In het voorjaar van 2002 ontmoette ik voor het eerst een Russische trol. Het was op de Russische ambassade in Berlijn. Met een groep internationale studenten kreeg ik een rondleiding door het protserige gebouw, vol Stalinistische kitsch, dat in de koude oorlog als uithangbord voor de macht en glorie van het Sovjet-Imperium had gefungeerd.
Toen we aan het eind van de tour vragen mochten stellen, vroegen we waarom recentelijk een aantal televisiezenders en kranten waren gesloten, waar je oppositiegeluiden kon horen. De ambassademan had zijn antwoord snel klaar. Er was in Rusland geen probleem met de persvrijheid, beweerde hij. De gesloten nieuwskanalen waren van bedrijven die hun belasting niet hadden betaald. Een onafhankelijke rechter had geoordeeld en voor hun faillissement getekend. Daar had de regering van Poetin niets mee te maken.
Ik kan me het gevoel van verbijstering nog goed herinneren. Hier klopt niets van, wist ik meteen. Maar ik wist ook niet wat ik moest antwoorden. En ik was niet de enige; ook mijn medestudenten waren sprakeloos. Wat voor een respons wij van de vertegenwoordiger van het regime van de jonge president Poetin wél hadden verwacht, weet ik niet meer, maar in ieder geval niet deze brute ontkenning van de werkelijkheid. De kwestie was kundig uit de weg geruimd. Het was tijd voor de volgende vraag. Beleefd ging het vragenrondje verder.
Achteraf weet je vaak precies wat je had moeten zeggen. En ook in dit geval heb ik in gedachten de ambassademan regelmatig een snedig antwoord gegeven. Toch was ons zwijgen misschien wel de juiste reactie. Zijn leugen was immers geen vorm van rationele dialoog, maar een afleidingsmanoeuvre. Ook als we er serieus op in waren gegaan, had dat weinig uitgehaald.
Zulke kwesties speelden al in het klassieke Athene. In de dialogen van Plato waren de trollen nog niet anoniem, maar luisterden ze naar namen als Callicles en Thrasymachus, en verkondigden zij het standpunt dat alle dialoog slechts een machtsspel was. Het enige waar debat en dialoog goed voor zijn, is anderen overtuigen van je gelijk. Iedere aanspraak op waarheid of rechtvaardigheid is niets meer dan een verkapte machtsgreep.
Dit werkte op Socrates als een rode lap op een stier. In de dialoog Gorgias probeerde hij Callicles te overtuigen met rationele argumenten. Callicles raakte geïrriteerd door Socrates hoogdravendheid en reageerde steeds bitser, met korte zinnetjes als ‘dat mag jij vinden.’ Socrates had misschien de betere argumenten, maar daar had hij weinig aan omdat Callicles geen zin had om ernaar te luisteren.
In Ethics and the limits of Philosophy vraagt Bernard Williams zich af waarom je überhaupt moeite zou doen om een morele nihilist als Callicles te overtuigen. Hij laat zich toch niet overtuigen, omdat hij niet gelooft in rationeel discours. Volgens Willams moet je amorele figuren niet met rationele, filosofische argumenten tegemoet treden, maar politiek op hen reageren, bijvoorbeeld door voor hen de toegang tot het publieke debat moeilijk te maken. Ik vind het een interessante gedachtegang. Tegelijkertijd gun ik ook iedereen af toe een ontmoeting met een Callicles. Door de leugens van de ambassademan werd ik hard met de politieke realiteit geconfronteerd. En de morele afgrond waar je dan in kijkt, daagt je uit om na te denken over wat je echt vindt en dat beter te formuleren. Net zoals Socrates ideeën heeft ontwikkeld in reactie op de trollen uit de klassieke filosofie.

Sake van der Wall (1979) studeerde taalfilosofie, literatuurwetenschap en journalistiek aan de Universiteit van Amsterdam. Hij schrijft sinds 2010 voor De Speld en doceert filosofie aan een middelbare school. Tevens is hij als docent cultuur en media verbonden aan de Hogeschool voor Toegepaste filosofie.
Lees meer over de studiekosten van de verschillende opleidingen van de HTF
Lees hier meer over de toelatingseisen van de HTF

De Hogeschool voor Toegepaste Filosofie (HTF) biedt de eerste hbo-bachelor en hbo-master Toegepaste Filosofie in Nederland aan.