Praktische filosofie beoefenen vergt, naast kennis en een creatieve blik met betrekking tot inzetbaarheid, óók een levenshouding. In deze bijdrage ga ik in op de manier waarop je je positioneert. De manier waarop je je laat gelden, dient bepaald te worden door de kwestie en niet door je ego.
In de juiste proportie in de wereld zijn: voor ons dagelijks werk? Ja, we doen het voortdurend maar die ‘juiste proportie’ impliceert ook dat het niet gemakkelijk is. Een paar vaardigheden zijn onontbeerlijk: verplaatsing, analytisch vermogen, het kunnen zien van gehelen, zelfreflectie en een uitgekristalliseerde identiteit.
In elk vraagstuk vallen belangen te onderkennen, vaak van meer belanghebbenden dan je in eerste instantie zou denken. De belangen van de minst ‘stemhebbenden’ vallen snel buiten beeld; je kunt daarbij denken aan de kinderen, natuur, huisdieren, de kinderen van de toekomst. Om te komen tot een evenwichtige afweging van de verschillende belangen in een vraagstuk, is het verhelderend ze te ordenen in een speelveld. Dat kan op twee manieren: een maatstaf bedenken en daarmee ordenen. Of je draait het om: je ordent, eventueel op meerdere manieren en bedenkt hoe je het ordeningsprincipe zou noemen dat je klaarblijkelijk gehanteerd hebt. In beide gevallen krijg je zicht op een logica met betrekking tot de kwestie. Op zichzelf al zeer verhelderend!
Vervolgens kan je jezelf in deze kwestie gaan plaatsen: waar plaats je je eigenbelang in deze zaak? En: welke waarde moet in de kwestie centraal staan? Wanneer je je hierover gebogen hebt, is het goed om je af te vragen welke waarden er aan andere belangen dan de jouwe te koppelen zijn. Op deze manier maak je het geheel zichtbaar. En pas dan is denken over rechtvaardigheid mogelijk, aldus Aristoteles. Dit geheel is op een bijzondere manier zichtbaar gemaakt: 1) de afzonderlijke bestanddelen, in de vorm van belangen en waarden, hebben een naam en een positie gekregen, 2) de samenhang van de bestanddelen is eveneens zichtbaar geworden, zowel in de naam van de maatstaf als in de ordening zelf.
Op basis van je inzicht in het geheel, de bestanddelen en de ruimte daartussen, de samenhang en de vormgevende kracht die daarvan uitgaat, kan een met argumenten onderbouwde keuze worden gemaakt. Dat is rechtvaardigheid. Rechtvaardigheid is op deze wijze geen abstractie maar een gekwalificeerde actie, waarin het juiste midden gevonden wordt aan de hand van de gehanteerde maatstaf. Daarmee wordt rechtvaardigheid ook toegankelijk voor een waarden-gericht gesprek over andere maatstaven, een andere waarden-hiërarchie, andere keuzes.
Natuurlijk is deze wijze van een vraagstuk analyseren niet gemakkelijk. Het is een onderzoek van bestanddelen én van samenhang. Het onderzoek van de bestanddelen zorgt voor een dieper inzicht in de essentie van de samenhang, tot een inzicht in de samenhang die gebaseerd is op waarden. Pas op grond van een dergelijke samenhang kan zinvol gereflecteerd worden over rechtvaardigheid. Er zit in deze operatie een belangrijke psychologische en maatschappelijke vaardigheid verstopt: verplaatsing. Werkelijke verplaatsing is het vermogen om je in de schoenen van een ander te verplaatsen, met het voelen van diens last op je eigen schouders, het ervaren van de positie van de ander. Dit met behoud van je eigen denkvermogen.
Cruciaal in dit proces is, naast verplaatsing, het kunnen reflecteren op je eigen positie: hoeveel ruimte verdient je eigenbelang als je de ordening van het speelveld overziet? En ook: kun je het hebben om een toontje lager te zingen als je je eigenbelang afweegt tegen dat van anderen? Kun je het hebben als het geformuleerde juiste midden wel leidt tot rechtvaardigheid, maar niet noodzakelijk tot behartiging van je eigenbelang? Voel je je een sukkel als je een stapje opzij doet om ruimte te maken voor dat juiste midden, de belangen van anderen? Zo ja: hoe zit dat sukkel-voelen in elkaar? Welk achterstallig onderhoud in het doordenken van je verleden wordt daarin zichtbaar? Is je eigen identiteit gebaseerd op het werkelijk doordenken van je opvoeding, je geschiedenis, je opleiding, en de bijbehorende oogkleppen? Kan je die identiteit op een reële manier positioneren ten opzichte van identiteiten van de anderen die in de kwestie een rol spelen?
Pas als het bovenstaande in orde is, kom je toe aan het maat geven aan je ego. Kan het harmonica-element van je ego door duwen of trekken z’n juiste positie krijgen? Laat je van je horen? Zo ja, met welke toon? En vooral: welk belang stel je centraal? Ben je bereid je welsprekendheid te gebruiken om het juiste midden te laten klinken, in het licht van het geheel?
Steeds weer de (ego-)maat vinden is een balans vinden tussen de claims van de (onder)buik, het hoofd en het hart. En van de belangen van het geheel, van alle in de kwestie aanwezige belangen. Het is moeilijk en belangrijk, en voor een mooiere wereld van grote betekenis.
Rubriek: TECHNÈ - Methoden en technieken in de Toegepaste Filosofie
Onder technè verstonden de oude Grieken: ‘kennis die nodig is voor effectieve actie’. In deze rubriek besteden we systematisch aandacht aan toegepast-filosofische methoden en technieken. Kenmerkend voor deze technieken is dat ze in een professionele context toegepast en geoefend kunnen worden.

Luuk Stegmann is klinisch psycholoog en psychotherapeut. Sinds 2012 is hij hoofddocent van de beroepsopleiding Visieontwikkeling en Rechtvaardig Leiderschap van de ISVW. Hij is mederedacteur van Hoog Spel, Filosoferen in de praktijk.
Lees meer over de studiekosten van de verschillende opleidingen van de HTF
Lees hier meer over de toelatingseisen van de HTF

De Hogeschool voor Toegepaste Filosofie (HTF) biedt de eerste hbo-bachelor en hbo-master Toegepaste Filosofie in Nederland aan.