info@hogeschoolvoortoegepastefilosofie.nl
+31(0)85 8769712
Contact
Ga terug naar overzicht
Auteur: Isa Wissink
Datum: 10 augustus 2026
Rubriek: Toegepast in Onderwijs

De filosofische canon en het schoolcurriculum: de meerwaarde van diversiteit

Twee jaar geleden stond ik op de open dag van de middelbare school waar ik toentertijd werkte. In het filosofielokaal stonden veel boeken, aan de muur hingen tekeningen van de ziel gemaakt door eersteklassers, en er stond een LEGO-versie van het trolleyprobleem. Op zo’n open dag hoor je natuurlijk de kinderen aan te spreken en probeer je als docent filosofie potentiële leerlingen ervan te overtuigen dat filosofie het kiezen waard is. Maar een groot deel van de tijd sta je ouders te woord. Eén zo’n ouder, een vrouw, keek op van een opengeslagen lesboek en vroeg kortaf: ‘Waar zijn de vrouwen?’

Een beetje beduusd gaf ik antwoord: dat er in oudere filosofieboeken inderdaad weinig tot geen vrouwen worden behandeld, maar dat er zeker wel vrouwelijke filosofen aan bod komen in mijn lessen en dat ons curriculum echt niet beperkt blijft tot de ‘dode witte mannen’, waar de laatste tijd in bepaalde kringen zoveel gedoe om is. Ik vermeldde niet dat slechts een van de vier filosofiedocenten op deze school een man was; het leek op dat moment niet relevant. Hoewel ze haar vraag wellicht anders had kunnen verwoorden, roerde zij er een kwestie mee aan waar het filosofieonderwijs - en de filosofische gemeenschap als geheel - zich al een tijd mee bezig houdt.

DODE WITTE MANNEN

Het ‘dode witte mannen’-fenomeen is niet exclusief voor de filosofie. Het idee is dat de nadruk van wat wij tot ons nemen - cultureel, literair, academisch - voornamelijk op ‘dode witte mannen’ ligt: te veel W.F. Hermans en Harry Mulisch, te weinig Hella Haasse en Anton de Kom. Hier heb je als individu uiteraard een zekere invloed op. Zo kan een leerling kiezen om zoveel mogelijk vrouwelijke auteurs voor haar lijst te lezen, of enkel verslagen te schrijven over Chinese filosofie. Als we echter kijken naar het curriculum, in dit geval naar het filosofiecurriculum, valt er wel wat op te merken.

In harde cijfers uitgedrukt: het namenregister van Durf te Denken!, het leerlingenboek dat op veel middelbare scholen in de bovenbouw wordt gebruikt, telt zeventien vrouwelijke filosofen. Dat is al een verdubbeling van de eerste versie, maar de verhouding ten opzichte van mannelijke denkers blijft ongeveer één op vijf. De bekende vrouwennamen passeren de revue: De Beauvoir, Arendt, Nussbaum. In de nieuwe editie van 2020 zijn onder anderen Donna Haraway, Sue Donaldson en Philippa Foot uitgelicht (1). Het verschil bij de examenstof voor zowel havo als vwo is iets kleiner, namelijk één op drie.

Het idee is dat de nadruk van wat wij tot ons nemen - cultureel, literair, academisch - voornamelijk op ‘dode witte mannen’ ligt

WAT 'TELT' ALS FILOSOFIE?

Dat er minder vrouwen dan mannen aanwezig zijn in het curriculum van de middelbare school is een feit dat weerspiegeld wordt in de bredere filosofische canon, zeker als we het hebben over de periode voor 1900. Een primaire verklaring voor dit verschijnsel is dat vrouwen in een groot deel van onze geschiedenis simpelweg niet dezelfde toegang hadden tot filosofische kringen. Vaak alleen wanneer zij van hoge komaf waren - zoals Anna Maria van Schurman, Elizabeth van Bohemen (2) - of een relatie hadden met een mannelijke denker - zoals Harriet Taylor Mill, Émilie du Châtelet - hadden zij de mogelijkheid om bij te dragen aan de canon. Dikwijls worden hun namen en ideeën enkel genoemd in relatie tot die van een man. 

Een andere verklaring is dat we strenger lijken te zijn in het beoordelen van wat ‘telt’ als filosofie, als we het hebben over vrouwelijke denkers (3). In sommige gevallen gaat het over het medium: ideeën in brief- of verhaalvorm zouden niet filosofisch genoeg zijn (waarmee we gelijk ook Voltaire, Nietzsche en Sartre zouden moeten uitsluiten). Of vrouwen zouden niet bekend zijn met de ‘gebruikelijke’ methodes waarop filosofie wordt uitgevoerd. Maar wanneer heeft de filosofie zich ooit laten beperken tot wat ‘gebruikelijk’ is? 

METAFORISCHE WEEGSCHAAL

Dat er ‘te weinig’ representatie is van vrouwen binnen de filosofie, is niet te meten. We zouden het curriculum tenietdoen als we, al dan niet willekeurig, een ‘dode witte man’ zouden vervangen door een vrouw, totdat de seksen ongeveer evenredig aanwezig zijn. Hoe ‘genoeg’-representatie eruit ziet, is evenmin vanzelfsprekend. 

Een denker uitsluiten vanwege haar gekozen medium of filosofische methode is natuurlijk onzin. Het is eveneens niet passend om filosofen toe te voegen aan het curriculum puur en alleen omdat ze géén ‘dode witte man’ zijn. Het gaat immers niet om het individu, maar om de kwaliteit van zijn of haar ideeën. Als we alle ideeën dezelfde waarde toeschrijven, zou de filosofische canon vervallen tot een relativistische chaos, die Nietzsche zou doen omdraaien in zijn graf.

Een mogelijke oplossing voor dit probleem is: filosofische ideeën aan kritische reflectie onderwerpen en ze plaatsen op een metaforische weegschaal: hoe verhoudt dit specifieke idee zich tegenover de rest van de canon? Weet het zich in te bedden in een bepaalde filosofische traditie en draagt het daaraan bij? Dit zou de filosofische canon, en daarmee ook het schoolcurriculum, tot een soort meritocratie maken: slechts de beste ideeën blijven over.

De filosofische canon is simpelweg niet objectief samengesteld: ze is niet opgebouwd uit de beste of de meest juiste ideeën.

CANON NIET OBJECTIEF

Als we de afwezigheid van vrouwen in het schoolcurriculum willen aankaarten, zie ik echter twee problemen met de oplossing die ik voorstel, waarbij het voortkomt uit het tweede. Het eerste probleem is een epistemische kwestie: wie weegt namelijk de ideeën? Wat ligt er in de andere schaal van de weegschaal? En wie heeft de weegschaal überhaupt gemaakt? De metafoor gaat hier misschien een beetje ver, maar wat ik ermee probeer te zeggen, is dat we ideeën niet zomaar objectief kunnen wegen. Volgens de Duhem-Quinestelling kunnen we een hypothese, of in dit geval een filosofisch idee, niet controleren zonder ons bewust te zijn van de historische, sociale of culturele context. 

Als we de monadologie van Leibniz of de natuurfilosofie van de presocraten gaan falsifiëren, blijft er waarschijnlijk weinig van over. Toch beginnen filosofiedocenten vaak met Anaximander en Thales. Zelf heb ik het uitgebreid met leerlingen gehad over de vermeende locatie van de ziel volgens Descartes. Dit doen we omdat we begrijpen dat filosofie zich over de afgelopen drieduizend jaar heeft ontwikkeld, dat onze paradigma’s zijn verschoven en dat er een grote kans is dat onze huidige ideeën over honderd jaar weer achterhaald zullen zijn. Dat maakt deze ideeën niet minder waardevol: ze hebben immers bijgedragen aan een eeuwenoude traditie van denken.

De filosofische canon is simpelweg niet objectief samengesteld; ze is niet opgebouwd uit de beste of de meest juiste ideeën. Carlo Ierna, die regelmatig over de geschiedenis van de filosofie schrijft en een gerelateerd vak geeft aan de Vrije Universiteit, stelt: 

Een atlas bevat niet alleen de beste landen en een woordenboek niet alleen de beste woorden, zo hoort ook een overzicht van de geschiedenis van de filosofie niet alleen de beste filosofen te bevatten. De canon is niet representatief voor de historische feiten en kan dus geen leidraad meer zijn. Als we de canon kritisch ter discussie willen kunnen stellen, mogen we de canon zelf niet als criterium gebruiken; dat zou een cirkelredenering zijn. (4)

CANON NIET IN BETON GEGOTEN

De huidige staat van het filosofische curriculum laat al zien dat we de canon regelmatig opnieuw tegen het licht houden. De metafysica van Schopenhauer is nog steeds waardevol; zijn uitspraken over vrouwen zijn zo extreem dat ze hilarisch worden (‘Alleen al de aanblik van het vrouwelijk lichaam leert ons dat de vrouw niet geschikt is voor zware geestelijke of lichamelijke arbeid.’(5)). En dit brengt mij tot mijn volgende vraag en het tweede probleem: het is toch moeilijk voor te stellen dat toevalligerwijs alleen ‘dode witte mannen’ goede ideeën hebben?

Filosofie draait - en hier spreek ik voor mijzelf - niet alleen om de ideeën, maar ook om hoe die ideeën tot stand zijn gekomen. Het standpunt dat de canon in beton gegoten is en niet mag veranderen, verraadt een gebrek aan nieuwsgierigheid naar de perspectieven van groepen die duizenden jaren als de norm werden gezien. Een voorbeeld van de meerwaarde van diversiteit in het curriculum komt uit het handboek Wat maakt de mens? voor het vwo-examen. Een fragment uit Frantz Fanons boek Zwarte huid, witte maskers licht de ideeën van de geleefde ervaring en het Dasein toe vanuit het perspectief van een zwarte man. De tekst is een uitbreiding van de ideeën van Merleau-Ponty, die stelt dat wij gevormd worden door onze ervaringen van de wereld. Fanon voegt daaraan toe dat ook de vooroordelen van anderen op onze persoonsvorming inwerken.

Ierna noemt terecht dat het probleem met de canon, en in het verlengde daarvan het schoolcurriculum, niet is wie er wel in zit, maar juist wie er niet in zit. Voorstanders van meer en betere representatie in het filosofieonderwijs, waar ik er zelf één van ben, zijn niet automatisch tégen het lesgeven over Hobbes of Kant, maar juist vóór het lesgeven over Hypatia en Butler. Hoe dat er in de praktijk uit kan zien, zal ik straks met enkele voorbeelden illustreren.

“De filosofische discussie snakt naar meer filosofen van diverse achtergronden en verschillende manieren van filosoferen.”

ACHTERBLIJVEN OF MEEBEWEGEN

Filosofieprofessoren Jay Garfield en Bryan van Norden gaan nog een stap verder en zeggen dat filosofie als discipline slechts kan overleven wanneer ze de bewuste keuze maakt om te diversifiëren (6). Hun oplossing is, in hun eigen woorden, straightforward. Filosofie als vak wordt nog steeds gezien als het ophemelen van ‘dode witte mannen’; zij die daar vrede mee hebben, moeten daar eerlijk over zijn en moeten dat kunnen onderbouwen. Als zij daar niet toe in staat zijn, hebben ook zij een plicht om het curriculum uit te breiden en verder te kijken dan de mannelijke Europese denker. De leefwereld is mondiaal, de studentenpopulatie divers: filosofie kan achterblijven of meebewegen. Citaat uit een artikel over diversiteit in het schoolcurriculum in De Groene Amsterdammer: “De filosofische discussie snakt naar meer filosofen van diverse achtergronden en verschillende manieren van filosoferen.” (7)

Garfield en Van Norden geven een historisch voorbeeld van de meerwaarde van diversificatie van ideeën door middel van een anekdote over de middeleeuwse denker Thomas van Aquino, die tijdens zijn studies in aanraking kwam met de werken van islamitische filosofen, zoals Ibn Rushd en Ibn Sina. Deze filosofen inspireerden hem om Aristoteles te lezen en hij citeerde uitgebreid uit hun werken. Het uitbreiden van het curriculum op de middeleeuwse universiteiten en het uitwisselen van ideeën tussen culturen droegen positief bij aan filosofische vooruitgang.

We kunnen ervoor kiezen om canonieke teksten te combineren met niet-canonieke teksten. Shklar en Rawls, Mbembe en Foucault, Federici en Marx.

RUIMTE VOOR MEER

Meerdere universiteiten hebben het initiatief genomen om hun filosofiecurriculum te diversifiëren. Ook op het voortgezet onderwijs is er verandering, zeker als je kijkt naar de examenbundels voor havo en vwo. Maar er is ruimte voor meer.

Ten eerste moeten we af van het idee dat filosofie iets is voor oude witte mannen. Elke filosofiedocent krijgt wel eens de opmerking van een leerlingen ‘Hebben alle filosofen grijze baarden?’ Grappig natuurlijk. Maar als we willen dat filosofie een levend vak blijft, moeten we aan onze leerlingen laten zien dat geslacht, afkomst, huidskleur etc. er niet toe doet als het om filosoferen gaat.

De filosoof Muhammad Al-Khalidi suggereert drie opties voor het diversifiëren van de filosofie. We kunnen diversiteit als toetje nemen; als er bijvoorbeeld tijd over is aan het einde van een periode sociale filosofie, plan dan een les in over Judith Shklar. We kunnen ook het hele huidige curriculum schrappen en van voren af aan beginnen, deze keer met een scherper oog voor diversiteit: Shklar in plaats van Rawls. Of we kunnen ervoor kiezen om canonieke teksten te combineren met niet-canonieke teksten. Shklar en Rawls, Mbembe en Foucault, Davis en Marcuse, om maar een paar voorbeelden te noemen.

Deze laatste optie is, wat mij betreft, het meest haalbaar, en eveneens wat ik zelf doe. Uiteraard kost dit tijd, en filosofiedocenten hoeven zich ook niet verplicht te voelen om hun kostbare uren hier aan te besteden. Maar het hoeft ook geen solitaire onderneming te zijn. Leg het voor in de vakgroep, besteed er een heidag aan. Het belangrijkste is dat wij nieuwsgierig blijven naar wat filosofie ons te brengen heeft, voor onszelf en voor onze leerlingen. Ga op ontdekking uit.


(1) Voor de oplettende lezer: is het u opgevallen dat mannelijke filosofen vaker worden aangeduid met enkel hun achternaam dan vrouwelijke filosofen? Wellicht omdat we inschatten dat anderen niet bekend genoeg zijn met hun werk. Hier maak ik mij ook vaak schuldig aan.
(2) Ook bekend om haar briefwisseling met René Descartes.
(3) A.E. Kings, ‘Philosophy’s diversity problem: Understanding the underrepresentation of women and minorities in philosophy,’ Metaphilosophy, nr. 3 (2019).
(4) Carlo Ierna, ‘Andere criteria voor het inleidende vak ‘Moderne Filosofie,’ Spinoza! (juni 2022).
(5) Arthur Schopenhauer, Er is geen vrouw die deugt, vert. Wim Raven (De Arbeiderspers, 1989).
(6) Jay L. Garfield en Bryan W. van Norden, ‘If philosophy won’t diversify, let’s call it what it really is,’ The New York Times, 11 mei 2016, https://www.nytimes.com/2016/05/11/opinion/if-philosophy-wont-diversify-lets-call-it-what-it-really-is.html.
(7)  Heleen Booy en Kiki Varekamp, ‘Diversiteit als toetje,’ De Groene Amsterdammer nr. 35 (september 2021).

Isa Wissink (2000) studeerde filosofie aan Tilburg University. Diens scriptie behandelde Arendts theorie van fictieve werelden en hun rol in de opkomst van het fascisme. Wissink werkt bij Phronèsis als redactielid en geeft les over de Nederlandse rechtsstaat bij ProDemos.

Studiekosten

Lees meer over de studiekosten van de verschillende opleidingen van de HTF

Studiekosten

Toelating

Lees hier meer over de toelatingseisen van de HTF

Toelating

Lees ook deze artikelen

Zoekfunctie

Zoekfunctie

Categorie

Categorie

Publicatiedatum

Publicatiedatum

Artikelsoort

Artikelsoort
© HTF Hogeschool voor Toegepaste Filosofie (HTF) B.V. 2026
Webdesign: SaffrieDesign
crossarrow-left
linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram