info@hogeschoolvoortoegepastefilosofie.nl
+31(0)85 8769712
Contact
Ga terug naar overzicht
Auteur: Paul Teule
Datum: 9 februari 2026
Techné

Het doordenkdartbord

Filosofie is welbeschouwd niets anders dan ‘wat is-ologie’. Wat is nu eigenlijk vriendschap? Wat is leven precies? Wat moeten we verstaan onder democatie? Het is aan de toegepast filosoof om op scholen, bedrijven en andere organisaties ‘vrije ruimte’ (dixit Jos Kessels) te creeëren om echt eens wat langer stil te staan bij een begrip. Een uitstekende methode daarvoor is het ‘doordenkdartbord’. Geschikt voor jong en oud, amateur en professional.

Veel kinderfilosofen beschouwen Twintig denkgereedschappen van de Australische filosoof Philip Cam als een van hun standaardwerken. Een van Cams beginnersoefeningen is wat ik voor het gemak maar even het ‘doordenkdartbord’ noem, dat je met een groep van vijf tot vijftien deelnemers gaat vullen. Het interessante is dat deze oefening zich leent voor elke groep, binnen en buiten het onderwijs, voor jong en oud, overheid en bedrijfsleven, junior medewerkers en directiekamer. Je kunt de moeilijkheidsgraad makkelijk bijstellen. Neem er minimaal een uur de tijd voor.
Belangrijk: stuur als gespreksleider niet op de inhoud.

1. Je neemt een (school)bord of flap en tekent daarop de onderstaande figuur met een witte binnencirkel (het doelwit), met daarin het concept dat je wilt onderzoeken - bijvoorbeeld ‘integer’. Daaromheen schets (en arceer) je een (grijze) tussencirkel voor de twijfelgevallen en daar weer omheen een witte buitenrand voor situaties die zeker niet als integer te kwalificeren zijn. Zorg dat je veel ruimte hebt voor post-its. 

2. Vraag de groep - bijvoorbeeld een groep gemeenteambtenaren - om met concrete voorbeelden te komen van integer handelen, uit de eigen werkpraktijk. Voorbeelden uit een (mede)overheid, vernomen uit de media, mogen ook. Noteer deze op post-its en plak deze op het doelwit. Vraag de deelnemers vervolgens om praktijkvoorbeelden te geven die zonder twijfel als niet-integer handelen moeten worden bestempeld en plaats deze in de buitencirkel.  Vraag daarna om een aantal twijfelgevallen. Als gespreksleider moet je zelf inschatten of er genoeg materiaal verzameld is of dat de deelnemers het aandragen van voorbeelden nog (te) leuk vinden. 

3. Nu ga je de criteria onderzoeken. Ga de aangereikte voorbeelden langs en vraag de deelnemers of deze goed zijn ingedeeld. Bepaal steeds samen wat het criterium is. Onpartijdigheid, objectiviteit, betrouwbaarheid, transparantie, rolvastheid, innerlijk kompas - van alles zal de revue passeren. In deze fase kun je ook post-its verplaatsen, als daar een criterium voor is. Een deelnemer vindt bijvoorbeeld dat een ambtenaar die lekt naar de media alsnog integer kan zijn, als daarmee het algemeen belang wordt gediend of omdat zij vindt dat de eed die ze heeft afgelegd, haar daartoe verplicht. Een ander vindt dat een Haagse wethouder die een horecavergunning aan een campagnedonateur gaf, maar vrijgesproken is door de rechter, toch een twijfelgeval is. In deze fase mogen deelnemers ook tegenvoorbeeld aandragen als deze hen te binnen schieten. 

4. Wanneer de voorbeelden hun (uiteindelijke) plek hebben gevonden en de lijst met criteria ook compleet lijkt te zijn, kun je deze verder onderzoeken. Zo kun je voor elk criterium bepalen of dit: (1) noodzakelijk is voor integer handelen, maar misschien niet voldoende, of (2) voldoende is, maar niet per se noodzakelijk. Je zou ook nog derde categorie kunnen verzinnen van criteria waar veel, maar niet per se alle voorbeelden aan lijken te voldoen. Nog een moeilijkheidsgraad hoger: vormen de criteria een norm waar een voorbeeld wel of niet aan voldoet? Of een spectrum waar je een relatieve score op noteert? Kun je, om een gevleugelde uitspraak van een oud-minister aan te halen, niet ‘een beetje’ integer zijn, zoals je ook niet een beetje zwanger kunt zijn? Wat hier precies uit komt, is ongewis, maar dat betekent niet dat deze verdiepende discussie geen opbrengst heeft. 

5. Na een koffiepauze of sanitaire stop, om weer even op adem te komem en de eigen gedachten te ordenen, kun je als gespreksleider afronden met een open vraag: wat neem je mee uit dit onderzoek? In hoeverre ben je anders tegen integriteit aan gaan kijken? Welke nieuwe vragen blijven hangen? Hoe kijk je nu naar je eigen professionele handelen? Probeer hier ook zelf lessen uit te trekken: hoe heb je dit onderzoek begeleid?

Verder lezen:
Philip Cam. (2020). Twintig denkgereedschappen. Uitgeverij Levendig. 
Nanda van Bodegraven. (2022). ‘Grensgevallen’, in Jos Kessels et al. Hoog spel. ISVW uitgevers, pp. 300-303.

Paul Teule (1981) studeerde filosofie en economie en doceert bij de UvA en de HTF, waar hij ook directeur Onderwijs is. Hij is redacteur van Phronèsis en (acquirerend) redacteur van De Nederlandse Boekengids.

Studiekosten

Lees meer over de studiekosten van de verschillende opleidingen van de HTF

Studiekosten

Toelating

Lees hier meer over de toelatingseisen van de HTF

Toelating

Lees ook deze artikelen

Zoekfunctie

Zoekfunctie

Categorie

Categorie

Publicatiedatum

Publicatiedatum

Artikelsoort

Artikelsoort
© HTF Hogeschool voor Toegepaste Filosofie (HTF) B.V. 2026
Webdesign: SaffrieDesign
crossarrow-left
linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram