt om zich naar de bestaande orde te voegen. Of om door meer te ‘participeren’ de kaalslag in de sociale sector op te vangen. Het ging Foster om een burgerschap in de revolutionaire zin van het woord citoyen, dat zich sterk maakt voor vrijheid, gelijkheid en solidariteit.

De eerste hoofdwet van de toegepaste filosofie zou moeten zijn dat filosofische theorieën geen tijdloze waarheden zijn en nooit los kunnen staan van de praktijk.

Engagement

Forster bestreed ook de onderwijsmethoden van zijn tijd, die de geest van het kind als een mechaniekje met repeterende oefeningen in beweging hielden en die het vooral leerden dat het die bewegingen moest volgen, “in plaats van dat het zelf het autonome principe van zijn eigen daden is.” Als het om het onderwijs gaat, loopt er een lijn van dat radicaal-romantische Bildungsdenken naar de revolutionaire, twintigste-eeuwse pedagogie van Célestin Freinet en Paulo Freire. Freire wilde dat de lessen zouden draaien om de vragen en wensen die de leerlingen werkelijk bezig hielden, niet puur om het aanleren van door de docent of de overheid geselecteerde kennis. Net als Forster geloofde Freire bovendien dat Bildung en onderwijs begonnen met het engagement voor een vrije samenleving en tegen de groeiende ongelijkheid en onderdrukking. Onderwijs kon in een verscheurde en ongelijke samenleving nooit neutraal zijn: het hielp ofwel om bestaande vormen van overheersing in stand te houden, ofwel om bij te dragen aan de emancipatie van de mens.

Die visie lijkt me bijzonder actueel in een tijd waarin extreemrechtse regeringen het onderwijs met de kettingzaag te lijf gaan. In Nederland gaat het vooralsnog om ongehoorde en onverdedigbare bezuinigingen op de budgetten, in de Verenigde Staten bovendien om een aanval op de inhoud en op alles waar ook maar een zweem van politiek engagement of emancipatie in doorklinkt.

Lakmoesproef

Hoe moeten universiteiten en hogescholen op die aanval reageren? De bekende Amerikaanse taalkundige Steven Pinker schreef eind mei in NRC dat de aanpak van Trump te ver gaat, maar ook dat de universiteit van Harvard “zich weer ten dienste moet stellen van kennis, niet van sociale rechtvaardigheid”. Wat mij betreft laat de Hogeschool voor Toegepaste Filosofie alleen al door haar naam zien dat dat een schijntegenstelling is. Als de toegepaste filosofie meer is dan een aftreksel van een ‘zuivere’ filosofie, als ze haar eigen bestaansrecht heeft, dan lijkt me dat ze veronderstelt dat de kennis die we al lerende verwerven onherroepelijk verbonden is, of zou moeten zijn, met de morele, sociale, psychologische en politieke vragen waar we mee worstelen of die de realiteit ons stelt. 

De eerste hoofdwet van de toegepaste filosofie zou volgens mij moeten zijn dat filosofische theorieën geen tijdloze waarheden zijn en nooit los kunnen staan van de praktijk. Ze zijn allemaal ooit in praktische situaties ontwikkeld en ze kunnen hun waarde en hun relevantie nergens anders dan in die praktijk bewijzen. Een les of een college is dan ook niet simpelweg een gelegenheid om ‘stof’ over te dragen, maar eerder een practicum waar de lakmoesproef voor elke filosofische gedachte plaatsvindt: wat als je hem toepast op je eigen leven, op je relaties of op de wereld om je heen?

Goed onderwijs

Daarom is goed onderwijs volgens mij nooit terug te brengen tot het verwerven van de vereiste kennis en competenties, maar heeft het altijd betrekking op Bildung en burgerschap, op een kritische reflectie op je eigen ontwikkeling, op de opleiding als instituut met haar eigen disciplinerende macht, op het nieuws, op het klimaat, op de genocide die plaatsvindt en op wat dat alles met elkaar te maken zou kunnen hebben. Aandacht voor die vragen en zorgen maakt een school tot de plaats voor een open en voortgaande dialoog, waarin we onszelf, docenten en studenten, de paradoxale maar cruciale vraag blijven stellen hoeveel er niet eens meer in ons opkomt om te doen, te zeggen of te vragen.

Joris Verheijen is docent filosofie aan een Amsterdams gymnasium en aan de Hogeschool voor Toegepaste Filosofie. Zijn boek Revolutie in de schoolgang. Radicaal-romantische Bildung in en buiten het onderwijs tussen 1789 en nu (Amsterdam University Press, 2025) is de publieksversie van het proefschrift waarop hij cum laude gepromoveerd is.

𝗛𝗼𝗲 𝘇𝗼𝘂 𝗵𝗲𝘁 𝘇𝗶𝗷𝗻 𝗮𝗹𝘀 𝗲𝗲𝗻 𝘀𝗰𝗿𝗶𝗽𝘁𝗶𝗲 𝗻𝗶𝗲𝘁 𝗯𝗲𝗴𝗼𝗻 𝗺𝗲𝘁 𝗱𝗲 𝘃𝗿𝗮𝗮𝗴 ‘𝗵𝗼𝗲 𝗺𝗼𝗲𝘁 𝗵𝗲𝘁?’, 𝗺𝗮𝗮𝗿 𝗺𝗲𝘁: ‘𝘄𝗮𝘁 𝘄𝗶𝗹 𝗷𝗲 𝗹𝗲𝗿𝗲𝗻, 𝘄𝗮𝘁 𝘄𝗶𝗹 𝗷𝗲 𝗹𝗮𝘁𝗲𝗻 𝘇𝗶𝗲𝗻, 𝘄𝗮𝘁 𝘄𝗶𝗹 𝗷𝗲 𝘁𝗲𝘄𝗲𝗲𝗴𝗯𝗿𝗲𝗻𝗴𝗲𝗻?’

In een prikkelend essay in Trouw werpt schrijver en filosoof Doortje Lenders een kritisch licht op hoe we studenten laten afstuderen. Volgens haar is de scriptie te vaak een eenzame, rigide eindproef waarin gehoorzaamheid belangrijker lijkt dan nieuwsgierigheid. Maar het kan ook anders, dat laat ze zien aan de hand van inspirerende voorbeelden.


𝗘𝗻 éé𝗻 𝗱𝗮𝗮𝗿𝘃𝗮𝗻 𝗶𝘀 ‘𝗼𝗻𝘇𝗲’ Niels Witjes.
Niels is docent bij de HTF en docent Nederlands als tweede taal bij het ISK in Arnhem én oud-student van onze hogeschool. Zijn afstuderen aan de master Toegepaste Filosofie deed hij grotendeels in de klas, samen met zijn leerlingen – jongeren uit landen als Syrië, Oekraïne en Eritrea. Hij introduceerde het vak ‘filosoferen’, liet zijn leerlingen nadenken over identiteit, levensvragen en samenleven in een nieuwe samenleving.

Zijn afstuderen was niet alleen een eindpunt, maar een maatschappelijk beginpunt: het ontwikkelen van een filosofische houding in het onderwijs, juist bij een doelgroep die te vaak verkeerd wordt begrepen. Inmiddels deelt hij zijn aanpak ook met collega-docenten, om ruimte te maken voor een meer vragende, reflectieve manier van lesgeven.

Wij zijn trots dat Niels vanuit zijn praktijk het onderwijs én het afstuderen opnieuw betekenis geeft.

𝗪𝗶𝗹 𝗷𝗲 𝗵𝗲𝘁 𝗵𝗲𝗹𝗲 𝗮𝗿𝘁𝗶𝗸𝗲𝗹 𝗹𝗲𝘇𝗲𝗻? (𝗹𝗲𝘁 𝗼𝗽: 𝘀𝘁𝗮𝗮𝘁 𝗮𝗰𝗵𝘁𝗲𝗿 𝗯𝗲𝘁𝗮𝗮𝗹𝗺𝘂𝘂𝗿):
https://lnkd.in/ezz-uCDP

Hieronder het fragment uit het artikel in Trouw over Niels Witjes.

Goede studenten schrijven geen scripties

Een scriptie schrijven is te vaak een hachelijke onderneming die studenten tot wanhoop drijft, vindt Doortje Lenders. Na haar afstuderen zat ze een week lang met migraine op de bank. Kan dat niet anders? (Ja dus.) Tekst: Doortje Lenders

Met mijn afstudeerscriptie voldeed ik precies aan de verwachtingen. Ik heb hem keurig op tijd ingeleverd, mede doordat ik geen millimeter ben afgeweken van de duidelijk afgebakende onderzoeksvraag. Ik heb er geen uurtje slaap om gemist: driekwart jaar lang zat ik iedere werkdag om negen uur klaar achter mijn bureau en om stipt vijf uur klapte ik mijn laptop dicht. Ik heb er de volmaakte hoeveelheid energie in gestoken, want de 7,5 die ik ervoor kreeg, zorgde dat ik op de komma nauwkeurig cum laude kon afstuderen.

Maar, alle perfectie ten spijt: leuk was het niet. Na mijn afstuderen heb ik een week met migraine op de bank gezeten en sindsdien heb ik zo min mogelijk aan mijn scriptie gedacht. De zeldzame keren dat ik het document boven water moest halen voor een geïnteresseerde opdrachtgever of een betrokken familielid, kwam er een onmiskenbare vlaag van misselijkheid langs. “Heel misschien zet ik het ergens op een harde schijf”, zei een vriend laatst, die op dit moment bezig is met een verwoede tweede poging voor zijn masterscriptie. “Maar het moet zo snel mogelijk van mijn computer af.”

Een scriptie schrijven voelt vaak alsof je door de woestijn strompelt op zoek naar de eindstreep, die iemand op een willekeurige plek met een stok in het zand heeft getekend. Veel studenten blijven wanhopig in cirkels lopen. Maar zelfs als het lukt om de enormiteit, uitzichtloosheid en eenzaamheid van de hele onderneming het hoofd te bieden, is het een barre tocht die je uitgeput en dorstig achterlaat. Kan dat niet anders?

Niels Witjes (42),
docent Nederlands als tweede taal op het ISK in Arnhem

Niels Witjes rondde in september zijn master toegepaste filosofie af aan de Hogeschool voor Toegepaste Filosofie in Utrecht. Dat deed hij vooral door voor de klas te staan. Witjes introduceerde het vak filosoferen in twee internationale schakelklassen op het ISK in Arnhem. Een jaar lang gaf hij daar twee uur per week les.

Zijn leerlingen: kinderen van 12 tot 17 jaar, afkomstig uit landen als Oekraïne, Syrië, Afghanistan en Eritrea. “Een doelgroep die in de media en door de politiek vaak wordt neergezet als problematisch”, stelt Witjes, die eerder lesgaf op het vmbo. Het tegenovergestelde bleek waar: leerlingen hadden respect voor docenten, waren gemotiveerd en er heerste rust in de klas. “Heel anders dan ik gewend was.”

Het zette Witjes aan het denken: hoe kan die beeldvorming zo afwijken? Zijn analyse: er is geen contact meer tussen verschillende groepen mensen, zoals PVV-stemmers en kinderen die bij mij in de klas zitten. “Het verdwijnen van een publieke ruimte waar mensen elkaar fysiek ontmoeten is een groot probleem. Wat rest is het beeld uit je eigen socialemediabubbel.”

Witjes besloot de leerlingen vaardigheden te leren om in gesprek met ‘de ander’ te gaan. Hoe stel je een goede vraag? Is je mening voorzien van een argument? Ook werd gesproken over identiteit. “Belangrijk voor elke puber, maar zeker voor deze leerlingen, omdat zij uit hun cultuur zijn gerukt.” Thema’s als geloof, dood, verliefdheid, vriendschap kwamen voorbij. “Net als de vraag: wat neem je mee van jezelf naar Nederland?”

Inmiddels geeft Witjes ook workshops aan mededocenten. “Zodat die Socratische houding deel gaat uitmaken van het lesgeven; een vragende houding tegenover leerlingen. Onderwijs gaat niet alleen over het overdragen van kennis, ook over zelfontwikkeling.” Hij hoopt dat leerlingen zich door zijn lessen gesterkt voelen om mee te praten in de maatschappij. “In buurtraden, op scholen, gemeenteraden en misschien later in de nationale politiek.”

Bart Collard en Floris van den Berg gaan namens De Vrije Gedachte in gesprek met Jos Kessels. Kessels (net als van den Berg docent bij de HTF) schreef het recentelijk het bij Boom uitgegeven boek In Vorm Komen: Handboek Praktische Filosofie.

Persoonlijkheid is een belangrijke voorspeller van sociaaleconomische uitkomsten, zoals je schoolloopbaan, de kans op een baan en het loon dat je gaat verdienen, aldus onderzoek van het Centraal Planbureau. Om die reden vinden we dat persoonlijke ontwikkeling van studenten aandacht verdient in het onderwijs. Daarom bieden wij onze studenten de mogelijkheid om, in het kader van hun voorbereiding op stage en beroep, actief met persoonsvorming aan de slag te gaan.

𝗢𝗻𝘁𝘄𝗶𝗸𝗸𝗲𝗹 𝗷𝗲 𝘇𝗲𝗹𝗳𝗯𝗲𝗲𝗹𝗱 𝘁𝗶𝗷𝗱𝗲𝗻𝘀 𝗱𝗲 𝗣𝗘𝗣-𝗰𝘂𝗿𝘀𝘂𝘀 𝗼𝗽 𝟰 𝗲𝗻 𝟱 𝗮𝗽𝗿𝗶𝗹!

Persoonlijkheid voorspelt succes op school, werk en meer – sterker nog, het kan minder sterke cognitieve vaardigheden compenseren. Met filosofische inzichten van o.a. Taylor en Foucault én praktische oefeningen ontdek je hoe je beperkende overtuigingen omzet in kracht. Je leert je zelfbeeld te sturen en doelen te bereiken.

De training is geschikt voor geïnteresseerden die hun persoonlijke en professionele vaardigheden willen verbeteren De training richt zich op persoonlijke  ontwikkeling en is hierdoor geschikt geschikt voor een brede doelgroep, van student, young professional, tot senior professional. 

𝗗𝗮𝘁𝗮: 4 & 5 april 2025

𝗟𝗼𝗰𝗮𝘁𝗶𝗲: Newtonlaan 115, Utrecht

𝗞𝗼𝘀𝘁𝗲𝗻: €425,- (€100,- voor HTF-studenten, incl. lunch)

𝗟𝗲𝗲𝘀 𝗵𝗶𝗲𝗿 𝗺𝗲𝗲𝗿 𝗼𝘃𝗲𝗿 𝗱𝗲 𝗣𝗘𝗣-𝗰𝘂𝗿𝘀𝘂𝘀: https://hogeschoolvoortoegepastefilosofie.nl/.../overig.../

𝗢𝗳 𝘀𝗰𝗵𝗿𝗶𝗷𝗳 𝗷𝗲 𝗺𝗲𝘁𝗲𝗲𝗻 𝗶𝗻!

https://form.123formbuilder.com/1805282/aanmelding-pep

#PersoonlijkeOntwikkeling#PEPcursus#Zelfbeeld

Minister Bruins van OCW heeft zijn akkoord gegeven: de HTF Hogeschool voor Toegepaste Filosofie is officieel bevoegd om het zgn. ZiB-traject voor het vak Burgerschap aan te bieden. En daar zijn we best trots op!

De regeling Zij-instroom-in-Beroep (ZiB) heeft als doelstelling bij te dragen aan de oplossing van het lerarentekort in het po, vo en mbo. De ZiB-regeling faciliteert de opleiding en (bij)scholing van mensen die in het bezit zijn van een bachelor- of masterdiploma en die als leraar in het onderwijs willen gaan werken.

Ook het kabinet Schoof hecht veel waarde aan goed burgerschapsonderwijs. In de onderwijsparagraaf van het op Prinsjesdag gepresenteerde regeerprogramma wordt het belang van de wettelijke burgerschapsopdracht en het toezicht hierop door de Onderwijsinspectie benadrukt:

Heb je interesse in jouw mogelijkheden om binnen 14 maanden (max. 2 jaar) een bevoegdheid Burgerschap te behalen? Neem dan gerust alvast vrijblijvend contact met ons op. 

MEER INFO EN CONTACT

Op woensdagavond 5 juni kwamen de eerstejaars samen met hun mentor Charly Bos om de kunst van het debatteren te oefenen. Ze stonden in twee rijtjes opgesteld: voor en tegen de prikkelende stelling "Moeten er aparte scholen komen voor slimme kinderen?"

De studenten brachten argumenten naar voren, wisselden van rij na elk argument, en moesten zo steeds van standpunt veranderen. Vragen zoals "Wat is slim?" en "Waarom zijn er überhaupt nog scholen?" zorgden voor levendige standpunten die soms van hort naar her gingen.

Het was een enorm leuke en leerzame avond. Iedereen hield zich goed staande. Debatteren kun je leren!

© HTF Hogeschool voor Toegepaste Filosofie (HTF) B.V. 2025
Webdesign: SaffrieDesign
cross
linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram